Kleine voorzet voor racen in de duinen

Formule 1 in Zandvoort De terugkeer van de F1 naar Zandvoort is volgens een onderzoek haalbaar, maar kostbaar. Een grand prix is weinig dichterbij gekomen.

Wedstrijdbeeld van de GP van Zandvoort in 1985. Vlnr: Keke Rosberg, Ayrton Senna, Teo Fabi, Alain Prost, Marc Surer en latere racewinnaar Niki Lauda.
Wedstrijdbeeld van de GP van Zandvoort in 1985. Vlnr: Keke Rosberg, Ayrton Senna, Teo Fabi, Alain Prost, Marc Surer en latere racewinnaar Niki Lauda. Foto Paul Vreeker / ANP

Op een grauwe herfstdag moet je hard je best doen om de schoonheid van het circuit in Zandvoort te zien. De afbladdering van de hoofdtribune lijkt onder de grijze lucht meer op te vallen, op de baan zoemen oudere auto’s langs, hun geluid verdrinkt in de wind. Vrijdag ging het over de potentie die Zandvoort nog steeds ziet en nu ook heeft beargumenteerd: een terugkeer van de F1 in de duinen is volgens gemeente en circuit haalbaar. Als er maar geld is.

Het is een even logische als onvermijdelijke conclusie; iedereen die rekende op iets concreters, had de verwachtingen vooraf al moeten bijstellen. De hype rond de Formule 1 die Max Verstappen sinds zijn intrede in 2015 heeft veroorzaakt, geeft de hoop op een Nederlandse grand prix, de eerste sinds 1985, vleugels. De populariteit van de drievoudig racewinnaar is onmiskenbaar: Spa kleurde dit jaar bijna geheel oranje en ook in Barcelona, Oostenrijk en Hongarije zaten tienduizenden Nederlanders.

De Formule 1 en nieuwe eigenaar Liberty Media staan open voor een nieuwe Nederlandse grand prix. Zandvoort heeft zichzelf vanwege de historie altijd nadrukkelijk als logische optie geprofileerd, maar ook het TT-circuit in Assen heeft voorzichtig interesse. Vorige maand was er nog het gerucht dat ook een stratenrace in Amsterdam of Rotterdam een optie zou zijn.

Het haalbaarheidsonderzoek van Zandvoort, geïnitieerd in Verstappens debuutjaar, draaide om mogelijke technische, organisatorische en logistieke knelpunten vanuit gemeente en circuit. En die zijn niet funest, wat gemeente en circuit hoopvol stemt. Het is een eerste stap, maar wel een geringe in het grote plaatje.

Economische impact

De onderzoekers concluderen dat er draagvlak is bij de ondernemers, en dat de economische impact voor Zandvoort en de regio „positief” zou zijn: een bezoekersaantal van 125.000 op de dag van de race zou 23,6 miljoen euro kunnen opbrengen. Zandvoort heeft „bewezen” met dat aantal mensen om te kunnen gaan: in het weekend van de Jumbo Racedagen in mei kwamen er in totaal 100.000 bezoekers naar het circuit.

Maar er zijn kanttekeningen. De logistiek voorop, een punt waarover critici de afgelopen jaren meteen begonnen als een grand prix in Zandvoort ter sprake kwam: met het gebrek aan toegangswegen zou een verkeersinfarct kunnen ontstaan waarbij de strandfiles en files voor de evenementen die er al op het circuit plaatsvinden, zoals de Historic Grand Prix, de DTM of de Racedagen, mogelijk verbleken. Het rapport noemt het een „aandachtspunt”, maar vindt dat de bereikbaarheid, met Schiphol en Amsterdam nabij, een station op loopafstand en accommodaties op fietsafstand „met een goed vervoersplan” een „pluspunt” kan worden. Alleen is zo’n plan er nu nog niet.

De opbrengsten zijn volgens het rapport bovendien afhankelijk van het seizoen waarin een grand prix zou plaatsvinden. Het laagseizoen lijkt de voorkeur te hebben, omdat in het hoogseizoen volgens de onderzoekers het risico op „verdringing” bestaat; Zandvoort trekt in de warmere maanden al veel toeristen. Dan heeft de herfst of het voorjaar de voorkeur.

Aanpassen aan eisen

De eisen van de FIA en de Formule 1 zorgen voor de grootste vraagtekens. Hoe grootschalig moeten de aanpassingen aan het circuit zijn om überhaupt een licentie te krijgen? Er moet een nieuwe pitstraat komen, en daardoor mogelijk een verandering van het bestemmingsplan, een nieuwe tribune, aanpassingen in bochten en aan uitrijstroken. En hoe hoog zal de jaarlijkse ‘fee’ zijn die zou worden gevraagd? Races in Europa betalen in de eerste jaren van een langduriger contract zo tussen de twintig en dertig miljoen per jaar. Hoe past bovendien een voorzichtige wens voor een grand prix in het voor- of najaar op de kalender? Met de huidige valt die niet te rijmen: de Europese grands prix zijn van half mei tot eind augustus.

De vraag wie ervoor de grote investeringen gaat opdraaien, werd vrijdag ook nog niet beantwoord. Investeringen van derden zullen nodig zijn, maar over gegadigden werd niets bekend. Prins Bernhard jr., sinds vorig jaar mede-eigenaar van het circuit, noemde het rapport ook een „oproep”. Nederland heeft al multinationals als Heineken, Unilever en Randstad die nu of in het verleden actief waren in de F1. Heineken sponsort sinds dit jaar ook het circuit in Zandvoort, maar over een rol bij een grand prix is niets duidelijk. Daarnaast worden de Europese grands prix veelal in leven gehouden door overheidsbijdragen. Over de bereidheid in Nederland is weinig bekend; de VVD zegde vorig jaar ernaar te willen kijken.

Wat nu? Dit onderzoek is hooguit een voorzet. Volgens Prins Bernhard jr. moet er in ieder geval een breder draagvlak komen. De stroomversnelling die Verstappen als nieuw sporttroetelkind van Nederland op gang heeft gebracht, heeft geleid tot een eerste stap waar drie jaar geleden nog niemand aan dacht.

„De eerste stap in een marathon is ook belangrijk”, zei oud-coureur Jan Lammers vrijdag na de presentatie. En een marathon wordt het.

    • Frank Huiskamp
    • Jorg Leijten