Naar het schoolfeest in een felrode jurk

Seksualiteit Jeugdvoorstelling Gender wil middelbare scholieren aan het denken zetten over de kunstmatige scheidslijnen tussen mannelijkheid en vrouwelijkheid.

Merel Pauw (links) en Josha Stradowski in de voorstelling Gender, die langs scholen reist. Foto Sanne Peper

‘Wat is het eerste woord dat in je opkomt?”, vraagt Karin Ellen Kraaijenzank aan haar mentorgroep. Ze zegt het luid, haar havo 2-klas is onrustig. Zojuist hebben deze leerlingen van het Ulenhofcollege in Doetinchem – een ‘witte’ plattelandsschool met ruim 1.600 leerlingen – bijna een uur stilgezeten. Ze keken naar Gender, een reizende jeugdvoorstelling van Toneelgroep Oostpool en Theater Sonnevanck over seksualiteit en identiteit, die dit najaar negentig keer wordt opgevoerd bij middelbare scholen in Oost-Nederland.

Tijdens de nabespreking is dit waar de leerlingen van klas H2A aan moeten denken: raar, stoer, anders, interesting en, door meerdere leerlingen genoemd: apart.

Gender wordt gespeeld in een tot minitheater omgebouwde vrachtwagentrailer. Bij de wc’s van de club waar op dat moment het schoolfeest in volle gang is, hebben acteurs Josh en Meel een openhartig gesprek over mannelijkheid, vrouwelijkheid en alles wat daartussenin zit – en hun eigen worsteling daarmee. Dat is, ondanks alle aandacht voor gender in de afgelopen tijd, geen uitgekauwd thema, laat deze voorstelling zien. Gender toont vlijmscherp wat sociale verwachtingen doen en hoe belangrijk het is om je eigen weg te gaan.

Lippenstift

Josh probeert Meel vol op haar mond te pakken – dat is hoe Gender begint. De leerlingen zijn meteen stil. „Het betere heterobeukwerk” noemt acteur Josha Stradowski dat later. Hij speelt Josh: een stoere, gespierde jongen, op het oog een ‘typische’ hetero. Maar dan gaat het schuren: Josh kondigt aan dat hij zich wil opmaken. Bluf, zo lijkt het aanvankelijk. Maar wanneer Meel hem lippenstift aanreikt, doet hij het echt. Sommige leerlingen giechelen. Een meisje werpt een verbaasde blik naar haar vriendin.

„Mooi staat die make-up je man!” Meel lijkt oprecht. Zó moet hij naar het schoolfeest gaan, vindt ze. Maar Josh is bang dat de anderen zullen denken dat hij gay is. Wat daar erg aan zou zijn, wil Meel weten. „Omdat ik het niet ben.” Toch doet Josh er vervolgens nog een schepje bovenop. Uit zijn rugzak haalt hij een felrode jurk, van zijn moeder. Hij kruipt achter een gekleurde wand en kleedt zich om. Leerlingen schuiven onrustig heen en weer.

En dan laat Josh zichzelf zien, in zijn jurk – strak gedrapeerd rond zijn gespierde lijf. Gefluister in het publiek. „Een jurk is gewoon fun!”, zegt Josh met een brede glimlach. Meel vertelt dat ze juist al haar jurken heeft weggedaan. Of zij haar vrouwelijke kant zit „weg te pushen”, vraagt Josh zich hardop af. Meel voelt zich in een jurk „altijd kut”, dan ziet zij zichzelf als een meisje „en dat voelt niet lekker”. Zij voelt zich onzijdig, zegt ze. „Trans ...”, fluistert een meisje in het publiek. „Hokjes zijn een gevangenis”, vervolgt Meel. „Ik hoef toch niet te kiezen?”

„Dát is de moraal van het stuk”, vertelt Merel Pauw (Meel) na de voorstelling. Iedereen moet zichzelf kunnen zijn. En juist een theatervoorstelling kan volgens haar helpen om jongeren daarover aan het denken te zetten: „Ze hebben hier geen afleiding en kunnen niet ontsnappen. Bovendien zijn wij ‘echte’ mensen.” De leerlingen kunnen zich makkelijk met de acteurs identificeren, is het idee.

Regisseur Timothy de Gilde wil de wereld van jongeren zo een beetje vergroten. „In iedere klas zijn er denk ik zeker een of twee jongeren die worstelen met hun gender. Voor hen en voor al die anderen die er nooit over nadenken heb ik deze voorstelling gemaakt.” Ook is er voor de nabesprekingen lesmateriaal geproduceerd. Na het zien van de voorstelling van vorig jaar, Bromance, over homoseksualiteit, kwamen meerdere jongeren uit de kast.

De leerlingen van het Ulenhofcollege in Doetinchem moesten Gender verplicht bijwonen. Mentor Kraaijenzank vond het waardevol: „Veel kinderen van deze klas voelen schaamte om te laten zien wie ze echt zijn.” Of zij nu worstelen met hun sekse of geaardheid of niet, Kraaijenzank hoopt dat de voorstelling hun kracht geeft.

Jongen-jongen

“Wie is behalve een ‘jongen-jongen’ ook weleens een vrouwelijke jongen?”, wil Kraaijenzank weten tijdens de nabespreking in het technieklokaal. „Enzo!”, roepen de leerlingen in koor. Hij – de meest verzorgde jongen van de klas – wijst naar zichzelf: „Ík?”

Enzo (13) vond de voorstelling „wel grappig”, vertelt hij even later. Bij het thema gender had hij nog nooit echt stilgestaan. Uit nieuwsgierigheid heeft hij ook nog nooit een jurk gepast. Zijn vriendje Koray (12), over wat hij dacht toen Josh ineens een jurk aantrok: „Dat moet hij zelf weten, ik heb er niets tegen maar ook niets mee.” Volgens hem maakt het in hun klas niet uit wat je bent, „als je je er maar lekker bij voelt”.

Maar wat als er in hun klas een jongen op het schoolfeest in een jurk verschijnt? Koray: „Dan zou ik wel denken: wat doet híj nou?” Klasgenoot Kiki (13): „Het is wel stoer als je dat durft. Misschien zouden een paar mensen gaan lachen, dat wel.” Zij ziet zichzelf als een meisjes-jongen, vertelde ze bij de nabespreking: „Qua kleding ben ik meer van de jongenskant, wat stoerder, maar ik draag wel gewoon make-up.”

Tijdens het nagesprek vraagt de mentor wie zich weleens afvraagt: waar hoor ik eigenlijk bij? Een jongen met zwaar Achterhoeks accent reageert op nuchtere toon: „Het is wat het is.”

De slotscène van Gender: Josh kan niet meer naar het schoolfeest. Hij moet de rode jurk van zijn moeder gauw gaan terugleggen, voordat zijn vader thuiskomt. Meel gaat nog wel naar het feest, mét een getekende snor. „De volgende keer dans ik met je”, zegt Josh, „in een jurk.”