Hoe Sofyan Amrabat Marokko boven Oranje verkoos

Marokkaans voetbalelftal

Dat Sofyan Amrabat voor Marokko koos is ook een gevolg van beleid. Al jaren werft de Marrokaanse bond spelers met een dubbel paspoort. ‘Jij bent de toekomst van Marokko.’

In mei maakte Sofyan Amrabat, midden, deel uit van de Marokkaanse selectie die in Agadir tegen Oranje speelde. Foto Stanley Gontha/ANP

Met nummer tien staat Sofyan Amrabat in de rij met zijn teamgenoten als het Wilhelmus klinkt in een leeg stadion in Adana, in het zuiden van Turkije. Het is december 2010 en de nationale ploeg voor spelers onder vijftien jaar oefent tegen Turkse leeftijdsgenoten. Indringende blik bij Amrabat, de handen rusten op zijn rug, het oranje shirt zit wijd om het jeugdige lichaam, een zwart short hangt over zijn knieën. Klaar voor zijn basisdebuut.

De KNVB heeft lichte twijfels maar ziet potentie in Amrabat, jeugdspeler bij FC Utrecht. „Hij was een laatrijper”, zegt Edwin Petersen, destijds KNVB-coach van onder 15, de jongste selectieploeg bij de bond. „Hij was klein voor zijn leeftijd.” De middenvelder speelt eerst in een ‘futureteam’ bij de bond, een soort reserveselectie waarin jeugdspelers meer tijd krijgen zich te ontwikkelen. Van daaruit stroomt hij door naar onder vijftien.

Amrabat speelt vier officiële oefenduels, de laatste in april 2011. In de verslagen op de KNVB-site staat zijn naam wisselend verkeerd geschreven: Sofiyan, Soufian, Sofian. Correct is: Sofyan.

Voor Nederland speelde hij sindsdien niet meer. En dat zal ook niet meer gaan gebeuren. Vorige week werd duidelijk dat Amrabat (21), geboren in Blaricum als zoon van Marokkaanse ouders, kiest voor het Marokkaans elftal. De getalenteerde middenvelder van Feyenoord zit in de selectie die zaterdagavond plaatsing kan afdwingen voor het WK van komende zomer, een gelijkspel bij Ivoorkust is genoeg. Het zou voor het eerst sinds 1998 zijn dat Marokko naar het WK gaat.

Spelers werven in de diaspora

In totaal telt de selectie zes spelers die in Nederland zijn geboren. De zaak Amrabat heeft een andere achtergrond dan de keuze voor Marokko van Hakim Ziyech in 2015, nadat toenmalig bondscoach Danny Blind zich afwachtend had opgesteld. Gelijkenis is er wel: ze verkozen beiden Marokko kort nadat Nederland een eindtoernooi had misgelopen (EK 2016, WK 2018).

Dat Amrabat tot dit besluit is gekomen is in belangrijke mate het gevolg van structureel beleid van de Marokkaanse bond om te investeren in talenten uit West-Europa. Om dat in het geval van Amrabat beter te begrijpen moet je eerst vijf, zes jaar terug. Hij wordt na die vier oefenduels niet meer uitgenodigd voor een Nederlandse jeugdselectie. Petersen: „Amrabat zat op het randje, met name door zijn fysiek.” Scherp gesteld, erkent Petersen: hij was op dat moment niet goed genoeg om geselecteerd te worden.

In 2010 begint coach Pim Verbeek als technisch directeur bij de Marokkaanse bond. Een van zijn belangrijkste opdrachten is jonge, talentvolle spelers met een dubbele nationaliteit uit de Marokkaanse diaspora werven. Hij richt zich met name op Nederland, België, Frankrijk, Duitsland en Spanje. Marokko heeft geleerd van het verleden, te vaak liep het land beloftevolle spelers mis, zoals Ibrahim Afellay aan Oranje en Marouane Fellaini (België). Verbeek: „Ze raakten spelers kwijt omdat ze er te laat bij waren.”

Dat mag niet meer gebeuren. Verbeek trekt West-Europa door en spoort in zijn eerste jaar 337 talenten met een Marokkaans paspoort op. Vaste metgezel is rechterhand Ali Afellay (broer van Ibrahim). Die spreekt de taal, kent de cultuur, de gevoelens. Zo zitten ze in 2012 aan de koffie in Utrecht met Sofyan Amrabat en diens vader. De band met de familie is goed, negen jaar oudere broer Nordin zit in het olympisch elftal van Marokko voor de Spelen in Londen dat jaar.

Roots in het Rifgebergte

Amrabat komt uit een hecht gezin en is de jongste van vier jongens. Ze vormen de derde generatie in Nederland. Hun roots liggen in het Rifgebergte. Opa Mohamed vertrekt begin jaren zeventig als gastarbeider naar Nederland en werkt onder meer in een kaasfabriek. Vrouw en kinderen volgen in 1976, ze vestigen zich in Huizen in Het Gooi. Hun vader Mohamed (54), dan dertien, bouwt hier met zijn vrouw een goed bestaan op en werkt als laborant bij behang- en kunstlederfabrikant BN international

Sofyan is het nakomertje, vertelt Nordin (30). „Hij was het lievelingetje van iedereen.” Oudste broer Fauzi (32) heeft een loodgietersbedrijf en derde telg Mohamed (28) werkt als ingenieur. Bij de An Nasr-moskee in Huizen, waar hun vader dagelijks komt, wordt instemmend geknikt als naar de familie Amrabat wordt gevraagd. Goed volk, klinkt het.

Ze krijgen een strenge, maar goede opvoeding, zegt Nordin. Op tijd thuiskomen, op tijd naar bed, huiswerk wordt gecontroleerd. Nordin: „Onze vader heeft erop gehamerd dat we ons best doen op school. Hij zei altijd: als je wat wil bereiken in het leven, moet je ervoor werken. Je kan ook niks doen, dan word je schoonmaker.”

Geld voor mooie spullen is er niet. Nordin, die speelt bij het Spaanse Leganés en voorheen onder meer bij PSV en Galatasaray: „Je kon Scapino-schoenen krijgen, maar als je Nikes wilde, moest je er voor werken.” Nordin loopt een krantenwijk voor De Telegraaf en is afwasser in een restaurant en vervolgens toetjesmaker. De voetbalkooi in Huizen is hun tweede huis, Sofyan gaat van jongs af aan mee.

Terug naar het gesprek in Utrecht. Vader en zoon Amrabat luisteren, Verbeek vertelt over de plannen, hij wil in 2013 met de onder 17 van Marokko naar het WK in de Verenigde Arabische Emiraten. Ziet Amrabat dat zitten?

Verbeek is in die jaren onder de indruk van zijn fysieke mogelijkheden. Verbeek, tegenwoordig bondscoach van Oman: „Stevige jongen, gebruikte zijn lichaam goed. In het Afrikaanse voetbal is dat belangrijk.” Amrabat is bij Utrecht specifieker gaan trainen op kracht, hij zit veel in de gym, wordt langzaam sterker.

Nederland plaatst zich niet voor dat WK. Marokko haalt de achtste finales en Amrabat valt op, vertelt Verbeek. In Zeist hebben ze in die tijd hun bedenkingen bij zijn switch naar Marokko. Petersen, in 2016 gestopt bij de bond en nu hoofd jeugdopleiding bij Vitesse: „Je investeert in spelers, geeft een opleidingsplaats. Als ze dan een keer buiten de boot vallen worden ze een beetje ongeduldig. Als je een WK kunt spelen, dan trekt dat natuurlijk enorm. Dan worden die jongens beetgepakt door de andere kant.”

Petersen zegt dat het bij talenten met een dubbele nationaliteit balanceren is op een „heel dun lijntje”. Enerzijds wil je ze een „lonkend perspectief” geven, maar tegelijkertijd „moet je oppassen dat je aan spelers vasthoudt terwijl andere talenten ook recht van spreken hebben”.

Bij de KNVB merken ze de pro-actievere houding vanuit Rabat. Petersen: „Er zijn ontzettend veel spelers uitgenodigd met stages buiten de Europese kalender om. Je hebt Europese afspraken wanneer je spelers moet afstaan, dit soort landen kijkt daar niet naar. Die organiseren een trainingskamp, dan moet iedereen komen. Terwijl wij vonden: best een goede speler, maar geen A-categorie. Ze gaan dan al wel binding aan met die speler, en ergens wordt ze een worst voorgehouden. Terwijl wij die speler in een later stadium misschien wel interessant vinden.”

In Marokko zeggen ze: het past binnen het ambitieuze bewind onder leiding van technisch directeur Nasser Larguet, gesteund door bondsvoorzitter Fouzi Lekjaa. Zo is in Rabat een nieuwe academie opgezet waar jeugd van twaalf tot en met achttien jaar fulltime school en voetbal combineert, vertelt Mark Wotte, sinds twee jaar bondscoach van Jong Marokko. Belangrijkste is dat spelers zélf de keuze voor Marokko willen maken, zegt Wotte. „We gaan niet bedelen: kom alsjeblieft bij Marokko spelen.”

In het verleden was de organisatie rond de nationale ploeg soms amateuristisch: vliegtickets werden niet geregeld, spelers niet opgehaald, kosten niet terugbetaald. Die tijd is voorbij. Er is voldoende budget, zegt Wotte. „We zitten in goede hotels, spelers worden netjes ingevlogen.”

Amrabat in Oranje?

Na zijn transfer naar Feyenoord afgelopen zomer en enkele goede optredens begint in Nederland de discussie: moet Amrabat niet geselecteerd worden voor Oranje? Er volgt een gesprek met de KNVB, met Jong Oranje-bondscoach Art Langeler. Zonder resultaat.

Begin oktober is er een belangrijk gesprek in Casablanca met de voorzitter van de Marokkaanse bond, Amrabat zelf, zijn vader en broer Nordin. Daar zegt de voorzitter dat hij en bondscoach Hervé Renard hem er graag bij hebben, als onderdeel van een nieuwe talentvolle lichting. ‘Jij bent de toekomst van Marokko’, wordt hem verteld.

Idee is dat hij als controlerende middenvelder op termijn een koppel vormt met spelverdeler Ziyech. Nordin Amrabat: „Hij en Ziyech, de leiders van het Marokkaanse elftal. Zo is het geschetst.”

Er zit veel in de pijplijn: mogelijke deelname aan het WK van 2018, de Afrika Cup die voortaan in de zomer wordt gehouden in plaats van in de winter wat als nadelig werd gezien door clubs (middenin het seizoen), de kandidaatstelling van Marokko voor de organisatie van het WK van 2026 en de mogelijke uitbreiding van het aantal WK-tickets voor Afrikaanse landen van vijf naar tien. Nordin Amrabat: „Met de lichting die eraan komt gaan ze iedere vier jaar naar het WK, als het een beetje meezit.”

Bondscoach Dick Advocaat heeft later nog een gesprek met Amrabat, met als doel hem richting Oranje te bewegen. Tevergeefs. Petersen, de coach die hem in 2010 selecteerde voor Nederland, vraagt zich af of hij op dit moment goed genoeg zou zijn voor Oranje. Tegen Ajax en Sjachtar Donetsk leed hij onnodig balverlies waaruit goals vielen.

Maar Petersen zegt ook: „Als ik puur kijk naar zijn kwaliteiten richting de toekomst en wat zijn meerwaarde zou kunnen zijn voor het Nederlands elftal, had ik hem heel graag in het Oranje-shirt gezien.”