Column

Wat Utopia ons leert over onszelf

Zap Het realityprogramma Utopia loopt al meer dan duizend afleveringen. De microsamenleving van SBS6 stroomt als een rivier van gekibbel uit je toestel. Maar dat is niet het enige.

Utopia (SBS 6)

Het zal je maar gebeuren. Duizend afleveringen lang werk je je het schompes voor een nieuwe maatschappij en wat krijg je voor je kiezen in aflevering 1001? De belastingaanslag! 10.000 euro moesten de bewoners van Utopia ophoesten aan nog niet afgedragen BTW. Er kwam meteen ruzie van, maar dat is niet verwonderlijk want in Utopia komt altijd van alles meteen ruzie.

Meteen daarop volgde de perzikencrisis. Er was een recept, er waren boodschappen, maar wat bleek: te weinig perziken! Niet erg, volgens de een: bijna niemand vindt perziken uit blik lekker. „Maar die gooien het gewoon weg en dan hebben de anderen die wel perzik willen te weinig.” Onoplosbare kwestie. Kok in tranen.

Waarna we snel overschakelden naar een andere ruimte, waar een conflict was losgebarsten over de plaats van het podium voor de aanstaande salsa-avond. Dan voort naar een ruzie over een fotoshoot. De microsamenleving van SBS6 stroomt als een rivier van gekibbel uit je toestel. Maar dat is niet het enige.

Van de eerste 1000 afleveringen van Utopia had ik er 999 gemist, maar bij 1001 (dinsdag) en 1002 (woensdag) heb ik mijn ogen uitgekeken. Utopia ziet er allang niet meer uit als de lege loods op een kale vlakte met koe waar het in 2014 mee begon. Er is veel bijgebouwd en ingericht, er draait een webwinkel waar allerlei goederen en diensten worden verkocht: kleren, polaroidfoto’s, overnachtingen op het terrein, massages. Met succes – zie de belastingaanslag. Dat succes kan niet los gezien worden van de 500.000 mensen die dagelijks naar het programma kijken.

Maar Utopia is óók een sociaal experiment. Na ruim drie jaar kun je iets zeggen over wat Utopia ons leert over onszelf. In die spiegel zien we kenmerken die door de vorm van het programma worden aangemoedigd, zoals de vrees om uit de groep gestoten te worden, maar ook andere zaken. Veruit het belangrijkste dat mij opviel is hoe er tussen het ruziën en roddelen door („We waren daar tien minuten. Ze lagen de hele tijd te tongen”), verschrikkelijk hard wordt gewerkt.

In Utopia zien we een bootloze variant van de VOC-mentaliteit ontstaan. (Los van de mogelijkheid dat sommige bewoners vast sommige andere bewoners als slaaf zouden willen verpatsen). Er wordt onophoudelijk gesjouwd, getimmerd en gesleept. Er worden nieuwe projecten bedacht en beoordeeld – allemaal om vooruit te komen in de vaart der volkeren.

De gedachte dat dat gezamenlijke vooruitgang zou moeten zijn, is niet meer zo dominant. Ondanks vrome woorden op de site, zijn de meeste deelnemers in de eerste plaats bezig met hun persoonlijke dromen en belangen. „Samen voor ons eigen”, zoals F. Jacobse en Tedje van Es het ooit formuleerden namens De Tegenpartij.

Heel gek is het óók niet als je Utopia van Thomas More erbij pakt. Of voor het gemak het stuk dat Bas Heijne vorig jaar schreef toen Utopia 500 jaar oud was. Hij lichtte dit citaat uit de tekst over het eiland waarop aan alle misstanden van zestiende-eeuws Engeland een einde was gemaakt: „Nu zien jullie dat je daar nergens maar wat rond kunt hangen; er is nooit een aanvaardbare reden om niets te doen. Er zijn geen wijnhuizen, geen kroegen, nergens bordelen, geen gelegenheden voor misdragingen, geen geheime plekjes en besloten bijeenkomsten. Integendeel, het alziende oog van je omgeving maakt het noodzakelijk of je gewone werk te doen of je in je vrije tijd niet onfatsoenlijk te gedragen.”

Het is niet de hele tv-waarheid, maar zeker een stukje.