‘Hoe kun je je kameraad nu laten liggen op de grond?’

Fietsongeluk

De dood van Henk van Gulik laat zijn ouders niet los. Vooral omdat hij niet alleen was bij de fatale val met zijn mountainbike, maar door zijn fietsmaatje werd achtergelaten in het bos.

Het bos nabij het Drielandenpunt waar Henk van Gulik ten val kwam. Zijn ouders komen er om hem te gedenken. Foto Ans Brys

Een boer had de helmcamera gevonden. Die lag ergens aan de kant van de weg, in Venlo. Hij had hem meegenomen naar huis en de beelden bekeken. Twee mountainbikers, klaar voor een afdaling in een heuvelachtig bos. Hij zag de jongens twijfelen: óf recht omlaag, tussen de hoge naaldbomen door, óf toch het pad. De jongens splitsen zich op. Die met de helmcamera gaat off road, zigzaggend langs wat bomen en daarna met toenemende vaart door de bladeren, de helling af.

Er volgt een klap. Zo tegen een boomstronk aan en over de kop.

Zijn fietsmaatje komt aansnellen, wil helpen, maar weet niet hoe. De camera beweegt minder en minder. De jongen blijft ademen. Hij kreunt van de pijn.

Dan stopt het beeld.

Geschrokken had de boer de camera ingeleverd bij de politie in het Duitse Aken.

Zijn voortanden zaten altijd los

Ans Thole zit met een kop thee in het restaurant van het Drielandenpunt in Vaals. „Kijk, daar gaat er weer één”, zegt ze, wijzend naar een mountainbiker in het voorbijgaan. „Er zijn er genoeg hier. Maar wat Henk deed, dat doen anderen niet hoor.”

„Henk nam risico’s”, zegt Jan van Gulik, ertegenover. „Met skateboarden, rollerskaten.”

Ans weer: „Hij was nergens bang voor. Eerst doen, dan pas denken. Met alles.”

Ze staan op, pakken een bos bloemen uit de achterbak en lopen over de parkeerplaats richting de helling waar het gebeurde, net over de grens met Duitsland. Henk van Gulik, hun enige kind, overleed daar op 30-jarige leeftijd na een val met de fiets.

„Hier rechtsom, hè.”

„Nee, ja, het tweede pad.”

Henk had als kind wat extra aandacht nodig. Dat merkten ze al vroeg. Hij ging naar het speciaal onderwijs en was motorisch niet de snelste. „We hadden vroeger zo’n gemetselde bar in de huiskamer”, zegt Ans. „Nou, de eerste bocht haalde ’ie, rennend, de tweede niet. Telkens weer. Zijn voortanden zaten altijd los.”

Later vond hij zijn plek. Henk haalde zijn lasdiploma’s en werd trailermonteur. Thuis in de schuur zat ’ie vaak tot diep in nacht te sleutelen aan fietsen en auto’s. Alles kon Henk maken.

„Het was een lieve jongen”, zegt Jan. Hij weet nog dat hij eens in het ziekenhuis lag voor een pacemaker en Henk onderweg naar zijn vader door de politie werd aangehouden. Zijn brommer liep veel te hard. Hij kreeg de keuze: direct zijn brommer inleveren of mee naar het bureau. „Henk besloot ’m in te leveren, zodat ’ie sneller bij mij kon zijn.”

Foto Ans Brys
Foto Ans Brys
Foto’s Ans Brys

De fatale val vond alweer meer dan twee jaar geleden plaats, vermoedelijk op vrijdag 10 juli 2015. Maar aan de verwerking komen zijn ouders nog amper toe. Dat heeft alles te maken met de omstandigheden rondom zijn dood.

Henk zou zondagavond eten bij zijn vader, maar hij kwam niet opdagen – Ans en Jan zijn gescheiden. Zijn ouders maakten zich zorgen. Toen ze hem op maandag als vermist wilden opgeven bij de politie in Venlo, werden ze in een kamertje gezet. Ze kregen een foto onder ogen van een lichaam, gevonden in Duitsland. Iemand met rossig haar en op zijn vingers A.C.A.B. getatoeëerd – All Cops Are Bastards. Toen wisten ze het.

Al zeker een dag, mogelijk twee, had hun zoon in het bos gelegen. Een wandelaar had hem gevonden: haar hond was maar blíjven blaffen. Ze had zich in paniek gemeld bij het restaurant op het Drielandenpunt, waarna een ambulance en een trits politieauto’s kwamen toegesneld – de Duitse zijn er altijd eerder dan de Nederlandse. Henk werd gevonden met ontbloot bovenlijf, zijn schoenen ernaast en zonder zijn fiets en tas. Die bleken door de fietsvriend te zijn teruggebracht naar zijn woning in Venlo. Vrijwel gelijktijdig vond de boer de bodycam.

Al zeker een dag, mogelijk twee, had hun zoon in het bos gelegen.

Het lichaam van Henk had al die tijd in de volle zon gelegen. Voor een waardig afscheid was het te laat. Dat vinden zijn ouders nog het ergst. Waarom had zijn vriend, die tijdelijk bij hem inwoonde, niets gezegd? Waarom was hij weggereden en, volgens zijn eigen zus, diezelfde avond nog aangeschoven bij een barbecue? Waarom had hij de fiets, de kleding en de tas van Henk meegenomen en teruggezet bij zijn huis? En waarom had hij de helmcamera verderop weggegooid? Op die vragen hebben de ouders van Henk nog altijd geen antwoord.

De Duitse politie vroeg het fietsmaatje daags na Henks overlijden naar het bureau te komen voor uitleg, maar hij is nooit verschenen. En ook in een telefoongesprek met deze krant wilde de jongen niet op het ongeluk ingaan. Zijn adres is onbekend, zijn telefoonnummer inmiddels buiten gebruik.

Hulpeloze toestand

Jan, die voorop loopt, stopt bij de grenspaal. „Ergens hier zijn ze het pad af gegaan.”

Ans kijkt naar hoe de helling afloopt. Het is er stil en steil en vol met hoge bomen en stronken van verrot hout. „Kijk eens wat een afgrond, dat is toch niet normaal.” Voetje voor voetje begint ze aan de afdaling. „Jan, ik weet niet of ik dat durf, hoor.”

Jan kijkt om zich heen. „Er zijn hier geen fietsers hè, of wel?”

Uit een analyse van de beelden begrijpen ze dat Henk vermoedelijk met zijn trapper is blijven haken achter een boomstronk en voorover viel, met zijn borstbeen pal op de punt van een andere stronk.

Justitie in Duitsland, die het onderzoek leidde, concludeerde enkele maanden na het ongeluk dat het fietsmaatje niet zou worden vervolgd. Dat zou anders zijn geweest als hij Henk in hulpeloze toestand had achterlaten, maar daarvan was geen sprake geweest. Na beoordeling van de beelden van de helmcamera ging ze ervan uit dat de fietser is overleden „zonder dat medische hulp van een ander daarin verandering had kunnen brengen.” En daarmee is de zaak gesloten.

Jan en Ans begrijpen er niets van. „Hoe kunnen ze aan de hand van de beelden nou weten dat Henk niet meer te redden was?” En: „Die jongen laat een lijk verrotten, dat is toch strafbaar?”

Foto Ans Brys

Stap voor stap lopen ze door de bladeren richting waar het gebeurde. Een oplichtend stukje grond, de enige plek ook waar de zon door het bladerdek schijnt in een verder schemerig bos. Waar de zon Henk bij zijn afdaling vermoedelijk ook heeft verblind.

Henk woonde na de scheiding van zijn ouders een aantal jaren bij zijn vader. Hij had er de vrijheid: Jan was internationaal vrachtwagenchauffeur en veel van huis. „Bij Jan kreeg ’ie alles gedaan”, zegt Ans. „Of niet, Jan.” Ze kijkt hem aan.

„Het was een lieve jongen”, zegt Jan.

„Hij was goedgelovig”, zegt Ans. Hij deed alles voor je. Dat trok de verkeerden aan.”

De laatste jaren van zijn leven woonde Henk op zichzelf. Hij liet zich volgens zijn ouders omringen door foute lui. Het fietsmaatje was er één van. Met zijn beste vrienden ging hij vroeger kamperen in België, of varen in Friesland. „Wát een lol hadden ze daar.”

Maar hij zag die jongens nog weinig. Zij gingen samenwonen en kregen kinderen, terwijl Henk in zijn woning iedereen maar binnenliet. Jan: „Zaten ze daar met de tv aan, de verwarming onnodig op 20. Sommigen hadden de sleutel. Ik zei: Henk, doe dat nou niet.” En ja, hun zoon kwam weleens in aanraking met de politie. „Maar altijd vanwege kleine dingen hoor. Hij was makkelijk beïnvloedbaar.”

Had het fietsmaatje het ongeluk veroorzaakt, dan was hij strafbaar geweest. En ook als hij Henk in hulpeloze toestand zou hebben achtergelaten terwijl hij nog te redden was, of diens lichaam zou hebben verborgen. Maar volgens justitie was Henk niet meer hulpeloos: hij zou op slag zijn overleden. En over het achterlaten van iemand die niet meer te redden is, staat in het wetboek van strafrecht niets. Ook niet in het Duitse. De vriend is weggereden zonder iemand iets te zeggen. Die situatie is zó uitzonderlijk, daar is geen wet voor geschreven, geen jurisprudentie over bekend.

Maar dan moet wél vaststaan dat iemand inderdaad niet meer te redden is, zegt Christiane Uijlenbroek, deskundig in het Duitse strafrecht. Uijlenbroek, die het dossier overigens niet kent, vindt zo’n constatering van justitie twijfelachtig als de camera uitgaat terwijl iemand nog ademt. „Wie zegt dat het slachtoffer niet meer te helpen was? Wie bepaalt het moment van overlijden?” Misschien, zegt ze, is een beroep op unterlassene Hilfeleistung (iemand in hulpeloze toestand achterlaten) of Totschlag durch Unterlassen (doodslag door nalaten) alsnog niet kansloos.

Chantal Joosten, advocaat van de ouders van Henk, overweegt ook een civiele procedure. Het fietsmaatje kan mogelijk een onrechtmatige daad worden verweten: handelen of nalaten waarmee je een ander schade toebrengt. In dit geval het niet-inlichten waarmee je ouders de kans ontneemt waardig afscheid te nemen van hun zoon.

En ook verduistering van de helmcamera is strafbaar. Daarvan zouden de ouders alsnog aangifte kunnen doen.

Tandwielen in de afwasmachine

Bij een jonge boomstronk halverwege de helling houden de ouders stil. ‘Henk’ staat gekrast in een steen ernaast. Een vlinder, gekocht bij de Action, staat er nog. Ans zegt: „Ik had niet gedacht dat die nog zo mooi zou blijven.” Ze tuurt naar de stronk, zo’n veertig centimeter hoog. „Ach erm. En dat op mijn verjaardag hè. Verongelukt. Bah!”

„Henk had een dure fiets”, zegt Jan. „Daar was ’ie zuinig op. Zijn fiets was zijn alles. Daar sliep ’ie mee. De tandwielen gingen in de afwasmachine.”

Ans draait een sjekkie. „Waarom mijn zoon? Waarom moet ik dat allemaal meemaken? Hoe kun je je kameraad nu laten liggen op de grond? Laten wegrotten? Hoe kun je dat doen? Bah!”

Langer kan ze er niet blijven. Ze loopt alvast naar boven om te roken.

Jan blijft nog even. „We zien elkaar na de scheiding nog vaak”, zegt hij. „Maar het verwerken doen we ieder apart. Ans praat erover, met iedereen. Maar zodra ze begint, ga ik wandelen met de hond. Ik heb last van m’n nek, m’n rug. Alle spieren zitten vast.”