Column

Financiële rimram

Op fiscaal gebied ben ik een nietswaardig mens, op sommige andere gebieden ook wel, maar daar hebben we het een andere keer over. Sinds jaar en dag heb ik mijn contacten met de Belastingdienst aan twee geduchte instanties uitbesteed: mijn vrouw en mijn belastingadviseur.

In de praktijk komt het hierop neer dat ik naar Studio Voetbal kijk, of een ander ontspannend tv-programma, terwijl zij zich zuchtend en kuchend door een hoge stapel financiële paperassen werkt. Het leidt tot wonderlijke dialogen als: „Zeg, Dick Advocaat schijnt toch te willen aanblijven” (ik) en „Ik vraag me af of de verdeling voordeel/rendementsgrondslag wel klopt” (zij, uiteraard).

Hoewel ik nog steeds een fiscale onbenul ben, heb ik begrepen dat het in de arm nemen van een belastingadviseur niet betekent dat je overal vanaf bent. Zo’n adviseur moet voorzien worden van allerlei financiële documenten, door mijn vrouw het voorbije jaar ijverig in dikke mappen opgeborgen, tenzij ik ze met de reclamefolders opgelucht had weggegooid. Elk jaar pleegt ze hierover uitgebreid overleg met die adviseur, de enige man die ik haar gun en toevertrouw.

Als de adviseur zijn werk gedaan heeft, stuurt hij allerlei onbegrijpelijke, door hem ingevulde papieren terug, waarna mijn vrouw zich verplicht voelt om alle cijferreeksen nog eens goed na te lopen. Soms raadpleegt ze daarbij mij, maar meer uit wanhoop dan in de verwachting dat ik haar daadwerkelijk kan helpen bij vragen als: „Zou het kunnen dat er een foutje is gemaakt bij de drempel specifieke zorgkosten?” Ik heb gemerkt dat het meest bevredigende antwoord bijna altijd is: „Reken het nog eens goed na.”

Lees ook: de column van Japke-d. Bouma: Zit je lekker, in je belastingparadijs?

Hoe moet dat als ik er ooit „alleen voor kom te staan”, iets wat elk samenlevend mens zich weleens zal afvragen? Ik weet het niet, maar ik huiver nu al. Gelukkig is er altijd nog het Leger des Heils.

De afgelopen dagen heb ik ook iets van deernis gevoeld terwijl ik mijn vrouw zo bezig zag met heel die fiscale rimram. Ik heb zelfs besloten de kranten bij haar weg te houden en het NOS Journaal zogenaamd te vergeten. Dit om haar een ellendig gevoel van vergeefsheid te besparen. Want ga er maar aan staan als plichtsgetrouwe belastingbetaler: je slooft je uit om de fiscus ter wille te zijn, je berekent tot achter de komma wat je de staat verschuldigd bent en als dank krijg je te horen dat Nike, Procter & Gamble en andere graaiende multinationals voor honderden miljoenen via Nederland hun belastingen konden ontduiken.

Nederland belastingparadijs? Jawel, maar voor wie? Ik geloof dat ik nu retorisch begin te klinken, maar zo klinken de rulings ook, die voor bedrijven zo profijtelijke afspraken met de Belastingdienst.

Ook met mijn belastingadviseur voel ik enig medelijden. Hij staat nu brave burgertjes ter zijde bij het invullen van hun belastingformulieren, maar hij zou veel meer kunnen verdienen als hij de grote multinationals aan hun fiscale gerief hielp. Op naar het paradijs!

„Staat er nog iets leuks in de krant?”, vroeg mijn vrouw deze week vanachter de papierberg op haar werktafel. Ik had haar net wat koffie gebracht om haar een beetje fris te houden.

„Leuk is niet het goede woord”, zei ik, „laten we het op belachelijk houden”.