In Elim waren politie en brandweer er wat vroeg bij

Nieuwjaarsrel

Even stond Elim in brand. Jongeren uit het veendorp bonden met Oud en Nieuw de strijd aan met agenten, brandweer, mobiele eenheid. Donderdag velt de rechter vonnis tegen zes verdachten.

Impressies uit Elim. Foto's Kees van de Veen

Als stokstaartjes staan ze in het kerkportiek, de jongens uit Elim. Het is de vroege ochtend van 1 januari, 2017 is pas een paar uur oud. Het tiental gluurt onder hun bontcapuchons door, de ogen gefixeerd op een schouwspel verderop. Schouder aan schouder scannen ze de omgeving. Plots heft een jongen zijn blote hand en werpt met kracht een steen in de verte – bedoeld voor de Mobiele Eenheid (ME), die deze nacht in grote getale aanwezig is in het Drentse veendorp. Zijn gezicht blijft strak.

In Amsterdam, Den Haag en Rotterdam ging het begin van 2017 gepaard met een groot aantal incidenten. Aan dat weinig verrassende rijtje kon dit jaar ook het 2400 inwoners tellende Elim toegevoegd worden. Het Zuid-Drentse dorp was op 1 januari landelijk nieuws nadat een groot aantal jongens en de ME er slaags raakten en de brandweer werd bekogeld met vuurwerk. Donderdag 9 november volgt de uitspraak in een zaak tegen twee van de jongeren – het Openbaar Ministerie (OM) heeft vijf respectievelijk acht maanden geëist.

Wat ging er die avond mis? Waarom veranderde Elim – een Bijbelse naam die een oase aanduidt – in een slagveld?

Carbidschieten en rondhangen

Elim is een dorp onder de rook van Hoogeveen in de zuidelijke Drentse veenstreek. Een gebied van lijnrechte kanalen en straten, met voormalige ontginningskoloniën als Nieuw Moscou en Hollandscheveld. Op een koude Oudejaarsdag 2016 doet de jeugd hier wat ze in dorpen door heel Nederland doet: carbidschieten op een veldje, rondhangen, wat bijslapen. Later op de avond misschien naar een feestje van vrienden. Een van de jongens die later voor de rechter zal verschijnen, brengt de dag door met zijn vader, die net uit Curaçao is teruggekomen waar hij een aantal maanden heeft gewerkt.

Op het centrale plein van Elim, de kruising van de Dorpsstraat en de Carstenswijk, komen de voorbereidingen voor de jaarwisseling aan het eind van de dag op gang. Een grote keet staat op het midden van het kruispunt, klaar om rond middernacht in brand te worden gestoken. Eromheen zullen de jonge Elimmers een biertje drinken en genieten van het vuur – een traditie zoals die in wel meer Nederlandse plaatsen bestaat. Ook in Elim is dat al vaker gebeurd, net zoals dit jaar meestal zonder vergunning. Die krijg je van de gemeente Hoogeveen alleen als je het straatoppervlak geen schade toebrengt.

Als de klok middernacht slaat, komt het feestje op gang. Zo’n zeventig jongeren komen naar het plein, waar de keet geweldig brandt. De vlaggen van de Plus lichten oranje op in de donkere avond, onregelmatige vuurwerkknallen weerklinken hard. De jonge dorpelingen drinken uit bierflesjes en vieren met elkaar het nieuwe jaar.

Ongeveer een half uur gaat alles goed, totdat rond half één plots een brandweerwagen verschijnt aan de andere kant van het plein. Een auto van de vrijwillige brandweer De Krim – een dorpje iets verderop, net over de grens met Overijssel – komt met sirenes aangereden, het laatste stukje stapvoets op het vuur af. Ze zijn opgeroepen omdat de jeugd meer en meer spullen in het – toch al niet legale – vuur gooit, dat daardoor steeds groter wordt.

De sfeer slaat snel om en de jongeren beginnen te scanderen: „Homo’s uit De Krim! Homo’s uit De Krim!” Er worden vuurpijlen op de wagen afgevuurd: ze komen onder, naast, bovenop het voertuig terecht. De brandweerploeg binnen schrikt zich rot, de zware wagen staat bij zwaar vuurwerk te schudden op z’n wielen. Agenten die in een onopvallende auto achter de brandweer meerijden, zien naast de bluswagen bierflesjes stukvallen. Het plein oogt als een slagveld, waarbij de twee partijen door een groot vuur van elkaar gescheiden worden.

Voorzichtig probeert de bluswagen dichterbij te komen, maar na nog meer pijlen besluit de brandweer dat ze op deze manier niet kan werken. De wagen maakt rechtsomkeert en verdwijnt naar een parkeerterreintje bij de sportvelden buiten Elim om de ME te waarschuwen.

Die heeft al eerder aangeboden met de wagen mee te rijden, maar de brandweer heeft dat afgehouden, vertelt ploegleider van de brandweer De Krim Ina Hamberg achteraf. „Tot dit jaar ging het blussen altijd prima. De jeugd stond ons op te wachten, wenste ons eerst een gelukkig nieuwjaar. Ze hebben zelfs een keer zelf de spuit vastgehouden.” Misschien, denkt Hamberg die avond, dat dat dit jaar ook gewoon kan?

Dat blijkt niet het geval. Waarom de Elimmers in 2017 zo explosief reageren op de brandweerwagen is onduidelijk. In de rechtbank getuigen de verdachten Django T. (27) en Jordi E. (22) bijna tien maanden later dat jongeren in het dorp al de hele dag de indruk hadden dat er meer politie dan normaal aanwezig was – wat volgens de officier van justitie niet waar is. „We kregen het gevoel dat het vooropgezet was”, zegt een van de jongens. Die boodschap zou via sociale media hebben rondgezongen. Vervolgens kwam, volgens de jeugd, de brandweer wel erg vroeg het vuur blussen. Een agent getuigde later dat naar hem werd geroepen: „Als jullie het vuur willen uitmaken, dan ga je nog wat beleven!”

De vuurwerkschieters zelf kan niet worden gevraagd naar hun redenen. Het is, zowel op de avond zelf als daarna, onduidelijk wie tot deze groep behoort. In ieder geval gaat het niet om alle jonge Elimmers. Op een afstandje, aan de andere kant van de menigte, kijken een paar meiden vol afschuw naar het belagen van de brandweerwagen. „Ik vind dat niet normaal hoor!”, roept er een.

Er rennen veel mensen weg wanneer de ME om vijf voor één in vliegende vaart het plein op komt rijden. Maar niet iedereen. „Ik vond het wel mooi, wat sensatie zoeken”, verklaart Jordi E. later bij de politie. Uit de luidspreker van een van de busjes komt het bevel dat de jongeren het plein moeten verlaten. Als ze dat niet doen, springen agenten met gummiknuppels naar buiten.

Kat-en-muisspel

Vooral jongens krijgen rake klappen. Daarna ontvouwt zich nog een urenlang kat-en-muisspel met de ME. In de straten van Elim, nu rond de Langewijk, blijven groepjes jongeren stenen, stoeptegels en bierflesjes naar de agenten gooien. Enkele jongeren verschuilen zich in en rond het portiek van de dorpskerk. „Leg je uitrusting weg, dan wil ik wel vechten”, hoort een agent.

Op momenten gaat het hard tegen hard: bij het overmeesteren van één van de jongens die de ME heeft uitgedaagd, trapt zijn broer tegen de helm van een agent. Pas na anderhalf uur en als ME uit Friesland is aangerukt, wordt het rustig in de Nieuwjaarsnacht. Twee jongens zijn opgepakt, later volgen nog zeven aanhoudingen. Tegen zeven verdachten denkt het OM genoeg bewijs te hebben voor vervolging, vier van hen zijn minderjarig. Hun zaken werden op 19 oktober achter gesloten deuren behandeld; de uitspraak – er zijn werkstraffen geëist – volgt ook op 9 november.

Het OM mist bewijs voor meer vervolgingen. De chaos op de avond zelf maakte bewijs verzamelen al lastig, en veel Elimmers willen elkaar volgens de officier van justitie niet verlinken. „Ik ga m’n maten niet naaien, dan ligt er morgen een steen door de ruit bij mijn ouders, zeggen ze.”

De officier eist op 26 oktober celstraffen van acht en vijf maanden tegen respectievelijk Django T. en Jordi E. – de stenengooier bij de kerk. Tijdens de zitting wordt uitvoerig gesproken over waarom de jongens niet eerder het veld ruimden. „Als iemand mij slaat, dan mag ik iemand terugslaan. Zo ben ik opgevoed”, getuigt E.

Wat hem betreft, ligt de schuld nog altijd bij de autoriteiten. „De ME was te vroeg in Elim aanwezig, dat is iedereen gaan opjennen.”

De officier van justitie: „Het komt allemaal eigenlijk door de ME?”

E.: „Dat is mijn persoonlijke mening.”