Opinie

Erotische grenzen verleggen doe je zo

Hoe doe je dat? Je sekspartner om toestemming vragen zonder dat het tussen de lakens een truttige bedoening wordt? en ontdekken dat wie zich veilig weet, sneller erotische grenzen verlegt.

In een filmpje dat druk gedeeld wordt op de sociale media, drinken getekende stokkenmannetjes thee. Een mannetje dat geen zin heeft in thee, giet je geen kop earl grey door de strot, leren we. Ook al zei het mannetje een uurtje eerder nog dat hij best dorst had. En mannetjes die laveloos op de vloer liggen, die hebben al helemaal geen behoefte aan warme dranken. De stokkenmannetjes moeten ons leren wat consent is. Het lijkt zo duidelijk: seks en aanverwanten, dat doe je alleen maar met iemand die daar enthousiaste toestemming voor geeft.

Was het maar zo simpel. Een van ons liet zich onlangs masseren. De handen van de masseur glibberden naar de binnenkant van haar dijen. Niet naar het nog-net-niet-seksuele-territorium van de onderkant van de dijen, nee, ze overschreden de grens waar masseurs doorgaans strikt onder blijven, bang voor klachten en eindeloze procedures. Een klein zuchtje, een halfslachtig protesterend pruttelgeluid wist ze nog voort te brengen, voor ze liet begaan. Ook aan de binnenkant van de dijen zitten tenslotte overwerkte spieren, dacht ze. Daarna hielden de handen niet meer op met glibberen, naar plaatsen waar beduidend minder spieren zitten. De handen waren vaardig. Ze was alleen nog vlees, vlees vol zenuwuiteinden. Ze sloot haar ogen en werd in stilte gekneed. Als aan de handen een onaantrekkelijk lijf had gehangen, was dat zuchtje een verontwaardigde gil geworden. Maar de masseur was aantrekkelijk genoeg om te laten begaan. Pas toen ze rozig en glanzend van de olie in een badjas gewikkeld zat, herinnerde ze zich weer het bestaan van consent.

Ook vrienden en kennissen weerleggen dat vermoeden van duidelijkheid voortdurend. „Ik giet er gewoon een paar drankjes in, als hij dronken is, zal hij wel aan me willen zitten”, merkte een vriend op in een chatgesprek over een nieuwe crush. „De meeste vrouwen zeggen initieel nee, maar eigenlijk willen ze maar één ding: met een man mee naar huis. Je moet hen gewoon over hun schroom heen helpen”, zei een kennis die zichzelf progressief vindt. Geen van ons beseft dat we buiten de consentzone beland zijn.

Consent maakt van seks geen cleane boel waaruit elke machtsdynamiek is weggegomd

Sinds een jaar of tien is er aandacht voor dat begrip, ‘consent’. Toch blijft het een onderontwikkeld concept waarvan zelfs de basisdefinitie verder uitgedacht moet worden, besluit een overzicht van de vakliteratuur.

De wettelijke definitie van consent is een aloud feministisch strijdpunt. In de late negentiende en de vroege twintigste eeuw ging het over het vastleggen van seksuele meerderjarigheid – age of consent in het Engels. De tweede feministische golf creëerde meer bewustwording rond verkrachting. De heersende visie op verkrachting als een zaak van enge mannetjes in verlaten steegjes bleek niet te stroken met de realiteit. Verkrachting gebeurde veel vaker binnen het zogenaamd veilige gezin, of door een welgemanierde date die je een chic diner had betaald. Grensoverschrijdend gedrag op het werk werd niet meer gepikt als part of the job, maar kreeg het label seksuele intimidatie. Slogans als ‘Nee is nee!’ griften het recht van vrouwen om nee te zeggen tegen seksuele avances in het collectieve geheugen. Ook juridisch moest er heel wat worden aangepast. Gedwongen seks binnen het huwelijk was tot 1991 in Nederland wettelijk toegestaan. Door de echtelijke plichten te aanvaarden, gaf je eenmalig toestemming om seks te hebben. Daarmee was je de verdere beslissingsmacht over je eigen lichaam voorgoed kwijt.

In de jaren zeventig en tachtig leerden vrouwen dat ze zichzelf moesten wapenen – met kennis, verbale assertiviteit, desnoods met zelfverdedigingstechnieken. Maar er voltrok zich ook langzamerhand een verschuiving in het denken over wat onze seksuele daden reguleert. Steeds meer mensen vonden dat niet preutsheid, angst, of het beschermen van de eerbaarheid seksualiteit in goede banen moesten leiden, maar dat zelfbeschikking, keuzevrijheid en consent de morele en juridische basis van seks moesten worden.

Dat zie je als je kijkt naar de geschiedenis van ‘love operations’ – een ingreep waarbij vrouwen die tijdens de bevalling een knip kregen, ongevraagd extra strak werden dichtgenaaid door gynaecologen die dachten daar de echtgenoten een plezier mee te doen. In het begin van de jaren zeventig vochten feministes de praktijk aan omdat vrouwenlijven veranderd werden met het oog op mannelijk seksueel plezier. Tegen de jaren tachtig had zich echter een heel nieuw feministisch gedachtegoed ontwikkeld. Love operations worden nu verwerpelijk gevonden omdat vrouwen op voorhand geen consent konden geven.

De afgelopen jaren zagen ook seksuele voorlichters mogelijkheden in het begrip consent. Niet alleen als een manier om seksueel grensoverschrijdend gedrag een halt toe te roepen, maar ook om geilere seks te hebben. Om ja te zeggen op je verlangens, en andere mensen daar op een open manier bij te betrekken. Wat begonnen was als ‘Nee is nee!’ kreeg de toevoeging ‘én ja is ja!’. Seksuele voorlichters deden daarbij een beroep op de expertise die door de kbsm(kink/bondage/sm)-gemeenschap ontwikkeld was. Juist omdat deze mensen bewust experimenteren met fantasieën waarbij macht, dwang, pijn en grensoverschrijding een belangrijke rol spelen, werden ze verplicht om goed na te denken over hoe je dat doet zonder iemand emotionele of lichamelijke schade te berokkenen. Ze goten consent in praktische vormen zoals safe words en het stoplichtsysteem: groen is doorgaan, rood is stoppen en oranje is vertragen. ‘Let’s be careful with each other so we can be dangerous together.’ Een leuze die vermoedelijk uit de burgerrechtenbeweging komt, maar wonderwel van toepassing is op consent. Deze voorlichters wezen er ook op dat consent niet alleen een individuele verantwoordelijkheid is. De hele maatschappij moet meehelpen om een omgeving te creëren waarin iedereen het gevoel heeft ja en nee te mogen zeggen. Nu heeft niet elke nee evenveel slagkracht. Sekswerkers merken vaak dat klanten en politie hun recht om nee te zeggen in twijfel trekken. Je kunt dan nog zo assertief nee leren zeggen, als machtsongelijkheden niet aangepakt worden en ervoor zorgen dat toehoorders je nee niet serieus nemen, is er nog steeds een probleem. Consent is trouwens geen zaak van kwetsbare vrouwen die beschermd moeten worden tegen nare mannen. Kennissen die homo zijn, geven aan dat ook voor mannen consent broodnodig is. „In bepaalde homokringen leeft nog steeds het idee dat consent eigenlijk niet echt van toepassing op ons is”, verzucht één van hen. „Zo van, we zijn hier allemaal mannen, weerbare jagers onder elkaar. Wanneer iemand het niet leuk vindt, dan zal hij me wel op mijn plaats zetten, dus toestemming vragen hoeft niet. Dat loopt natuurlijk ontzettend vaak mis.”

Maar hoe doe je dat dan, consent toepassen zonder dat seksualiteit een truttige bedoening wordt? We gingen te rade bij Pieter Beck (36), een man die flirtworkshops organiseert. Bij het woord ‘flirtworkshops’ denken we meteen aan players die proberen je dopaminerespons te hijacken door je toe te roepen dat je uitzonderlijk mooie ogen maar een plompe mannenneus hebt, in de hoop dat je in de verwarrende wolk van afwijzing en love bombing over hun penis struikelt. „Waar jullie aan denken, dat zijn pick-up artists”, drukt Beck ons op het hart. „Die domineren alles wat met versieren te maken heeft en verpesten het voor iedereen die op een oprechte manier met dit onderwerp bezig is. Flirten is trouwens ook iets totaal anders dan versieren. We flirten, je versiert iemand. Hoor je het verschil? Flirten is iets wat je samen opbouwt en aftast, bij versieren leg je je verlangen bij een ander. Het is echt belangrijk dat er plekken zijn waar we over flirten kunnen praten, nadenken, het oefenen. Anders kunnen mensen die worstelen met flirten – en dat zijn er meer dan je zou vermoeden – alleen bij pick-up artists terecht. Flirten is veel te leuk en waardevol om het aan hen over te laten.”

Zijn workshops gaan over „speels communiceren, maar ook over lichamelijkheid aanvoelen, bewustwording van hoe een gesprek kan veranderen.”

Waar loopt het volgens hem dan fout, al avances makend? „Het idee dat vrouwen grenzen moeten bewaken en mannen daaroverheen moeten proberen te gaan om te krijgen wat ze willen, is funest. Het zou vanzelfsprekend moeten zijn dat iedereen in een flirtspel een vol waardige subjectpositie heeft, verlangens kan uiten, en de ruimte moet krijgen en maken zodat alle betrokkenen volmondig ja én nee kunnen zeggen. Maar we zijn ontzettend slecht in nee. We leren niet goed om nee te zeggen, en nee goed ontvangen kunnen we eigenlijk ook al niet.”

Klinkt mooi, allemaal. Maar dat leert ons nog niet om te gaan met de grijze zones waarin we soms belanden. Uiteraard respecteer je een duidelijke nee, ook al is die pijnlijk. Uiteraard vraag je om een enthousiaste ja wanneer iemand bevriest.

Maar wat met die wereld aan situaties waarvan we niet goed weten of wat we willen wel een goed idee is? Een wereld vol misschiens. Een wereld waarin we ons aangetrokken kunnen voelen tot mensen die onze grenzen – al dan niet subtiel – overschrijden. En dat zelfs als opwindend kunnen ervaren. Lekker hypocriet zijn we ook: hoe mooier de overtreder, hoe gewilliger we zijn. Een wereld ook, waarin we zelf mensen zijn die de grenzen van anderen ongewild overschrijden.

Er wordt vaak korzelig gereageerd, wanneer we het over consent hebben. Zelfs wie het vanzelfsprekend vindt dat je je hand niet in de uitnodigend strakke skinny jeans van een man steekt die zo dronken is dat hij zijn eigen naam niet meer goed weet, vindt consent vaak té politiek correct. Hoogstens geschikt voor tieners die echt nog van niets weten. Het is gedoe dat alle erotiek doodt. „Moet je dan bij elke aanraking je advocaat om juridisch advies vragen?”, wordt er schertsend gevraagd. „Het idee dat we niet over seks hoeven te praten, dat je je sekspartners perfect kan aanvoelen, dat is een van de hardnekkigste mythes over seks die er zijn”, vindt Marije Janssen van het Platform voor Seksualiteit. Die geeft workshops over consent en baseert zich daarbij op het ‘Wheel of Consent’ van Betty Martin. Het gaat om meer dan alleen oké zeggen op een bepaalde actie. Het gaat niet alleen om wat je gaat doen, maar ook om voor wie je de dingen eigenlijk doet.”

„Kijk”, Marije toont ons een cirkel die in vier kwadranten wordt verdeeld: geven, ontvangen, toestaan en nemen. „Meestal worden de interacties tussen mensen opgesplitst in geven en ontvangen, Betty voegt daar toestaan en nemen aan toe. Dat kan allemaal heel prettig zijn. Maar je merkt dat de meeste mensen zich bij één specieke kwadrant niet op hun gemak voelen. Veel vrouwen worden kregelig van ontvangen, vinden eigenlijk dat ze hun partner moeten belonen door luidkeels te hijgen.” Maar het blijkt nemen, nemen waar je naar verlangt, dat voor het gros van de mensen pas écht ingewikkeld is. „Vrouwen leren zelden om de rol van neemster te spelen, heteromannen vrezen als roofdieren over te komen. Er hangen ook zoveel negatieve associaties rond nemen: egoïsme, afpakken, overweldigen. Maar dat gebeurt alleen wanneer je neemt zonder duidelijke consent. De pussy grabber neemt niet te veel, de pussy grabber wéét helemaal niet hoe hij moet nemen. Die staat ergens mijlenver buiten het consentwiel te graaien. Nemen met consent is namelijk een verdomd kwetsbare positie. Als ‘hé, wil je dit bij mij doen’ al een spannende vraag is, dan is ‘hé, mag ik dat met jouw lijf doen’ het helemaal.” Het gesprek over consent wordt nu zelden gevoerd: niet thuis, niet op school, niet onder vrienden. Maar hoe moet het dan wel? Moeten we allemaal een consentwiel op ons nachtkastje hebben liggen, om angstvallig te checken voor wiens plezier we die soixante-neuf nu aan het doen zijn? „Nee natuurlijk niet”, lacht Marije. „In een vrijpartij lopen al die kwadranten en dynamieken voortdurend door elkaar. Maar het wiel kan de zaak wel verhelderen wanneer je in een grijze zone terechtkomt. En het leert je voeling te krijgen met de manieren waarop je aanraakt, aangeraakt wilt worden en hoe je daar om kan vragen. Duidelijke grenzen geven juist de mogelijkheid om vrijer te zijn.”

Lees ook: de column van Rosanne Hertzberger hierover: Man in tijden van #MeToo

Erotiek is natuurlijk vaak: het opzoeken van grenzen. We willen niet altijd een autonoom individu zijn, dat duidelijke grenzen heeft. Geen subject met duidelijk afgebakende verlangens, maar een verwarrende orkaan, een fenomeen dat niet uit één begrensde kern bestaat maar uit miljoenen tintelende deeltjes, uit ontelbare gelijktijdige bewegingen. We willen lijf worden in een uitwisseling van zweet en sap, tot we niet meer goed weten waar we zijn, hoeveel uren er verstreken zijn, en of het huis in de tussentijd in de fik is gevlogen. Nauwelijks nog bestaan en tegelijkertijd heel heftig bestaan. We willen dat de grenzen poreus worden. Niet meer goed weten wie wie is en wie wat verlangt. Eén grote kloppende kut zijn. Als we iets uit onze exploraties over consent geleerd hebben, is het dat bewust omgaan met consent van seks geen cleane boel maakt, waaruit elke machtsdynamiek weggegomd is. Consent creëert juist de randvoorwaarden om dat soort geweldige seks mogelijk te maken. Consent vraagt ons om elkaar als autonome individuen met zeggenschap over het eigen lijf te bekijken. Consent vraagt ons ook om elkaar als gelaagde en complexe wezens te bekijken. We kunnen én een trillend gat én een kritisch denker zijn, én sterk en kwetsbaar. Als we ons veilig, begrepen en gerespecteerd weten, durven we onze grenzen sneller op te zoeken en te verleggen.