Kan Audrey Azoulay de crisis bij Unesco bezweren?

Cultuurorganisatie VN

De relatief onervaren Française Azoulay moet de VN-organisatie, geplaagd door schuld en sektarisme, haar neutraliteit teruggeven.

Audrey Azoulay: „Ik heb diepe banden met beide kanten van de Méditerranée.” Foto Michel Euler/AP

De verrassing was groot toen François Hollande in de laatste weken van zijn presidentschap dit voorjaar zijn vrij onervaren minister van Cultuur Audrey Azoulay voordroeg directeur-generaal te worden van de VN-cultuur- en onderwijsorganisatie Unesco. De verontwaardiging ook.

Nadat Europeanen, Amerikanen, een Afrikaan en een Aziaat de functie van ‘DG’ al eens hadden bekleed, was de Arabische wereld aan de beurt, vond in de eerste plaats de Arabische wereld zelf. In 2009 was dat misgelopen toen uitkwam dat de Egyptische kanshebber er eens voor had gepleit Israëlische boeken in Egyptische bibliotheken te verbranden.

Het zou bovendien een ongeschreven regel zijn dat het gastland van een VN-organisatie geen gooi naar de leiding doet. En het imposante (maar ietwat verouderde) Unesco-hoofdkwartier staat nu eenmaal in Parijs. Maar het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken zei die regel niet te kennen. De Fransman René Maheu had Unesco tenslotte ook ooit geleid.

Toch droeg de uitvoerende raad van Unesco de 45-jarige Azoulay vorige maand na vijf stemrondes voor als opvolger van de Bulgaarse Irina Bokova. Vrijdag stemt de Algemene Conferentie van alle lidstaten. De kans dat ze dan alsnog misgrijpt is klein. Maar voor de diplomatieke fijnproever is het van belang met hoeveel stemmen Azoulay uiteindelijk verkozen wordt. Dat laat zien hoeveel slagkracht ze heeft om de in crisis verkerende VN-organisatie vlot te trekken.

Die crisis werd in oktober, daags voor de finale stemming, manifest toen eerst de Verenigde Staten en daarna Israël aankondigden uit de organisatie te stappen. De regeringen van die twee landen zien Unesco op zijn minst als „anti-Israëlisch” en in sommige gevallen zelfs als „antisemitisch”, zoals de Israëlische minister van Cultuur Miri Regev heeft gezegd.

Dat heeft vooral te maken met de acceptatie van het lidmaatschap van Palestina door Unesco in 2011 en het aannemen van zeer politiek getinte resoluties van de Arabische lidstaten die alleen voor de vorm over bescherming van erfgoed leken te gaan. Tot woede van Israël riep Unesco deze zomer het oude centrum van Hebron, op de bezette westelijke Jordaanoever, tot Palestijns werelderfgoed uit.

De politieke crisis hangt nauw samen met de financiële nood bij Unesco. Sinds het Palestina-besluit in 2011 betaalden de VS geen contributie meer. Omdat zij garant stonden voor 20 procent van het jaarbudget, is dat een forse aderlating. Nu heeft Unesco een schuld van bijna 560 miljoen euro. „Op een moment van crisis is het nodig Unesco te versterken en te hervormen en niet haar te verlaten”, zei Azoulay na de stemming in oktober, in een poging de zaak te lijmen.

Azoulay was daarbij in de vierde kiesronde ex aequo geëindigd met een Egyptische kandidaat, waarna een tussenstem moest bepalen wie naar de finale ging, tegenover de Qatarese kandidaat Hamad al-Kawari. Azoulay won en profiteerde van de gespannen verhoudingen in de Arabische wereld: Egypte is een van de Arabische staten die in juni de banden met Qatar verbraken, daarom besloot de Franse kandidaat te steunen. Ze versloeg Al-Kawari met 30 van de 58 stemmen.

Azoulay, die vóór haar ministerschap Hollandes adviseur was op het Élysée, maakte er in haar campagne handig gebruik van dat ze in verschillende culturen opgroeide en zo, wellicht, de gespleten organisatie kan samenbrengen. Ze werd geboren in Parijs in een Joods-Marokkaanse familie. Haar vader André Azoulay is een belangrijke adviseur van de Marokkaanse koning. „Ik heb diepe banden met beide kanten van de Méditerranée”, zei ze tegen Le Monde.

De ironie is niemand ontgaan. Na jaren van conflicten met Israël en de Palestijnen in het middelpunt krijgt Unesco met Azoulay deze maand „de eerste Joodse directeur-generaal”, kopten Joods-Amerikaanse websites.