Strafhof start onderzoek naar oorlogsmisdaden in Burundi

Volgens de aanklager is bewezen dat er misdaden tegen de menselijkheid zijn gepleegd, waaronder moord, marteling en verkrachting.

Inwoners van Burundi vieren feest nadat het Afrikaanse land uit het Internationaal Strafhof is gestapt, op 28 oktober 2017. Foto AFP

Het Internationaal Strafhof in Den Haag begint een uitgebreid onderzoek naar vermeende oorlogsmisdaden in het Afrikaanse Burundi. De rechters van het Strafhof hebben donderdag een voorstel van de aanklager hiervoor goedgekeurd.

Het onderzoek zal zich richten op oorlogsmisdaden die zouden zijn gepleegd door de regering van Burundi tegen politieke tegenstanders en door groepen die door de regering worden gesteund. Daarbij wordt gekeken naar de periode april 2015 tot en met oktober 2017.

Volgens de aanklager is er bewijs dat er misdaden tegen de menselijkheid zijn gepleegd, waaronder moord, marteling, verkrachting en vervolging. Dit zou hebben geleid tot meer dan duizend doden en een exodus van ruim 400.000 mensen. In april 2016 startte de aanklager van het Strafhof een vooronderzoek naar mensenrechtenschendingen in het Midden-Afrikaanse land.

Elf onderzoeken

Eind oktober besloot Burundi om zich terug te trekken uit het Internationaal Strafhof - als eerste land sinds de oprichting van het Strafhof in 2002. De rechtbank kan echter nog steeds onderzoek doen naar misdaden die gepleegd zijn toen het land nog lid was.

In september concludeerde de Raad voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties nog dat de regering van Burundi en veiligheidstroepen misdaden tegen de menselijkheid hebben begaan.

Met dit onderzoek erbij lopen er bij het Internationaal Strafhof nu elf uitgebreide onderzoeken. Tien daarvan betreffen landen in Afrika, één onderzoek richt zich op Georgië.