Cultuur

Interview

Interview

Het Louvre in Parijs leende werken uit. Boven: een wandkleed met Daniel en Nebukadnezar. Onder: het schilderij Bonaparte franchissant le Grand-Saint-Bernard (Napoleon bij de Sint-Bernhardpas) door Jacques-Louis David.

Foto’s Giuseppe Cacace/AFP

Dependance van het Louvre toont de hele wereld

Parijs

Het Franse nationale museum leende 300 werken uit aan het nieuwe Louvre-filiaal in Abu Dhabi. Dat ook nog eens miljoenen euro’s had om eigen aankopen te doen.

Toen de Franse president Macron woensdag het Louvre Abu Dhabi opende, waren er 300 werken te zien uit de eigen collectie en evenzoveel stukken die zijn uitgeleend door Franse nationale musea. Vijftien jaar lang zullen zeventien musea en instellingen blijven uitlenen en twintig jaar lang mag „het eerste universele museum van de Arabische wereld”, zoals Louvre-directeur Jean-Luc Martinez het noemde, de naam van het Louvre blijven gebruiken. Zaterdag gaat de prestigieuze dependance open voor het publiek.

In de diverse zalen wordt gepoogd om aan de hand van kunst uit alle windstreken en tijdsvakken een „geschiedenis van de mensheid” te creëren. Zoiets leidt onherroepelijk tot een eclectisch geheel. Maar, meent de Nederlandse kunsthistoricus Peter Fuhring, het Louvre Abu Dhabi is „absoluut geen encyclopedisch museum”.

Het museum past fraai in de omgeving, maar bij de bouw was weinig aandacht voor de arbeidsomstandigheden, zag medewerker Judith Spiegel.

Fuhring, deskundige op het gebied van kunstnijverheid en voormalig bijzonder hoogleraar in Nijmegen, is als lid van de aankoopcommissie sinds 2008 betrokken bij de opbouw van de eigen collectie van het museum. Terwijl het Rijksmuseum in Amsterdam - dat al over een grote collectie beschikt - jaarlijks tussen de 2 en 3 miljoen euro beschikbaar heeft voor aankopen en in zeldzame gevallen bij het Rijk, fondsen en particulieren enkele tientallen miljoenen euro’s kan ophalen, kon volgens Franse media het Louvre Abu Dhabi jaarlijks gemiddeld zo’n 40 miljoen uitgeven.

Daarvan zijn „louter topstukken” aangeschaft, zegt Fuhring. Dat zijn niet alleen werken van Mondriaan, Gauguin en Manet tot de laat-Ottomaanse kunstenaar Osman Hamdi Bey en recente doeken van Cy Twombly), maar ook gebruiksvoorwerpen als porselein, zilver, meubels, lakwerk en uitzonderlijke antieke wapens.

Spannende dwarsverbanden

„Het idee was een universeel museum te creëren waar de kunsten met elkaar van gedachten kunnen wisselen”, zegt Fuhring in zijn kantoor bij de Fondation Custodia in Parijs, waar hij werkt als wetenschappelijk adviseur. „Daarbij speelt de context een grote rol: Abu Dhabi ligt op een plek, tussen drie continenten in, waar veel handelsroutes liepen.”

De collectie laat je „op een totaal andere manier naar cultureel erfgoed kijken”, zegt hij. „En omdat alle vormen van kunst vertegenwoordigd zijn, heb je niet die extreme specialisatie van West-Europese musea. Het is interessant te zien dat overal ter wereld mensen op een bepaald moment iets gedaan hebben met een bepaald materiaal en met vormgeving om hun leefomgeving te verrijken. Of je het kunst noemt of niet, de parallellen en dwarsverbanden zijn ongelooflijk spannend.”

Dat is een bewuste politieke keuze. Martinez noemde het Louvre-filiaal bij de presentatie in september zelfs „een boodschap van vrede aan de wereld in een periode waarin meer wederzijds begrip tussen beschavingen nodig is”. Het is „een krachtig politiek gebaar”, zei hij, „te geloven dat cultuur zijn plaats heeft om vrede te bevorderen”. Daar leert het Louvre zelf ook van, zei hij in The Art Newspaper. „In Abu Dhabi zijn we verplicht de wereld anders te bekijken, met Europa en Amerika in de periferie en niet langer in het centrum.”

Bekijk ook de fotoserie: Binnenkijken in het Louvre Abu Dhabi

Fuhring geeft als voorbeeld een vorige maand aangeschafte wereldkaart, in 1531 op zes grote perkamenten vellen getekend door Vesconte Maggiolo, een cartograaf uit Genua. „In perfecte staat”, zegt hij tevreden. „Het interessante is dat je de kaart over tafel uitrolt en er vanaf vier kanten naar kunt kijken, maar altijd ligt Afrika in het midden.” Eerder was er al een kaart aangekocht met het Midden-Oosten in het midden. „Dat stelt je visie op de wereld ter discussie, daagt je Europese blik uit.”

Het is niet eerder vertoond dat een land een ander land hulp verleent bij het opzetten van zo’n grote culturele instelling, zoals Frankrijk en de Verenigde Arabische Emiraten in 2007 afspraken. Maar dat was wel nodig, want een „museale traditie” ontbreekt in Abu Dhabi, zegt Fuhring.

„Als je niet weet dat een werk op papier of perkament vanwege vocht en temperatuur niet langdurig tentoongesteld kan worden, dan kun je dat niet plannen voor een plek in de permanente opstelling. Er moest dus een depot komen. Er is gelukkig steeds meer lokale betrokkenheid, maar de Franse inbreng zal bij zo’n instelling langer nodig zijn dan aan het begin gedacht is.”

Fuhring prijst de vrijheid die de aankoopcommissie had. Geen moment heeft hij iets gemerkt van religieuze of politieke censuur, zegt hij. „Het tegendeel zelfs. Toen we in Abu Dhabi de eerste aankopen presenteerden aan de sjeika kreeg ze onder meer een uniek beeld van Boeddha te zien, een Christusbeeld en een Indiase god. Ze keek en zei: dit is precies wat we willen laten zien, dat al die religies bestaan. Maar, vervolgde ze: waar is het joodse geloof? Tja, die hebben natuurlijk geen afbeeldingen van God. Toen is er uiteindelijk een manuscript verworven. Maar die openheid vind ik zeer positief. Ze hebben duidelijk het besef dat ze iets creëren wat voor een zeer brede groep mensen bedoeld is, voor bezoekers uit de hele wereld. De insteek is dat je op verschillende manieren naar de objecten moet kunnen kijken. Maar ze laten open hoe.”