Raad van State daagt politici uit over euro

Toekomst eurozone

Nederlandse politici houden niet zo van ‘vergezichten’ over de monetaire unie. De Raad van State wil wel verdere stappen zetten.

De Raad van State pleit voor een Europees Monetair Fonds, naar analogie van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Foto Getty Images/iStockphoto

Uit de euro stappen betekent economische ellende, dus Nederlandse politici kunnen maar beter de „onomkeerbaarheid” van de Europese munt uitdragen. En, nu in Europa volop wordt nagedacht over de toekomst van de munt, is het aan Nederland om „medeverantwoordelijkheid” te nemen.

Dit is, in het kort, de boodschap van de Raad van State aan Nederlandse politici in het woensdag verschenen rapport De staat van de euro. De adviestak van de Raad schreef het stuk op verzoek van de Tweede Kamer, die in een motie in februari vroeg om „opties” voor een beter functionerende muntunie.

Die motie, van Kamerlid Pieter Omtzigt (CDA), was weer een reactie op het burgerinitiatief ‘Peuro’ van onder anderen de anti-EU-activist en huidig Kamerlid Thierry Baudet (Forum voor Democratie). Baudet c.s. vroeg om een parlementaire enquête naar de invoering van de euro. Die kreeg hij niet. In plaats daarvan ontving het Tweede Kamerlid woensdag een pleidooi vóór de euro, van ’s lands hoogste adviesorgaan.

Niet dat de Raad van State onkritisch is over het functioneren van het eurogebied. Begrotingsregels worden gebrekkig nageleefd, eurolanden groeien nauwelijks naar elkaar toe en de crisisbestrijding schiet tekort, zo constateert de Raad. Ook na de recente oprichting van het noodfonds ESM (leencapaciteit: 500 miljard euro) en het instellen van Europees bankentoezicht, is er „twijfel” of de euro bestand is tegen nieuwe crises.

Toch is stoppen met de euro een dom idee, stelt de Raad. „Door de euro wordt zo’n 60 procent van de Nederlandse handel met het buitenland zonder enig wisselkoersrisico afgehandeld”, staat in het rapport. „Het uiteenvallen van de muntunie of een eenzijdige uitstap heeft hoge kosten en is niet in het Nederlands belang.”

Bij een muntunie zonder schokdempers hakt elke crisis er keihard in. Dat kan en moet anders, vindt de Europese Commissie. Lees ook: De toekomst van de euro: beter bestand tegen schokken

Lastige keuzes

Dat leest als een lesje aan Kamerleden die van de euro af willen. Maar ook voor de meerderheid van de Kamer die aan de munt wil vasthouden, is het rapport van de Raad van State geen comfortabele lectuur. Want, zo benadrukt het adviescollege, voor Nederland geldt een „plicht” om „bij te dragen” aan de monetaire unie.

Met andere woorden: Nederland kan zich niet onttrekken aan het debat over de euro, dat in een stroomversnelling is geraakt met de verkiezing van de Franse president Emmanuel Macron. Hij bepleit een speciale begroting voor de eurozone om economische schokken op te kunnen vangen, beheerd door een Europese ‘minister van Financiën’. Uit Duitsland komen andere ideeën, zoals het omvormen van het ESM tot een Europees Monetair Fonds (EMF), naar analogie van het IMF. Het IMF zelf trekt zich steeds meer terug uit Europa.

Het kabinet Rutte III lijkt weinig enthousiast over de meeste van deze ideeën. In het regeerakkoord worden ze ofwel afgewezen (begroting voor de eurozone) ofwel niet genoemd (EMF). Er bestaat in Den Haag nogal wat afkeer van wat geringschattend „vergezichten” worden genoemd.

Wel pleit het kabinet, net als Duitse politici, voor „herstel” van het principe dat eurolidstaten elkaar níet redden in nood (de ‘no bail out’-clausule uit het Verdrag van Maastricht). Bij de miljardenhulp aan landen als Griekenland is dat principe overboord gegaan. Volgens Rutte III moet het voortaan als volgt gaan als de staatsschuld van een land onhoudbaar wordt. De schuld moet worden geherstructureerd, waarbij beleggers verliezen nemen. Andere eurolanden hoeven dan niet of nauwelijks bij te springen. Door marktdiscipline zouden landen vanzelf beter op de begrotingsregels gaan letten.

De Franse president Macron heeft grote ambities voor Europa. Hij wil met een eurobegroting economische schokken opvangen. Lees ook: Macron krijgt zijn pot geld voor de eurozone niet zomaar

Risico voor Nederland

De Raad van State noemt dit de „decentrale” richting voor de toekomst van de euro: landen moeten zelf de eigen broek ophouden. Dit in tegenstelling tot de „centrale” richting: verdergaande Europese integratie, zoals onder meer Macron bepleit.

De Raad spreekt geen voorkeur uit voor „centraal” of „decentraal”, maar zegt wel dat doormodderen geen optie is en dat alle oplossingen voor- én nadelen hebben. Dat geldt óók voor het door het kabinet bepleite herstel van ‘no bail out’: „Het grootste risico voor Nederland (…) is dat lidstaten door gebrekkige naleving en falende marktdiscipline toch in problemen komen, met negatieve gevolgen voor het gehele eurogebied.”

Vangnetten blijven nodig, meent de Raad van State – en moeten juist versterkt. Het adviescollege voelt wel voor een Europees Monetair Fonds als opvolger van het huidige ESM. Een EMF zou, meer dan het ESM, gaan lijken op het IMF. In het ESM moet elk krediet worden goedgekeurd door alle zeventien eurolanden. Binnen het IMF kan het bestuur zelfstandig beslissen over leningen. Lidstaten staan meer op afstand.

De Raad van State erkent dat dit IMF-model de democratische controle door nationale regeringen en parlementen in de eurozone verkleint, maar ziet ook een groot voordeel. Een EMF kan sneller inspelen op crises en zo de druk van de Europese Centrale Bank (ECB) afhalen om als crisismanager op te treden. De ECB krijgt, zeker in Nederland, veel kritiek omdat ze, met massale geldinjecties, buiten haar mandaat zou zijn getreden. Een EMF kan de ECB ontlasten.