Recensie

Een gitaar moet je ook kunnen overgooien

The Tielman Brothers

Ze zetten de spectaculairste rock-’n’-rollshow neer, vier jongens uit Breda die rond hun twintigste uit Indonesië waren gekomen. Ze zouden nooit helemaal doorbreken.

The Tielman Brothers vonden show erg belangrijk. Foto Anja Schilling/HH

Een muziekoptreden op de Nederlandse tv in 1960: een contrabas wordt heen en weer gezwiept als tennisracket, de gitarist bespeelt zijn instrument achter de rug, de drummer slaat overal waar hij kan. Extremer dan Jerry Lee Lewis en flamboyanter dan Little Richard: dit doet nog het meest denken aan het wilde podiumgedrag van Jimi Hendrix of The Who. Maar het keurig gekapte publiek van witte vijftigers dat in het filmpje te zien is, applaudisseert voor vier jongens die in 1957 uit hun geboorteland naar Breda waren gekomen om furore te maken: The Tielman Brothers.

Wie die beelden ziet, moet wel concluderen dat ze hun tijd ver vooruit waren, en verbaasd zijn over hun bescheiden reputatie in de muziekgeschiedenis. Uit deze verwondering – en bewondering – is Helden van toen geschreven, waarin schrijver en muzikant Harm Peter Smilde (1966) probeert de gebroeders Tielman hun gerechtvaardigde plaats te geven in de Nederlandse rock-’n’-roll.

De band geldt als de belangrijkste vertegenwoordiger van de ‘Indo-rock’: muziek van jonge, vaak virtuoze muzikanten uit voormalig Nederlands-Indië. Onder invloed van radiostations van het Amerikaanse leger hadden die zich het rock ’n’ roll-idioom van Elvis Presley, Bill Haley en Ritchie Valens eigen gemaakt. De term werd er pas zo’n tien jaar later opgeplakt en Smilde legt, terecht, uit dat die een kunstmatig onderscheid creëert. Ook Nederlandse jongens begonnen rock-’n’-rollbandjes, en waren soms óók succesvol, zij het meestal net wat minder flamboyant. En andere ‘indo’s’ waren succesvol met vriendelijker muziek: ‘Brandend zand’ van Anneke Grönloh of ‘Ramona’ van de Blue Diamonds.

Hoe goed en vooruitstrevend ze ook waren, de Tielmans werden met verbazing en minachting bekeken. Rock-’n’-roll was ‘dat nare bijproduct van 128 uren ‘vrije tijd’ waarover de moderne mens beschikt’ en wat de Tielmans maakten waren ‘uitingen welke de grenzen van het normale overschrijden’.

Nu moet gezegd dat de gebroeders Tielman ook niet zo heel veel moeite deden om Nederlandse roem te verwerven. Als ze de kans kregen om voor een flink bedrag maanden in dezelfde club te spelen, vooral in Duitsland, deden ze dat. Serieuze tijd voor studio-opnames namen ze niet, en hits zouden ze niet scoren. Bovendien werd het op Amerikaanse leest geschoeide geluid langzaam vervangen door dat van The Beatles.

Dat muzikale verhaal vertelt Smilde goed, waarbij hij de hoofdpersonen uitgebreid aan het woord laat en hun verhalen met gepast wantrouwen opschrijft zonder ze dood te slaan. De beschrijvingen van hun manier van spelen zijn interessant en inzichtelijk: de Amerikaanse inspiratiebronnen werden opgetuigd met krontjong-invloeden en Aziatische toonladders, maar ook met Hawaïaanse steelgitaar en Latijns-Amerikaanse elementen. Ook de klassieke Europese traditie kwam aan bod: ‘18th Century Rock’ was een bewerking van een pianosonate van Mozart. In de maanden dat ze vrijwel dagelijks speelden op het Hawaïaanse paviljoen van de Wereldtentoonstelling in Brussel (1958) raakten ze perfect op elkaar ingespeeld.

Minder overtuigend is de Nederlandse cultuurhistorische context, die wel erg uitgebreid en braaf behandeld wordt. Ook de passages waarin de auteur zich inleeft in contemporaine situaties kunnen gemist worden. Maar het gaat Smilde duidelijk ook om het contrast met naoorlogs Nederland, dit was het Nederland van De avonden, en daarin vallen de gelikt uitziende rockers uit de toon. Show was belangrijk, met de smetteloze pakken (‘de mensen luisteren met hun ogen’, aldus vader Tielman). Hoe belangrijk, dat blijkt uit het feit dat een gitaar ook werd beoordeeld op het vermogen hem makkelijk te kunnen overgooien.

Vanaf 1963 waren de hoogtijdagen achter de rug, en dan komen de verhalen over ruzies, botsende ego’s, bandwisselingen, te dure auto’s en al dan niet op afbetaling gekochte versterkers. Het enige hitje dat ze (pas in 1967) scoren, is ‘Little Bird’, een lieflijk en dus atypisch liedje.

Helden van toen is een overvol, beetje rommelig en erg ambitieus boek. Maar het geeft de Tielman Brothers op een genuanceerde manier wel een verdiende plek in de Europese geschiedenis van de rock-’n’-roll.