Column

Ontkent leerling de Holocaust? Vraag door

De kennis over democratie is bij Nederlandse scholieren minder groot dan bij leeftijdgenoten in andere landen, zo blijkt uit internationaal onderzoek naar burgerschap door de International Civic and Citizenship Education Study. Sinds 2006 zijn basisscholen en middelbare scholen in ons land verplicht om aandacht te schenken aan burgerschap. Hoe ze daar invulling aan geven, mogen ze zelf weten. In het regeerakkoord van het huidige kabinet staat dat de burgerschapsopdracht in de wet wordt verduidelijkt.

Begin deze week organiseerden de gemeente Amsterdam en alle mbo-instellingen een conferentie over ‘Stadsbekwaam Lesgeven’. Onze hoofdstad telt de meeste nationaliteiten wereldwijd. Dat brengt voor docenten wat uitdagingen met zich mee.

In je eentje voor de klas feiten bijbrengen in discussies die overheerst worden door gevoel

Jaap Kraak en Vera Koolschijn zijn allebei docent burgerschap op vmbo en mbo en verzorgen een workshop over het bespreekbaar maken van moeilijke, gevoelige onderwerpen in de klas. Ze zijn van de Dialooggroep, waarin docenten sparren met vakgenoten over wat ze moeten met leerlingen die overtuigd zijn van bijvoorbeeld complottheorieën. Ik spreek af dat ik de namen van de docenten die deelnemen aan de workshop niet opschrijf, zodat ze vrij kunnen praten.

Kraak vraagt wie op de opleiding heeft geleerd hoe om te gaan met scholieren met extreme denkbeelden. Eén hand gaat omhoog. Op het bord staan acht uitspraken van leerlingen, die leerkrachten in de klas hoorden: de Holocaust is één grote grap; de politie is racistisch; lhbt is een ziekte; in de regering zit niemand met een buitenlandse achtergrond en dat willen ze zo houden.

Kraak legt het dilemma uit. Aan de ene kant wil je de mening van zo’n scholier niet wegzetten als iets idioots, je wilt hem of haar niet het gevoel geven onzin uit te kramen. Maar aan de andere kant moet je wel een feitelijk kader bieden waarmee je die mening onderuithaalt. Context scheppen met feiten is waar de meesten gebruik van maken. Onze mening is niet relevant, zegt een docent. Je moet ze die niet op willen leggen. „Een leerling verandert niet alleen van mening omdat zijn docent een andere mening heeft.”

Het belang van rolmodellen is groot. Een docent vertelt me over een scholier die fel was over homo’s. Tot rapper Boef het opnam voor homoseksuelen die met elkaar wilden trouwen in RTL Late Night. Daarna zag de docent de mentaliteit van de jongen veranderen. Ineens maakte het hem ook niet zoveel uit. Ook een andere docent maakt gebruik van die sleutelfiguren. Gaat het over de politie, dan organiseert hij een gastles door een politieagent. Dat geeft de discussie een gezicht. Wat het lastig maakt, is dat het niet altijd gaat om gevoelens. Soms gaat het om ervaringen. Dan roept een van de leerlingen dat hij zomaar staande werd gehouden door de politie, en dan krijgt hij van alle kanten van de klas bijval. Dat zijn explosieve situaties. De docent pakt de wet er dan bij en legt uit wat de politie wel en niet mag. Maar aan sommige uitspraken kom je niet toe om uitgebreid op in te gaan: er komen toetsweken aan en er zijn al zo weinig lesuren, zegt een van de docenten eerlijk.

Weegt de rede en nuance die je ze probeert bij te brengen op tegen de extremen die leerlingen dan vervolgens buiten schooltijd weer tegenkomen? Nee, is het eenduidige antwoord. Maar je kan wel proberen om het radicale af te vlakken. Uiteindelijk komt de groep op een paar concrete tips. Doorvragen, leerlingen serieus nemen, voorzien van feitelijke informatie en niet afkappen.

De verhalen en dilemma’s waar deze docenten mee kampen mogen best meer bespreekbaar worden. Er wordt veel gepraat over burgerschap en het belang ervan. Dit zijn de mensen die het in de praktijk moeten brengen, zij staan in hun eentje voor de klas om leerlingen feiten bij te brengen in discussies die overheerst worden door gevoel. Daar mogen we best even bij stilstaan.

Lamyae Aharouay werkt als redacteur bij BNR Nieuwsradio.