Elke startup moet een hacker, een hustler en een hipster

Web Summit #4

Te veel afspraken. Geen tijd om stil te zitten. De meeste bezoekers komen naar de Web Summit om te netwerken. „Elke techstartup heeft een hacker, een hustler en een hipster nodig.”

De Web Summit 2017, in Lissabon: startups op jacht naar investeerders. Foto Web Summit

Ze maken investeerders het hof in de hoop op een zak geld om hun bedrijfjes te laten groeien. Ze hengelen naar tips bij de zakenmannen die het al hebben gemaakt. Ze leggen contacten, wisselen ideeën uit, besnuffelen voorzichtig de concurrentie.

De meeste bezoekers komen naar de Web Summit om te netwerken. De praatjes van beroemde sprekers op het techcongres in Lissabon zijn niet aan hun besteed. Te veel afspraken, geen tijd om stil te zitten.

Hun habitat: de vier reusachtige beurshallen waar startups, gearriveerde bedrijven en multinationals hun kraampjes hebben opgezet. Tienduizenden bezoekers – van wereldleiders tot pubers met een startup en alles daartussenin – schuifelen dag in dag uit langs kraampjes voor het grote netwerken. De kraampjes noemen de aanwezige Nederlanders overigens een ‘booth’, zoals de deelnemers elkaar ook niet ‘ontmoeten’, maar ‘connecten’.

Gekleurde badges

Het is druk in die markthallen, het soort drukte van een krioelende mierenhoop waarbij ieder individu zijn eigen weg volgt in de schijnbaar geordende chaos. Maar: elke mier hier kent zijn rang en stand. De Web Summit rangschikt zijn bezoekers in een strikte hiërarchie, ieder met zijn eigen privileges. Orde scheppen de naamkaartjes, ‘badges’, die als een uithangbord aan ieders nek bungelen.

‘Attendees’ vormen de grootste groep, en daarom ook de minst interessante. Startups zijn onderverdeeld in ‘Alpha’, ‘Beta’, of Start’, afhankelijk van hoeveel investeringen ze hebben gekregen. Dan zijn er nog lui van de ‘Media’, de ‘Forum’-leden die in een chique hal gemaakt voor beleidsmakers mogen vertoeven, de heel bijzondere ‘Guests’ en de belangrijke ‘Speakers’.

Bovenaan de voedselketen staan ongetwijfeld de ‘Investors’, herkenbaar aan een rode badge. Zij zijn het rode lap vlees waar startups als een roedel jonge honden omheen cirkelen.

De hele dag gesprekken

„Ik voer zo’n dertig gesprekken per dag”, vertelt Johan van Mil, investeerder van het Nederlandse Peak Capital. „Het begint ’s ochtends met startups die ik nog niet ken. Die krijgen ongeveer een kwartier per gesprek. Na de lunch praat ik door met ondernemers die ik interessant vind en ontmoet ik investeerders uit het buitenland. ’s Avonds gaat het gewoon door. Die gesprekken zijn super belangrijk. Ik geloof dat het team achter een onderneming grotendeels bepaalt of het een succes wordt. Zijn het de juiste mensen? Juist ’s avonds aan de bar komen de tongen los en hoor je echt wat iemand drijft.”

Van Mil is een grote naam in de Nederlandse startup-scene. Hij stapte vroeg in veilingsite Catawiki, een van Nederlands meest succesvolle techbedrijven. Hij verkocht radionetwerk Radionomy aan Vivendi en restaurantrecensiesite IENS aan TripAdvisor. Zijn Peak Capital investeerde in een stuk of twintig startups waarvan er niet één over de kop is gegaan, een hele prestatie in de risicovolle startupwereld.

Shaken

„Je staat wel even te shaken als je met zo iemand praat”, zegt Wouter Bijen over Van Mil. Bijen (23) is een van de oprichters van Festimap, een applicatie waar gebruikers de beste feesten in de buurt kunnen zoeken. „We zijn nog te klein voor Peak Capital, maar Johan had wel interessante tips voor ons.”

Elke techstartup heeft een ‘hacker’, ‘hustler’ en ‘hipster’ nodig, vertelt Van Mil steevast aan jonge ondernemers als Bijen. Hij bedoelt: een technische jongen, iemand die de financiën voor elkaar heeft en de hipster die vooral oog heeft voor het uiterlijk van het product. Die eigenschappen komen zelden in één persoon voor. De drie jongens van Festimap kunnen precies aanwijzen wie wie de hackers zijn, maar verschillen van mening over de hustler en de hipster.

„Wij startups zijn hier het entertainment”, zegt Gideon van Dijk (31) van Chargetrip, een app waarmee elektrische autorijders hun route kunnen plannen langs oplaadstations. „Ik was uit het niets geselecteerd om in één minuut een pitch te geven voor een stel investeerders, dan word je letterlijk zomaar een podium opgeduwd. Even later moest ik pitchen op een ronddraaiende caroussel. Echt waar, het is een circus.”

Er lopen ondernemers rond die het spel tot in de puntjes beheersen, vertelt Van Dijk. Zij weten precies hoe ze investeerders moeten benaderen, op welke feestjes ze hun lokaas moeten uitgooien, met wie ze moeten ‘connecten’. Het is een talent, niet iedereen is daar even goed in. Maar of je het nu leuk vindt of niet, één ding is zeker op de Web Summit: „You have to play the game.”