Recensie

Crane kraakt Dawkins

Nieuwe atheïsten afgeserveerd

Atheïst Crane verwijt Dawkins gebrek aan inzicht in de geloofscultuur.

Je bent ’s werelds bekendste atheïst of je bent het niet, en dus zei Richard Dawkins in oktober tegen de Volkskrant dat geloven ‘lui’ en ‘laf’ is. Hiermee bevestigde hij weer eens de reputatie van de ‘Nieuwe Atheïsten’ als provocerende oproerkraaiers.

Volgens Dawkins dienen religies actief bestreden te worden. Hierbij slaat hij volgens zijn critici geregeld een neo-conservatieve, islam-kritische toon aan. De tijd dat een atheïst louter het bestaan van God ontkende, ligt in het tijdperk van de Nieuwe Atheïsten ver achter ons. Of, zoals het populaire Twitter-account @existentialcoms het verwoordt:

– Oud Atheïsme: ‘Er is geen God.’

– Nieuw Atheïsme: ‘We moeten meer moslims bombarderen. De Europese cultuur is superieur. Ook is modern feminisme een kanker.’

Het is niet verwonderlijk dat sommige gelovigen zich aangevallen voelen door Dawkins en consorten. Maar er zijn ook atheïsten die Dawkins’ inktzwarte kijk op religie verwerpen. Onder anderen de filosofen Thomas Nagel en John Gray verwijten hem een vlakke, bekrompen blik.

Van de atheïstische Britse filosoof Tim Crane, die verbonden is aan de Central European University in Boedapest, verscheen onlangs The Meaning of Belief. Dit handzame boekje is niet geschreven als rechtstreeks antwoord op Dawkins en zijn geestverwanten ; het laat zich eerder kenschetsen als een basisgids ‘geloof voor atheïsten’.

Wel adresseert Crane het ‘stagnerende’ debat tussen Nieuwe Atheïsten en gelovigen. ‘In feite hebben we helemaal geen discussie; alleen mensen die langs elkaar heen praten of naar elkaar schreeuwen.’ Veel gelovigen, constateert hij, negeren Dawkins’ kritiek omdat ze zich simpelweg niet herkennen in het geschetste beeld. Het interessante is dat Crane in dit debat de gelovigen gelijk geeft.

Ook al gaat het boek niet specifiek over hem, Dawkins wordt danig gefileerd, in uiterst precieze zinnetjes. Volgens Crane lijdt zijn landgenoot aan een fundamenteel gebrek aan inzicht in de religieuze praktijk. Het begint al met zijn definitie, aldus Crane. Dawkins ziet religie vooral als een combinatie van een moraal en iets bovennatuurlijks – en dat transcendente vindt hij natuurlijk onwaar. Crane zet daar een rijker geschakeerd beeld tegenover: geloven bestaat ook uit praktische handelingen, het is iets wat mensen aan een gemeenschap bindt en het schrijft voor hoe mensen moeten leven.

Dawkins en Crane zijn het uiteraard eens op één hoofdpunt: dat God niet bestaat. Maar waar Dawkins vervolgens concludeert dat iedereen met een andere opvatting dom is, probeert Crane in de gedachten van gelovigen te kruipen. Het moge zo zijn dat het idee God als schepper van hemel en aarde geen wetenschappelijk houdbare hypothese is, maar dat kan de gelovige niets schelen; hij is gelukkig met zijn geloof omdat het zijn leven betekenis verschaft. Dan kun je wel krampachtig blijven volhouden dat zijn hypothese niet deugt, maar daarmee bereik je hem niet.

Rigide opvattingen

Zo weerlegt Crane punt voor punt de rigide opvattingen van de Nieuwe Atheïsten. Is het echt zo erg dat kinderen religieus worden opgevoed, omdat ze dan niets te kiezen hebben? Je hebt toch ook je familie niet voor het uitzoeken? En gaan zogenoemde godsdienstoorlogen wel echt over godsdienst, zoals veel Nieuwe Atheïsten stellen? De Joegoslavische Burgeroorlog was toch helemaal geen theologisch dispuut tussen de katholieke Kroaten en de orthodoxe Serviërs?

Geloof hoort bij de wereld, aldus Crane. Het heeft een enorme positieve waarde in de levens van velen, het geeft mensen het gevoel dat ze bij een cultuur horen en een geschiedenis hebben en het geeft ‘het gevoel dat er waarde is in iets voorbij de verlangens van het huidige moment’.

Hierna worden de Nieuwe Atheïsten op uiterst Britse wijze afgeserveerd: ‘Het spreekt niet voor zich dat de beste manier om mensen op andere gedachten te brengen is om ze te vertellen dat ze dom, irrationeel of hopeloos onwetend zijn.’ Zijn opponenten, zegt Crane, zijn moralisten die zich ernstig vergissen. De toekomst van het atheïsme zit niet in strijd en bekering, maar in tolerantie en begrip.

Dawkins beschouwt zijn collega ongetwijfeld als een ‘thee drinkende wegkijker’. Toch is het een verademing om na de schrille dogma’s van de drammerige Dawkins nu eens een intelligente poging van een atheïst te lezen om werkelijk te begrijpen wat gelovigen beweegt.

Vooral met God als misvatting is Dawkins behoorlijk invloedrijk geweest in het atheïsmedebat. Maar Crane maakt zeer overtuigend duidelijk dat Dawkins zijn onderwerp niet serieus neemt. Lees daarom The Meaning of Belief – voor een atheïsme zonder uitroeptekens.