Geef mij maar Amsterdam - totdat je kinderen krijgt

Gezinswoning

Steeds meer jonge gezinnen verlaten Amsterdam: inmiddels trekt 40 procent naar randgemeenten. Goedkopere huizen, meer ruimte, meer rust en meer groen.

Amsterdam op zondag Foto Thomas Schlijper

Geef mij maar Amsterdam? Steeds minder jonge gezinnen lijken het welbekende lied van Johnny Jordaan te beamen. Ze verlaten massaal de stad, blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek afgelopen dinsdag publiceerde. Liefst 40 procent van alle gezinnen die in 2012 een kind kregen, was vier jaar later vertrokken. Hoe komt dat, en misschien nog wel belangrijker, is dat een probleem?

Op zich is het heel normaal dat gezinnen met jonge kinderen wegtrekken uit de stad. „Mensen komen hier op jonge leeftijd om te studeren en te werken”, zegt Julian Jansen, planoloog en demograaf van de gemeente Amsterdam. „Op een gegeven moment krijgen ze een partner, beginnen ze een gezin, en gaan ze op zoek naar meer woonruimte buiten de stad.” Een huis met een tuin staat daarbij vaak bovenaan het verlanglijstje.

Dat proces kwam tot stilstand tijdens de crisis, grofweg tussen 2008 en 2015. Een woning vinden was moeilijk, verhuizen tijdens onzekere tijden ook. Dus toen de economie weer aantrok, hadden de experts wel een inhaalslag verwacht, maar nu gaat het erg hard, zegt Jansen. „Het zet zich wel heel snel door nu.”

Te druk door groei toerisme

Het is geen geheim dat een van de belangrijkste redenen dat mensen vertrekken uit de stad de spanning op de woningmarkt is. Huizen in Amsterdam kosten tegenwoordig gemiddeld 370.000 euro, ruim een ton meer dan het landelijk gemiddelde van 264.000 euro, en dat is al een recordbedrag.

Daarbij komt dat er te weinig wordt bijgebouwd, waardoor gezinswoningen nauwelijks meer te vinden zijn. Bovendien is de drukte in de stad drastisch toegenomen, onder meer door de stevige groei van het toerisme. „Eigenlijk is de stad slachtoffer van haar eigen succes”, zegt Zef Hemel, hoogleraar planologie aan de Universiteit van Amsterdam. „Het is niet dat mensen de stad niet leuk vinden, maar ze worden gedwongen om de stad te verlaten.”

De meeste gezinnen verhuizen niet ver. Ze trekken massaal naar randgemeenten als Almere, Haarlem en Amstelveen, of naar omliggende dorpjes in Waterland, de Zaanstreek of Weesp. Dat zijn zogeheten ‘roltrapregio’s’, legt Jansen uit. „Zo wordt er in de stad weer ruimte gecreëerd voor nieuwe jonge mensen die op de onderste trede beginnen.” Maar ook daar beginnen de huizenprijzen dankzij alle belangstelling te stijgen, en dus zoeken mensen telkens een beetje verder. „Utrecht begint net als Haarlem nu op een buitenwijk van Amsterdam te lijken”, illustreert Hemel de trend.

Werk nog in Amsterdam

Dat de jonge gezinnen in de buurt blijven wonen, heeft alles te maken met hun al dan niet gedwongen vertrek uit de stad. Ze laten dan misschien wel hun huis binnen de stadsgrenzen achter, maar niet hun sociale en economische netwerk. Vaak werken beide kostwinners nog in de stad, blijkt uit de cijfers van het CBS die aantonen dat vooral rijke gezinnen de stad uit verhuizen.

Tot 2015 nam het aantal gezinnen in Amsterdam nog toe, dus vooralsnog is er geen probleem. Maar als ze blijven vertrekken, kan er wel een probleem ontstaan. „Jonge gezinnen met kinderen zijn toch de graadmeter van leefbaarheid in de stad”, zegt Hemel. „Zij eisen toch een bepaalde leefomgeving, met weinig auto’s, rustige verkeersroutes en veel groen. Dat raak je op termijn kwijt.” Bovendien, zegt Jansen, is er het risico dat de verscheidenheid in de stad afneemt. „En we willen toch een diverse stad met gemengde wijken.”

Bijkomend probleem is de toenemende verkeersdruk. Al die omwonenden met hun huis in een randgemeente en werk en sociale leven in de stad moeten dagelijks met de trein of auto reizen. „Dat redden we niet met het huidige openbaar vervoer, en nieuwe plannen voor bijvoorbeeld een metro zijn er niet”, stelt Hemel. „Dus gaan ze met de auto, en dat zorgt voor een grote verhoging van de CO2-uitstoot.”

Kunnen we daar dan niets aan doen? Met de hele regio kijken naar gezamenlijke oplossingen voor vervoer, voor verduurzaming. Dat is belangrijk, meent Jansen. En bijbouwen, daar zijn alle experts het over eens. „Want”, zegt Jansen, „als mensen in de stad willen blijven wonen, moeten ze daar de mogelijkheid toe hebben.”