Column

Adieu en merci

column; Hugo Camps; columnist

Nog één oefenpotje tegen de Roemenen en dan valt voor Dick Advocaat het doek over Oranje. Daarom nog niet over zijn voetballeven, want dat de 70-jarige coach voortaan op zondagnamiddag alleen nog de hond uitlaat, kan niemand zich voorstellen. Dick trouwens nog het minst.

Ik mag hopen dat het Nederlands elftal er in Boekarest een galamatch van maakt als eerbetoon aan de man die Oranje drie keer onder zijn hoede nam als bondscoach. En je kan veel van Advocaat zeggen, maar niet dat hij al die tijd sprakeloos in de dug-out heeft gezeten. Meestal coachte hij als een opgevoerde brommer, al was hij op zijn mooist in schaarse momenten dat hij met wazige blik een beetje voor zich uit zat te mijmeren. Zijn roerloosheid was echter altijd van korte duur. Met Dick was er permanent ontploffingsgevaar.

Wie drie keer bondscoach van een voetballand wordt, heeft iets te vertellen. Advocaat heeft zijn stempel gedrukt op het Nederlands elftal, eerst als assistent van Rinus Michels, later als autonome leider. Tussendoor ging hij in het buitenland nog wat prijzen pakken.

Toch is hij altijd onderschat gebleven. Voetbal was voor hem meer ambacht dan visie. Daar komen droge teksten van die ook nog eens gevoed werden door een licht minderwaardigheidscomplex. Dick was geen peoplemanager als Guus Hiddink en geen academicus als Marco van Basten. Zijn wapens waren sluwheid en instinct in een ongeziene heftigheid om te winnen. Daarmee is niet gezegd dat Oranje onder zijn leiding lazarusvoetbal speelde, maar de groep ronkte zelden. De coach had ook een hekel aan fantasietjes.

Wat hem soms opbrak was zijn overgevoeligheid voor kritiek. Zeker in zijn eerste jaren als bondscoach reageerde hij als door een wesp gestoken bij iedere afvallige zucht of scheet. Op een avond belde hij na een column in deze krant. Ik had geschreven dat hij zich als coach van PSV niet echt als een man van de wereld had laten kennen. Of ik dat even wilde uitleggen? En wie was er in Nederland dan wel een man van de wereld? Hij zei het ook nog met een halve snik in zijn stem.

Later ging het incasseren hem iets makkelijker af, maar aan zijn hele lichaamstaal bleef je zien dat hij boos was.

Advocaat was een behoudende coach, maar je kan niet zeggen dat hij verantwoordelijk is voor de staat van verloedering waarin het Nederlands elftal zich bevindt. Daar zijn anderen aansprakelijk voor. Wel jammer dat hij voor de wedstrijd tegen Schotland niet durfde te spelen met een experimenteel elftal.

Wil het voor Oranje nog wat worden, moet het mes in de selectie. Nieuwe jongens in de basis. Wesley Sneijder heeft veel betekend voor Oranje, maar zijn tijd is voorbij. Neem van die halve veteranen afscheid met een korte pijn. Tabula rasa moet nu het uitgangspunt zijn.

Dick Advocaat heeft veel gegeven aan het Nederlandse voetbal. Hij heeft een prominente plaats in de canon van Oranje. Als geen ander verdient hij een uitzwaaiwedstrijd. Het zou Eric Gudde sieren mocht hij daartoe alsnog een initiatief nemen.

Advocaat had zoveel ontzag voor zijn vader dat hij niet op zijn stoel durfde te gaan zitten. Ik hoop dat de Arena ooit nog een keer rechtstaat bij een minutenlang applaus voor de kleine generaal. Dick zal het niet drooghouden.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver