Column

Dag

Het is vandaag een beetje met sokken in iets nats staan, een telefoon laten vallen op de grond van een vieze wc in een gore kroeg naast een schmutzig stukje wc-papier, ruzie met een paraplu, een gat in een boodschappentas, fruit dat op straat rolt, een laagje vocht in de koelkast van vergeten groenten en vlokken die in het beste geval eerst een etiket of sticker waren, een verloren paraplu, aurakruipers in een rij, mensen die zeggen dat je normaal moet doen, afgesneden worden van de verkeerde kant, mensen die aan het begin van hun spijsverteringskanaal al naar poep ruiken, voetgangers die extra langzaam lopen op het zebrapad, boze oude mannen die trut roepen op de fiets, vrouwen die commentaar op je lichaam/leven/geestelijke gesteldheid vermommen als zoetgevooisde bezorgdheid en dit uiten als ze er zeker van zijn dat er genoeg mensen meeluisteren, maar het is vandaag ook een beetje die droevige nieuwe overbuurman die je nog niet eerder zag.

Een man die sigaretten rookt uit een piepklein raampje. Misschien heeft u niet zo’n overbuurman. Ik blijkbaar wel. Aan de achterkant. Op zo’n zeven en een half meter van mijn raam staat hij sinds kort te roken. Er zijn mensen die een woonkamer van zeven en een halve meter lang hebben, dus als ik, zoals nu, aan mijn eettafel via vele kanalen een schimmige pakketdienst te pakken probeer te krijgen omdat ze een voor mij bestemd pakket gegijzeld hebben, is het eigenlijk alsof er een wildvreemde man in mijn woonkamer tegen de deurpost geleund staat te roken terwijl hij droevig naar me kijkt.

Het is eigenlijk alsof er een wildvreemde man in mijn woonkamer tegen de deurpost geleund staat te roken

Hij komt overduidelijk recht uit de jaren tachtig. Hij zal iemands oom zijn, iemands oom die eigenlijk bij de Duitse grens woont maar die weer contact heeft gezocht nadat hij zijn herder Laika verloor tijdens een weddenschap in het poolcafé. Hij wil geld lenen om die hond terug te krijgen, denk ik, en logeert nu al rokend bij de overburen tot hij het voor elkaar heeft. Ook eet hij de koelkast leeg, denk ik, en hij drinkt lauw bier uit een krat. Ik heb hem al een paar keer per ongeluk aangekeken omdat ik voelde dat hij naar mij keek. Ik ben bang dat hij straks hier uit het raam wil komen roken. Stel je voor dat hij echt uit de jaren tachtig komt en ik de enige ben die hem kan zien. Misschien wil hij uitleg over wat hij allemaal op tv ziet terwijl hij wacht tot zijn familie zijn bestaan erkent. Hij zal Tineke de Nooij missen, misschien. Zou zomaar kunnen dat hij hulp wil om weer terug te komen in de jaren tachtig, naar zijn hond Laika, en dat ik als ik hem hulp bied per ongeluk meegezogen word naar die vreselijk grauwe tijd. Nee hoor, dankje de koekoek, rare oom.

Ik hoop natuurlijk heel erg dat hij Laika terugkrijgt, het was een beste hond, maar ik doe toch de gordijnen dicht. Beter, voor alles en ook voor iedereen. De automatisch gegenereerde excuses van de pakketdienst die ik ontvang, maken de dag wel af. Dat hadden ze in de jaren tachtig nog niet.