Fietsburgemeester Amsterdam: maak het veiliger voor kinderen

Amsterdam In een tijd waarin fietsers afhaken door de drukte, heeft Amsterdam een nieuwe fietsburgemeester. Ze wil dat het verkeer voor kinderen veiliger wordt.

De fietspaden moeten breder, we moeten toe naar straten waar de auto te gast is”, zegt de fietsburgemeester. Foto Evert Elzinga / ANP

Katelijne Boerma (43) was nog geen week de nieuwe fietsburgemeester van Amsterdam toen ze op Facebook de vraag kreeg: ‘En? Wat heb je de afgelopen dagen gerealiseerd?’ Ze lacht: „Ja, de verwachtingen zijn hoog. Maar dit is wel een vrijwilligersbaan”, al is het er één die ze zeer serieus neemt.

Amsterdammers zijn ongeduldig. De fietspaden zijn overvol, fietsfiles nemen toe, net zoals het asociale gedrag, je kunt je fiets nergens kwijt, het aantal verkeersongevallen moet omlaag. En het wordt alleen maar erger. Amsterdam groeit door naar 906.000 inwoners in 2025. Dat zorgt in het centrum voor een groei van het fietsverkeer met ongeveer 10 procent.

Welke rol is weggelegd voor de nieuwe fietsburgemeester? Het mag dan vrijwilligerswerk zijn, „het is geen punnikclubje”, verzekert Boerma, die vorige week werd verkozen door het publiek, de jury en de voormalig fietsburgemeester Anna Luten. De fietsburgemeester is een initiatief van CycleSpace, een organisatie die Amsterdam wereldwijd op de kaart moet zetten als voorloper van fietskennis en -innovatie.

Weg met auto en bakfiets

Doordeweeks is Boerma docent sportkunde aan de Hogeschool van Amsterdam (HvA). Haar missie? „De fiets zou makkelijk een bijdrage aan de beweegnorm van 60 minuten per dag kunnen leveren. Nu haalt in Amsterdam slechts zo’n 15 procent deze norm.” Hoe ze dat gaat doen? „Ik heb een goed netwerk binnen de HvA, de UvA en de VU. Ik wil een brug slaan tussen de kennis en expertise die er is over fietsen, ruimte en de motivatie om te bewegen en de Amsterdammers.”

Een van haar speerpunten is zorgen voor een veiliger fietsklimaat voor kinderen. „Deze stad is niet voorbereid op 70.000 schoolgaande, fietsende kinderen. Het is een chaos. Ik heb zelf drie kinderen en ik vind het super spannend om met ze te fietsen in de stad. We moeten af van ouders die er daarom voor kiezen hun kinderen met de auto of bakfiets af te zetten op school.” Boerma wijst op onderzoek waaruit blijkt dat kinderen die genoeg bewegen, beter presteren op school.

„In de openbare ruimte is te veel plaats voor de auto. De fietspaden moeten groter, we moeten toe naar straten waar de auto te gast is. Investeren in fietspaden is nog altijd stukken goedkoper dan in infrastructuur voor de auto.”

Je moet keuzes durven maken; minder autoverkeer, de maximumsnelheid omlaag, minder parkeerplekken

Fietsers haken af

Als er niet snel iets gebeurt dan haken fietsers straks af, blijkt uit een recente studie van kenniscentrum CROW-Fietsberaad (pdf). Van de Nederlandse fietsers zegt ruim 10 procent vaak de fiets te verruilen voor auto of ov als het druk is in het verkeer.

GroenLinks-raadslid Zeeger Ernsting schrok zich „een hoedje” toen hij dit las. „De fietsinfrastructuur heeft dringend een upgrade nodig. De plannen van het college zijn veel te vrijblijvend.”

De oplossingen moeten komen uit het Meerjarenplan Fiets dat deze week wordt besproken in de gemeenteraad. Daarin staat dat het college de komende jaren 54 miljoen wil investeren in bredere fietspaden, veiliger kruispunten, nieuwe fietsroutes en meer fietsparkeerplekken. Ernsting: „Dat is bij lange na niet genoeg. Als je het hele fietsnetwerk wil verbeteren is 1,8 miljard nodig. Je moet keuzes durven maken; minder autoverkeer, de maximumsnelheid omlaag, parkeerplekken schrappen en parkeervergunningen duurder maken. Maar dat gebeurt niet.”

De gemeente moet iets doen als het de ambitie wil waarmaken om in 2030 meer mensen op de fiets te krijgen, zegt fietsburgemeester Boerma. Maar de Amsterdammer moet niet alleen naar de gemeente wijzen, zegt ze. „Onze grootste fietsergernis is ons eigen gedrag.”