Column

‘Au. Nee. Niet ook Louis C.K.’

#MeToo

Ron Rijghard is redacteur theater van NRC en een fan van Louis C.K. Hij reageert in deze column geschokt op het nieuws dat de Amerikaanse comedian zich seksueel heeft misdragen tegenover vijf vrouwen. „Je wilt het ontkennen, maar het besef dat het waar is komt snel.”

Louis C.K. Foto Rich Fury/AFP

Au. Niet Louis C.K. Dat was mijn eerste gedachte toen donderdagavond het bericht verscheen dat de Amerikaanse comedian Louis C.K. zich volgens een artikel in The New York Times in vijf gevallen seksueel had misdragen tegenover vrouwen. Toegegeven, dat is niet zoals het hoort. Of beter gezegd, dat is niet zoals ik zou willen zijn.

Bij elk bericht over aangerande of verkrachte vrouwen, in India in een bus of door een grijpgrage zakenman die later president van Amerika wordt, gaan veroordeling van de dader en empathie voor de slachtoffers al bij lezing van een artikel hand in hand. Als het ‘seksuele roofdier’ een man blijkt die je hogelijk bewondert, dan moet je een drempel over.

Op Twitter verschenen ook nu weer meteen lijstjes van gevallen helden. En de constatering dat 2016 het jaar was van de dode helden en 2017 het jaar van de gevallen helden. Onder de seksuele roofdieren zijn gevierde en bewonderde acteurs als Dustin Hoffman, Kevin Spacey en Ben Affleck. Dat zal velen spijten. Mijn grootste verdriet tot nu toe was de val van Bill Cosby: pionier van serieuze zwarte comedy op televisie in de jaren tachtig en in zijn vaderlijke rol een symbool van beschaving en wellevendheid.

De reflex is vergelijkbaar met die bij het horen dat er een geliefd persoon in je omgeving sterft: een vlaag van ontkenning. ‘Het is niet waar. Niet hij.’ Gevolgd door de nodige krachttermen. Het besef dat het waar is, komt snel. In het geval van Louis C.K. toen ik na enkele minuten aankwam bij een tweet van Emily Nussbaum, tv-criticus van de New Yorker en een baken van intellect en scherpzinnigheid. „Hulde aan iedereen die zijn verhaal deed in het artikel over Louis C.K. Het vergt grote moed om de waarheid te vertellen over zo’n machtige man. Ik ben blij dat in het kielzog van de onthullingen over Weinstein mensen zijn gaan luisteren.”

Zo is het. Simpel en waar. Geen gemaar.

Gebroken dromen

Ik schrijf dit artikel ook niet ter relativering. De naar buiten tredende vrouwen brengen een proces van broodnodige bewustwording op gang. Hun spreken zorgt ervoor dat de bij veel mannen diep gewortelde misogynie openlijk wordt bestreden. Dat beroemdheden worden aangeklaagd legt ook maar het topje bloot van een mannelijke mentaliteit die overal ter wereld vrouwen in problemen brengt. Wat ik beschrijf is slechts een neveneffect van dit proces van purificatie: dat grote mannen van hun voetstuk vallen.

Liefde laat zich moeilijk temmen, maar je moet ervan af. Je partner is vreemdgegaan en wat je hart je ook voor gevoelens opdringt: het is beter de relatie te verbreken.

Doet de aard van het wangedrag van Louis C.K. ertoe? In wezen niet.

De pijn van de slachtoffers van Louis C.K. komt overeen met die van andere slachtoffers van seksueel misbruik: de schaamte, de gebroken dromen en de gefnuikte ambities, die een levenslang trauma kunnen veroorzaken. Een aangerande vrouw uit het NYT-artikel, een comedian in opkomst, werd door Louis gebeld en ze vergaf hem, zegt ze. Maar dan staat er in het artikel: „Maar het incident had haar diep geraakt, vertelde ze, en het ontmoedigde haar om haar carrière als comedian voort te zetten.” Dat is een weerslag op de levens van veel slachtoffers: niet meer het leven kunnen nastreven dat je wilde hebben.

Zelfspot

Doet de aard van het wangedrag van Louis C.K. ertoe? In wezen niet. Het schrijnt alleen maar extra dat zijn wangedrag zoveel raakvlakken heeft met de grensoverschrijdende zelfspot die hem tot een van de grootste comedians in de Verenigde Staten maakt. Uit het artikel blijkt dat Louis C.K. zich opdrong aan vrouwen door in hun bijzijn te masturberen. Het moet gezegd: dat is een sneue manier van aanranden, die naadloos aansluit bij de figuur van Dikke Mislukkeling die hij speelt op het podium.

Vorig jaar schreef ik in een profiel over zijn briljante, duistere humor: „Als comedian exploiteert hij met veel smaak en genoegen een imago van dolende goedzak, timmerend op zijn dikke pens en wijzend op zijn ‘geen-gezicht’. Met een geslagenhondenblik kan hij schaamteloos een gênante seksgrap vertellen om te onderstrepen dat dit nu eenmaal zijn leven is, subtiel aangezet door een besmuikt lachje.”

Zijn seksuele onvermogen vormde een onuitputtelijke bron van grappen. Baanbrekend in zijn hekeling van alle vormen van leugenachtigheid en hypocrisie was hoe hij het aandurfde om kinderen te portretteren als kleine mensjes die je leven verpesten.

Zijn verslaving aan masturberen heeft hij eindeloos uitgebuit voor het komische effect, maar ook om de tragiek van zijn eenzaamheid uit te diepen. In zijn show Chewed Up (2008) zegt hij dat hij sinds zijn twaalfde geen dag heeft overgeslagen. Een goede graadmeter voor hoe je over het onderwerp denkt, zegt hij, is het moment dat je weer met masturberen begon na 9/11. „Bij mij was het tussen het vallen van de torens. Anders hadden zij gewonnen.” En in zijn programma One Night Stand zegt hij: „Masturberen brengt geen geluk. […] Soms brengt het genot, maar dat wordt meteen gevolgd door depressie en walging.” Hij identificeert zich met de rukker in het park. Zelf kan hij ook geen rustige plek thuis meer vinden om het te doen. ‘Dat is geen dakloze. Dat is een getrouwde man.’

Ontsteltenis

Die combinatie van zelfvernedering, zelfhaat en isolement komt perfect samen in een genadeloze grap over het leven ‘on the road’ in Hilarious (2010). Hij wordt laat wakker in een hotel, eet hete kippenpootjes als ontbijt, eet dan een bak ijs om het vuur in zijn maag te blussen en voelt zich dan zo slecht dat hij masturbeert. „En dan word ik aan het eind van de middag wakker met drie soorten schaamteglazuur op mijn buik.”

In datzelfde programma kon je zien hoe ver hij durfde te gaan. Hij vertelt dat hij een mooi stel op straat ziet lopen en benieuwd is hoe hun kind eruit zou zien. Dan, onverhoeds: „Misschien zou ik dat kind neuken.” Hij laat het gelach en rumoer in de zaal wegsterven en zegt dan: „Voor alle zekerheid. Dat zeg ik alleen omdat ik me vermaak met jullie ontsteltenis. Ik zou nooit een kind neuken.” Na een korte pauze: „Misschien als het kind dood zou zijn. Wie zou je kwaad doen?”

Dat is waarschijnlijk het meest shockerende nummer uit zijn oeuvre, maar de opmerking over de ‘ontsteltenis’ is essentieel. De manier waarop hij jongleert met de verwachtingen van het publiek laat zien waarom Louis C.K. wordt genoemd in het rijtje van de heel grote comedians als Bill Hicks en Chris Rock.

Dat hij zich in het echte leven allerminst in desolate eenzaamheid aftrok, wordt aangegrepen om vragen te stellen bij zijn werk. Maar het podium is een vrijplaats en zijn shows hebben niemand aangerand. Het gaat om wat de maker buiten het podium deed. Netflix en HBO verwijderen zijn werk uit hun aanbod. Alsof iemand nog zin heeft daar nu naar te kijken.

Correctie 10 november 2107: In een eerdere versie van dit artikel stond dat Emily Nussbaum voor de New York Times werkt. Ze is tv-criticus voor het weekblad de New Yorker.