Recensie

Een uur lang ‘Dido’: Purcells beroemdste aria

Alleen de aria

Dido Dido is een uitgepuurd muziektheater van lichaam, stem en adem. Het gijzelt de aandacht, maar heeft ook een zwakte.

‘Dido Dido’ met de pop die de titelrol speelt. Foto Anja Beutler

‘When I am laid in earth’ uit Purcells opera Dido and Aenaes is zo beroemd dat zelfs mensen die nog nooit van Purcell gehoord hebben de aria kennen. Muziektheatervoorstelling Dido Dido schrapt Purcell en zijn opera daarom helemaal en concentreert zich op die ene aria, beter bekend als ‘Dido’s lament’.

Het is een gewaagde keuze – verdraagt zo’n teer, eenvoudig en raak lied het wel om een uur lang te worden uitgemolken? Regisseuse-choreografe Nicole Beutler en Silbersee-directeur Romain Bischoff hebben van die beperking een kracht gemaakt. Dido Dido is een uitgepuurd theater van lichaam, stem en adem, dat de aandacht gijzelt met een sterk ritme en mooie vondsten.

Tekst en melodie van ‘Dido’s lament’ worden op talloze manieren door de mangel gehaald. Het begint al met een briljant uitgewerkte declameer-estafette, waarbij de zes performers om beurten één woord opzeggen, steeds sneller, en vervolgens simultaan, waarna het geroezemoes weer een ritme wordt dat in en uit fase beweegt. Het virtuoze geschreeuw en gekrakeel dreigt te lang door te gaan – maar op precies het juiste moment word je betoverd door een geneuriede versie van de aria.

Hartverwarmende samenzang

„Remember me, but forget my fate”, zingt Dido. Precies daarin schuilt de zwakte van de voorstelling. Zolang Dido’s lot is teruggebracht tot haar klaagzang werkt het, maar wanneer in het laatste deel met (op zichzelf prachtig) poppenspel het personage Dido nadrukkelijk ten tonele gevoerd wordt, blijkt zij door de afwezigheid van context gereduceerd tot flat character.

De performers zingen, bewegen en musiceren stuk voor stuk geweldig en met prettig dedain voor genregrenzen. Bijzonder fraai is de percussieve solo van Raphaela Danksagmüller op de Slowaakse boventonenfluit fujara. En aan het slot duikt Purcell toch nog even op, in de vorm van het Dido and Aeneas-slotkoor: na Dido’s eenzame dood is er troost in hartverwarmende samenzang.