Recensie

Dood waart door de zalen op kunstexpo over kernenergie

Beeldende kunst

Een doodstille tentoonstelling toont gevaren van kernenergie en wil samenwerken met de nucleaire wereld. Maar waar leidt dat toe?

Shuji Akagi, Fukushima Traces, 2011-2013

Het is zomer 2011, en de bewakingscamera kijkt als altijd uit over het Japanse industrieterrein. Maar gewone arbeiders zie je er niet lopen. Want dit is Fukushima, waar een half jaar eerder een verschrikkelijke kernramp plaatsvond. En dan loopt daar een man, in een wit maanpak, die de camera ontdekt. Hij loopt eropaf en als hij midden in beeld staat, dan wijst hij. Met zijn wijsvinger wijst hij, naar jou, de kijker. Hij ademt zwaar en zijn ogen, moeilijk te zien door het pak, lijken fel. En hij wijst. Naar jou, naar ons, naar mij, naar de wereld die kernreactoren bouwt die kapot gaan. Wij? Zijn wij de schuld?

In deze expositie zijn wij dat: een kunsttentoonstelling over kernenergie in expositieruimte Z33 in het Belgische Hasselt, die opent met dit toevallig opgevangen videobeeld. Verwacht een groepsexpo vol radioactieve schoonheid, geknetter, fall out. Waar uraniumerts schittert en waar stippelige foto’s hangen die gemaakt zijn in Japan. Zonder camera, maar door gevoelig papier bloot te stellen aan de lucht. Natuurrampen zijn vol schoonheid. Vol regenboogkleuren glinstert de olie op de rotsen in een video van Susan Schuppli, waar ooggetuigen vertellen over mijnwerkers die het leven lieten in uraniummijnen in Gabon. Langzaam scheert Schuppli langs pittoreske natuurrampen wereldwijd, zachtjes zie je een wit poeder neerdwarrelen over bossen.

Net nu half Nederland jodiumtabletten heeft ontvangen vanwege de nabije kerncentrales waart hier de dood door de zalen. De expositie met 26 kunstenaars past in een langerlopende samenwerking van Z33 met nucleaire instanties. Die werken mee, ze willen anders opereren en communiceren. Dat moet ook wel, getuige de in deze expositie als ‘nucleaire folklore’ – die term is ook knap dodelijk – getoonde oudere informatiefolders voor het hele gezin. Openheid en zichtbaarheid moet, en zo zie je ook voorstellen: een installatie voor een bezoekerscentrum van Cécile Massart, comicachtige wachterbeelden sculpturen ter markering van nucleaire locaties door Andrew Weir. Maar de maquette is meer een installatie dan praktisch uitvoerbaar, Weirs sculpturen zijn, nou ja, doodeng.

Duivels dilemma

Dus een goed plan deze samenwerking, maar het is nog onduidelijk waar het toe leidt. Intussen staan we aan de rand van de afgrond, zoveel maakt de tentoonstelling duidelijk. Maar kernenergie dan maar afschaffen, zo simpel ligt het niet. Kijk bijvoorbeeld naar de film van Lise Autogena en Joshua Portway over Groenland. Daar is vis verdwenen en daarmee de visserij, met werkloosheid en leegstand tot gevolg. Maar, door de klimaatverandering wordt Groenland groener en wordt mijnbouw er opnieuw meer toegankelijk: mijnen met onder meer uranium. Dat kan economische bloei betekenen, wat kan bijdragen aan onafhankelijkheid van Denemarken. En dát helpt weer om de Groenlandse cultuur en taal te behouden. Maar de gezondheidsrisico’s dan, zeggen critici in de film. De schapen met zwart geworden ingewanden? De winden die stof uit de mijnen oppakken en meevoeren? Zo brengt de film een diep verdeelde gemeenschap in beeld. En een duivels dilemma.

Kernenergie is onlosmakelijk verbonden geraakt met zo veel. Zoals de film van Yelena Popova over een geheime atoomstad in de Sovjet-Unie waar mensen woonden in een utopisch ideaal met volle winkelschappen, maar de dood nabij was. Het goede van de tentoonstelling is hoe ze alle verhalen onderling verbindt: over energieverbruik en vooruitgang, het moderne denken, de wedloop in wapens en welvaart, waarvoor offers werden en worden gebracht. En dus wijst de man in Fukushima naar ons.