Heeft glyfosaat nog wel toekomst?

Onkruidverdelger EU-lidstaten proberen deze donderdag opnieuw een besluit te nemen over de omstreden onkruidverdelger glyfosaat.

Akkerbouwer Arjan Prins heeft een deel van zijn land dit jaar biologisch bewerkt, zonder gebruik van glyfosaat. Zijn uien zijn nog niet biologisch geteeld. Foto Kees van de Veen

Arjan Prins (45) heeft een witte Dodge, een forse Amerikaanse pick-uptruck, waarmee hij met gemak door de onverharde, modderige wegen langs zijn akkers rijdt. Hij stapt uit bij een veld waar net gras is ingezaaid. Verderop is de buurman, gevolgd door zwermen meeuwen, aardappels aan het rooien.

Als hij weer instapt, heeft hij een boeketje van onbeduidende plantjes vast. Perzikkruid, melganzenvoet en vogelmuur. Liefhebbers hebben ze geneeskrachtige eigenschappen toegedicht, maar voor Prins is het duidelijk: dit is onkruid. Vroeger zou hij het doodgespoten hebben.

Prins – een geboren Groninger, met stekeltjeshaar en een bulderende lach – bezit samen met zijn broer Fokko 160 hectare land in Meeden en het aangrenzende Zuidbroek, aan de rand van de Groningse veenkoloniën. Sinds kort zijn de broers aan het ‘omschakelen’ naar biologische landbouw, zoals dat heet. In etappes: te beginnen met ongeveer een derde van hun land. Dat betekent dat ze op deze akkers de onkruidbestrijder glyfosaat niet meer mogen gebruiken: dat is tegen de regels van biologische landbouw.

Prins is daarmee een uitzondering. Verreweg de meeste boeren wereldwijd gebruiken wél glyfosaat, het hoofdbestanddeel in Roundup van agrochemiebedrijf Monsanto. Het is een zeer effectieve onkruidbestrijder, die alle planten die het tegenkomt doodt, behalve gewassen die genetisch zo zijn aangepast dat ze tegen glyfosaat kunnen.

Opnieuw op de agenda in Brussel

Maar de toekomst van glyfosaat in Europa is ongewis. Al twee jaar wordt door de lidstaten van de Europese Unie gesteggeld over het zeer omstreden bestrijdingsmiddel, dat volgens tegenstanders slecht is voor het milieu en ongezond voor mensen en volgens voorstanders veilig en nodig in de voedselvoorziening.

In oktober lukte het de Europese Commissie niet om een meerderheid te krijgen voor het toestaan van glyfosaat voor een nieuwe periode van tien jaar; de oude termijn loopt in december af. Nederland steunde dat voorstel wel, maar grote EU-landen als Frankrijk, Oostenrijk en Italië stemden tegen: zij wilden strengere regels. Frankrijk wil zelfs in 2022 overgaan op een algeheel verbod op glyfosaat.

Deze donderdag staat glyfosaat in Brussel opnieuw op de agenda. Nu ligt een verlenging van vijf jaar op tafel, opnieuw met instemming van Nederland. Carola Schouten, de nieuwe minister van Landbouw (CU), liet weten die verkorte periode te steunen „in het licht van het bereiken van een compromis”. Maar Schouten zei ook dat glyfosaat „een laatste redmiddel” moet worden en dat ze samen met de landbouwsector wil werken aan alternatieven.

In Californië geldt glyfosaat als kankerverwekkend. De EU overweegt om het weer voor tien jaar goed te keuren. Lees ook het vragenstuk: Dodelijk voor planten, maar ook voor mensen?

Suikerbiet, uien en aardappels

Meeden, een echt akkerbouwgebied, zit in het staartje van de oogsttijd. Dwars door het dorp rijden tractors die wagens vol met suikerbieten en aardappels vervoeren. Ook Prins haalt zijn gewassen van het land. Hoe is zijn eerste biologische oogst gegaan?

Nou, zegt hij, met de gerst ging het prima, maar zijn tarwe had dit jaar „meer onkruid dan eigenlijk de bedoeling was”. Er dook Zwaluwtong op, een berucht plantje dat zijn tarwe deels wegdrukte. En toen werd de tarwe ook nog ziek. Gevolg: de opbrengst viel tegen. Volgend jaar hoopt hij het onkruid beter te lijf te kunnen.

Gewapend met meer kennis: zo denkt hij eraan ook andere gewassen dan tarwe biologisch te gaan telen.

En geholpen door een heel legertje aan geavanceerde landbouwapparatuur. Met gps-signalen kunnen boeren tegenwoordig heel precies schoffelen. Prins: „Dat gaat op twee centimeter nauwkeurig. Je hoeft alleen nog maar op start te drukken.” Zo kan het onkruid tussen de rijen gewassen weggehaald worden. Daarvoor heeft hij wel een nieuwe ploeg nodig.

En dan kun je onkruid ook nog met hitte aanpakken. Daarvoor moet hij een brander kopen, een flink geval van zes meter.

Lees ook deze reportage over onkruidbestrijding zonder Roundup: Schoffelen en schroeien, de alternatieven voor Roundup zijn duur

Gratis is deze hard- en software niet: samen kost het hem zo’n 300.000 euro, schat Prins. Een deel daarvan kan straks vergoed worden door de provincie Groningen, die biologische landbouw wil stimuleren.

Overigens benadrukt Prins dat hij absoluut geen tegenstander is van glyfosaat. Hij vindt het net als veel andere boeren gewoon een handig middel. „Al die emotie, daar kan ik niet zoveel mee.” En, zegt hij ook, „als we allemaal biologisch gaan telen heb je veel minder opbrengst. Moet je dat willen?”

Meer mankracht nodig

Toch gaat het hem zakelijk goed, zelfs nu hij meer mankracht nodig zal hebben – de tractor komt nou eenmaal niet overal. „Nu ik her en der laat vallen dat ik biologisch teel, staan er mensen bij me aan de deur die zeggen: denk aan mij als je oogst. Vroeger als ik een silo vol graan had, moest ik zélf mensen bellen om te vragen of ze het wilden hebben.” Of, in geld uitgedrukt: voor 1.000 kilo ‘gewone’ tarwe krijgt een boer nu 160 euro, terwijl 1.000 kilo biologische tarwe 360 euro opbrengt.

Maar het gaat hem echt niet alleen om het geld. Zijn werk is veranderd. Kennis die hij wel had, maar amper hoefde te gebruiken, heeft hij opeens nodig. „Het nadenken vind ik positief. Er zit een uitdaging in: of het gaat lukken.”