Opinie

Global Village was een droom, word wakker met Paradise Papers

Vervuilende bedrijven vestigen zich in het land met de meest coulante milieuwetgeving. Fiscaal-financiële dienstverleners, op hun beurt, trekken naar belastingparadijzen zoals de Kaaimaneilanden en Nederland. Dat weten we allemaal allang, maar we ondernemen er niets tegen, schrijft .
Foto iStock

Wie zijn tijd wil duiden, moet niet alleen kijken naar veelzeggende neologismen, maar ook alert zijn op termen die juist in onbruik zijn geraakt. ‘De internationale gemeenschap’ is zo’n term. In de jaren negentig kon je geen buitenland- of opiniepagina openslaan of hij viel wel ergens. Dit was de tijd waarin de jaarvergadering van de Verenigde Naties ertoe deed, de Veiligheidsraad op de voet werd gevolgd en de secretaris-generaal een algemeen bekende en gerespecteerde naam was. Bovenal was dit de tijd waarin het optimisme van de voorstanders van globalisering, deregulering en marktwerking hegemoniaal heersten over debat en beleid.

De implicatie van ‘internationale gemeenschap’ was dat hand in hand met de economische globalisering ook de politiek mondiaal zou worden; we waren nu immers een ‘global village’. Ook die term hoor je tegenwoordig weinig meer, zoals van dit optimisme evenmin veel over is.

En terecht, zo blijkt opnieuw uit de deze week gepubliceerde ‘Paradise Papers’. Ze tonen de massale, legale belastingontwijking door rijke individuen, families en bedrijven, en daarmee het ware gezicht van globalisering anno nu: bedrijven en financiële dienstverleners strekken hun tentakels over de wereld uit en slagen erin om nationale regeringen tegen elkaar uit te spelen.

Gaat globalisering samen met democratie als bedrijven machtiger worden dan gekozen regeringen?

Mondiale banken doen dit door bij de ‘dreiging’ (burgers zouden zeggen ‘belofte’) van echt grondige hervormingen hun biezen te pakken (wij zijn geen land met een financiële sector, zegt men in de City van Londen, maar een financiële sector met een land). Vervuilende bedrijven doen dit door zich in het land te vestigen met de meest coulante milieuwetgeving. En fiscaal-financiële dienstverleners doen dit met gebruik van ‘belastingparadijzen’. Het gaat om exotische oorden onder Brits gezag als de Kaaimaneilanden en Kanaaleilanden, maar ook om de City van Londen en de EU-landen Nederland, België, Luxemburg, Malta, Cyprus en Ierland.

Het moederbedrijf van Google bijvoorbeeld, betaalt dankzij Nederland homeopathische percentages belasting over zijn winst, terwijl levensmiddelengigant Procter & Gamble door een geheime overeenkomst met de Nederlandse fiscus 145 miljoen euro ontliep. En zo verder.

De column van Carolien de Gruyter over de Paradise Papers: Belastingharmonisatie is beter dan een heksenjacht.

De onthullingen van de Paradise Papers bieden eerder nieuwe illustraties van bestaande inzichten dan ‘nieuws’. We weten dit namelijk allemaal allang, maar er gebeurt in wezen niets. De reden is dat maatregelen alleen werken wanneer ze mondiaal van kracht worden. Maar dat vergt verregaande politieke coördinatie en samenwerking op wereldschaal. Grote bedrijven lukt het om mondiaal samen te werken, zie niet alleen de successen van de mondiale financiële lobby, maar ook van die van de grote farmaceuten, techbedrijven of van zadengiganten als Monsanto.

Burgers daarentegen slagen er niet in mondiaal de krachten te bundelen. Het gevolg is dat de landen van die burgers genadeloos meegetrokken worden in een ‘race naar de bodem’; op fiscaal gebied maar ook bij sociale- en milieuwetgeving.

Er is het laatste jaar veel geschreven over ‘de verliezers van de globalisering’ die massaal op Trump, Le Pen, Wilders en voor Brexit zouden hebben gestemd. Maar de Paradise Papers bewijzen dat wij allen verliezers van de globalisering zijn. Want de geheime overeenkomsten tussen onze belastingdiensten en multinationals waar zelfs ons parlement niet van weet, vormen een aanslag op de democratie. De fiscale constructies vreten de belastingmoraal aan en verdelen het land in twee groepen: zij die wel de middelen hebben om de fiscus te omzeilen, en de rest. Wanneer je in je land zou afspreken dat mensen met veel geld voortaan niet meer voor de trein hoeven te betalen, is het land te klein. Toch is dit aan het begin van de 21ste eeuw rond belastingen de praktijk.

Lees ook: Multinationals onttrekken naar schatting jaarlijks 600 miljard euro aan belasting-heffing. Dat moet anders, zegt topeconoom Gabriel Zucman in een interview.

In het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten komt hier nog bij dat de miljardairs die aldus hun vermogens ‘off shore’ hebben geparkeerd, het geld dat ze anders aan de belasting zouden betalen nu aanwenden om politieke invloed te kopen. Zo doneerde de belastingontwijker Lord Ashcroft in Groot-Brittannië een half miljoen aan de verkiezingscampagne van Theresa May. Hetzelfde geldt voor tal van miljardairs in Amerika.

Belastingontwijking tast de samenleving in haar haarvaten aan en het ergste is dat het ontzettend moeilijk blijkt om dit systeem weer te ontmantelen. Een wereldregering is praktisch onhaalbaar en in veel opzichten ongewenst. Maar als bedrijven door de globalisering machtiger worden dan democratisch gekozen regeringen, gaat globalisering op de lange termijn dan wel samen met democratie? Dat is de pijnlijke vraag van onze tijd. En terwijl we over die vraag nadenken zouden we in ieder geval kunnen ophouden met die term ‘belastingparadijs’, of zoals de Engelsen zeggen ‘veilige belastinghaven’ en de Duitsers ‘belastingoase’.

Deze uitdrukkingen zijn veel en veel te positief, ‘lipstick op een varken’ noemen Britten dat. Paradise Papers is dus ook een ongelukkige term, niet voor niets suggereerde de Democratische presidentskandidaat Bernie Sanders deze week iets in de orde van ‘Oligarchen Papers’. De beste inzending kwam evenwel van de linkse Britse blogger Mike Sivier: ‘Parasite Papers’.