Column

Heen en weer

Mijn bejaarde moeder (86) kondigde aan ons nieuwe huis te komen inspecteren. Het moest de volgende dag omdat haar vrij- reizen-dagen van NS bijna verliepen. Het aanbod om haar op een ander moment te komen halen en wegbrengen of om later te komen logeren verwierp ze.

„Nee, ik kom morgen. Op en neer.”

Daarna belde ze meerdere keren over het reisschema. Over hoe laat ze vertrok, waar ze moest overstappen, hoe laat ze aankwam en wanneer en hoe ze moest in- en uitchecken.

Bij het vijfde gesprek verloor ik mijn geduld. Ik stond met een kind op de arm bij de kassa van de Vomar en vroeg me af of het niet beter was om van de onderneming af te zien.

Een half uur later belde de thuishulp. De telefoon stond op de speaker, ze zaten klaar met pen en papier. Het lukte de hulp, een vrouw die maar eerlijk zei nog nooit in een trein te hebben gezeten, niet om wat ik zei te noteren.

Ik bleef herhalen.

Mijn moeder kondigde aan dat ze haar mobiele telefoon meenam. Wat was mijn nummer en moest ze op de rode of de groene knop drukken om te bellen?

Op de dag dat we wisten dat ze zou verdwijnen in de Bermudadriehoek Arnhem-Amsterdam-Zaanstreek belde ze vanuit de trein. Of beter een onbekende mannenstem meldde zich met de mededeling dat het overstappen op Amsterdam-Amstel was gelukt en dat ze op schema lag. Stonden we al op het station?

Twintig minuten later kwam ze aan.

Ze wandelde monter het dorpje in, als een koningin die haar onderdanen voor het eerst sinds lange tijd weer eens zag. Onderweg kochten we krentenbollen voor de lunch. Mijn moeder tegen de bakker: „Verkoopt u veel brood?”

Tegen een buurvrouw van wie ze dacht dat het een thuishulp was, zei ze dat ze ook op de kastjes moest soppen.

Daarna ging het al snel over de terugreis.

Over vertrek- en aankomsttijden, perrons en dat ze bang was dat ze was vergeten om uit te checken en of ze de NS-kaart daarom één of twee keer tegen de incheckpaal moest houden.

Een uur later vertrok ze weer, uitgeprint reisschema onder de arm. Na thuiskomst belde ze met een reisverslag. Tussen Zaandam en Amsterdam had ze van een conducteur met mooie wimpers eerste klas mogen zitten en van Ede- Wageningen tot Arnhem hadden de inzittenden van twee coupés gezocht naar haar wandelstok, dat was heel gezellig geweest en het was nog goed afgelopen ook: het ding stond toen ze thuiskwam gewoon onder de kapstok.

Ze sloot af met de mededeling dat ze volgende week weer kwam. Na een korte stilte vond ze dat een leuke grap van zichzelf.

schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.