Column

Lachen met Thierry - en andere luchtigheid

Het is altijd goed als politici humor hebben. Het helpt wel als er ook om wordt gelachen. Nu zijn politici erg goed in verdeeldheid, zelfs bij het lachen, dus als een politicus pech heeft, sterft zijn grap in een pijnlijke stilte, zoals je dat kunt hebben bij je eerste afspraakje. De meeste politici denken daarom: humor – niet aan beginnen.

Ik kom erop omdat we vorige week vrijdag een bijzonder humorgevalletje hadden. Jaap Jansen van BNR Nieuwsradio volgde als een van de weinige reporters het optreden van Thierry Baudet bij zijn jongerenaanhang, de JFVD. Jansen twitterde erover. Zo werd bekend dat Baudet zei: „Het allerbeste zou zijn als wij absolute heersers zouden zijn.”

Hier zag niet iedereen de humor van in. Baudet en een leger twitteraars zeiden daarop dat het dat juist was: humor. Ik keek de urenlange video terug, een hele zit, en het is waar: je kon zijn opmerking zien als schertsende reactie op iemand uit het publiek die referenda verwerpt omdat „veel mensen geen verstand van politiek hebben”.

Dan nog leek me dit een nogal grote fout: politieke communicatie draait om uiterste helderheid. Dan is humor misschien niet zo’n goed idee.

Het is erger. Baudet was in een losse bui, en zocht die avond voortdurend de grens op. „Niemand” in de Kamer, zei hij, denkt na over de samenleving van over dertig jaar. Rutte is alleen gespitst op een Brussels baantje. Zijn politieke tegenstanders zijn „gefrustreerde kinderen”. Links heeft „een infantiel soort vernietigingsdrang”. Nieuwsuur is „een links kutprogramma”. GroenLinks „een soort wijvenpartij”.

En de samenleving voelt „als de val van het Romeinse Rijk”. Dus soms denkt Baudet: „Ik ben de laatste generatie, [...] we gaan het verliezen, [...] we leven in een eindtijd.”

We moeten het dezer dagen zeker hebben over de dividendbelasting, de lobby van het grootbedrijf en andere onderwerpen uit het regeerakkoord, maar ik zou zeggen: iets meer aandacht voor het ondergangsdenken van de man die al maanden de meeste winst in de peilingen boekt, zou geen kwaad kunnen.

Toen Buma laatst in de HJ Schoo-lezing sprak over boze Nederlanders die eigenlijk gewone Nederlanders zouden zijn, hadden de kranten het er weken over. En niet over zijn bumor. De politiek columnist van Trouw zag in de CDA-leider bijvoorbeeld „een Trump light”.

Intussen gaat achter onze virtueel snelst groeiende politicus een man schuil die grapt over een alleenheerschappij nadat hij zijn vrees voor een eindtijd formuleerde. Dat lijkt me niets om te lachen. Maar ook niets voor media om luchtig aan voorbij te gaan, zoals afgelopen week gebeurde.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Jutta Chorus.