Zwichtte Rutte III nu voor chantage of niet?

Einde Dividendbelasting

Waarom werd bij formatie tot afschaffing van dividendbelasting besloten? Niet om beleggers in buitenland te verblijden, wel om risico dat Shell en Unilever hun hoofdkantoor weghalen.

Alexander Pechtold (D66), Mark Rutte (VVD), Sybrand Buma (CDA) en Gert-Jan Segers (ChristenUnie), op 10 oktober bij de presentatie van het regeerakkoord na de langste formatie ooit, waarbij afschaffing van de dividendbelasting een van de moeilijke punten was. Uiteindelijk namen de vier partijleiders pas half september zelf het besluit. Foto Peter Hilz/Hollandse Hoogte

Een ding is zeker: van de fiscaal specialisten van de vier coalitiepartijen kwam het voorstel om de dividendbelasting af te schaffen niet. Dat besluit werd op het hoogste niveau genomen, door de partijleiders van de onderhandelende partijen: Mark Rutte (VVD), Sybrand Buma (CDA), Alexander Pechtold (D66) en Gert-Jan Segers (ChristenUnie).

Dat waren ‘de brillen’ niet gewend: de vier specialisten van VVD, CDA, D66 en CU bedachten aan de ‘fiscale zijtafel’ een nieuw belastingstelsel, ze pakten de hypotheekrenteaftrek aan, stelden een hogere btw voor en groene belastingen voor bedrijven. Maar het inmiddels meest omstreden belastingvoorstel van de coalitie dienden zíj niet in.

Dát plan werd aan de tafel met de politieke leiders zelf ingebracht, zeggen betrokkenen. Vooral de VVD, met name premier Mark Rutte, maakte zich er tijdens de formatie hard voor. De onderhandelaars van CU en D66 waren tegen. Het CDA zat er tussenin, maar schaarde zich bij de VVD.

Het besluit de dividendbelasting af te schaffen viel uiteindelijk pas half september, na stevige discussies. De bonusregels voor de financiële sector werden níét versoepeld, een andere wens van de VVD en ook een fel discussiepunt. De dividendbelasting werd wel afgeschaft: een cadeautje van 1,4 miljard euro voor buitenlandse beleggers, sneert de oppositie.

Het ligt anders, zeggen coalitiepartijen. Aan de formatietafel is de overtuiging ontstaan dat er een risico bestond dat grote multinationals als Unilever en Shell zouden vertrekken, zeggen mensen in de top van de coalitie in reactie op de kritiek. Shell en Unilever zijn half Brits, half Nederlands. Hun aandelen zijn genoteerd aan de beurs in Londen en in Amsterdam. In Nederland geldt een dividendbelasting van 15 procent, in het Verenigd Koninkrijk niet.

Je zou jezelf toch voor je hoofd slaan als dit soort bedrijven in de kabinetsperiode vertrekken, zegt een van de onderhandelaars. Dat gaat om echte banen, van Nederlandse bedrijven, zegt een ander. Bovendien staan er andere dingen tegenover: belastingontwijking wordt aangepakt, aftrekposten versoberd. Toen het besluit viel wisten de vier partijleiders al dat het moeilijk zou worden om uit te leggen. Dat blijkt. Rutte III ligt al weken onder vuur van de gehele oppositie. Waarom geeft het kabinet deze lastenverlichting aan beleggers en gaat de btw op boodschappen omhoog? Hoe weet het kabinet dat het banen oplevert? En is Rutte gezwicht voor chantage door de machtige grotebedrijvenlobby?

Volgende week moet premier Rutte zich opnieuw in de Tweede Kamer komen verdedigen. Met zijn optreden bij de Algemene Beschouwingen vorige week, waar hij zei „te geloven tot in zijn diepste vezels” dat dit nodig is, neemt de oppositie geen genoegen. De eerste financiële beschouwingen van de nieuwe minister van Financiën, Wopke Hoekstra (CDA), werden donderdag overschaduwd door de ophef rondom deze dividendbelasting. Ook hij kreeg de volle laag, een nieuwe brief van premier Rutte om het plan nogmaals toe te lichten ten spijt. „Een flutbrief,” volgens GroenLinks-Kamerlid Bart Snels.

Unilever belaagd

Wat maakte het voor het nieuwe kabinet nou zo nodig om de dividendbelasting nú af te schaffen? „Unilever werd belaagd!”, zegt een betrokken onderhandelaar. En met de Brexit voor de boeg overweegt dit soort multinationals Nederland de rug toe te keren.

Unilever, de tweede multinational van Nederland (beurswaarde bijna 144 miljard euro, 3.200 werknemers in Nederland), kreeg begin dit jaar een onwelgevallig bod van de Amerikaanse concurrent Kraft Heinz. Dat bod en de iets fellere strijd rond verfconcern AkzoNobel die was losgebarsten, brachten de politiek tot het angstige inzicht dat de grootste bedrijven van het land kwetsbaar zijn voor buitenlandse partijen.

In reactie op het Amerikaanse bod kondigde Unilever een „heroverweging” aan van de bedrijfsstructuur. Moet het van oorsprong Nederbritse levensmiddelenconcern nog wel twee hoofdkantoren aanhouden, eentje in Londen en eentje in Rotterdam? Voor het eind van het jaar zal de raad van bestuur daarover een besluit nemen, bevestigt een woordvoerder.

De dividendbelasting zou een rol kunnen spelen bij dat besluit. „Het is een defensieve maatregel”, zegt een onderhandelaar.

Voor Shell, met een beurswaarde van ruim 231 miljard met afstand het grootste bedrijf van het land (10.000 werknemers in Nederland), speelt de discussie over de dividendbelasting al veel langer. In 2004 – kort na het schandaal rondom de te hoog voorgestelde olie- en gasreserves – besloot het energieconcern ingrijpend te reorganiseren. De Brits-Nederlandse duale topstructuur werd teruggebracht tot één bestuur en één hoofdkantoor. Shell koos voor Den Haag.

Het signaal voor het bedrijfsleven mag zijn dat wij op termijn deze belasting niet zien overleven.

Shell, bevestigt een woordvoerder, had bij die beslissing „de verwachting dat de dividendbelasting binnen afzienbare tijd zou worden afgeschaft”. Dat was mede gebaseerd op uitspraken van toenmalig staatssecretaris van Financiën, Joop Wijn (CDA). Die zei in november 2005 in een debat met de Kamer dat hij „geen toekomst” ziet voor de dividendbelasting. „Het signaal voor het bedrijfsleven mag zijn dat wij op termijn deze belasting niet zien overleven.” Wijn verlaagde het tarief in 2007 (van 25 tot 15 procent) maar schafte de dividendbelasting niet af.

De top van Shell, zegt de woordvoerder, heeft sindsdien „beleidsmakers bij herhaling laten weten dat dit onderwerp van vitaal belang is.” Hoe die lobby precies verliep wil Shell niet zeggen. En premier Rutte evenmin. „Mijn gesprekspartners moeten erop kunnen rekenen dat onze gesprekken in beginsel vertrouwelijk zijn”, schreef hij donderdag aan de Kamer.

Op de vraag hóé de onderhandelaars nu overtuigd zijn geraakt van de lobby door multinationals als Shell en Unilever, drukt Rutte zich ook in algemene termen uit. „Pleidooien van bedrijven en maatschappelijke partners weeg ik mee in mijn opvattingen.” Maar het besluit de dividendbelasting te schrappen is „eigenstandig” genomen.

Ook de andere onderhandelaars willen niet zeggen hoe ze overtuigd zijn geraakt. Wel zegt een van hen: de kans dat ze nu nog vertrekken is „nihil”. Zolang de vier partijen die duidelijkheid niet geven, blijft de dividendbelasting een politiek speeltje voor de oppositie. Nóg een debat met de premier, een hoorzitting met vertegenwoordigers van de multinationals – de oppositie grijpt elke kans aan om het besluit ter discussie te blijven stellen.