Interview

‘Chuck Berry was magisch’

Album en muziektournee Ooit droomde hij van een carrière als popzanger. Na vijftig jaar geeft Freek de Jonge weer ruimte aan zijn liefde voor muziek.

Freek de Jonge Foto Andreas Terlaak

Na bijna vijftig jaar cabaret is zingen met een band het leukste wat hij kan doen, vindt Freek de Jonge. Voor zijn liedjesalbum Koffers hertaalde hij persoonlijke favorieten als ‘Seven Angels’ van Willie Nelson & Ray Charles (‘Schietgebed’), ‘Waiting Around To Die’ van Townes Van Zandt (‘Beter Dan Gaan’) en ‘Stand By Your Man’ van Tammy Wynettte (‘Blijf Bij Je Wijf’). ‘Come On’ van Chuck Berry was een inkopper: bij Freek heet het ‘Kom Op’. „Koffers is niet alleen een woordgrap omdat het covers zijn. Het gaat om mijn muzikale bagage.”

Het begon ooit allemaal zo onschuldig in 1968, met een plaatje van hun studentencabaret dat voor de gelegenheid De Paradijsvogels werd genoemd. Freek de Jonge, Bram Vermeulen en studiegenoot Johan Gertenbach zongen de voor huidige begrippen nogal stijve liedjes ‘Het Paradijs’ en ‘Merck Toch Uw Zerk’. Bram en Freek gingen eind dat jaar samen verder als Neerlands Hoop (In Bange Dagen), zoals De Jonge nu memoreert in zijn bewerking van ‘I Am, I Said’ van Neil Diamond: „Ik begon in Zaandam / toen kwam Bram / we stonden al snel in Carré…”

Hun eigenlijke plaatdebuut maakten Bram en Freek in juni 1967, toen nog alleen als songschrijvers. „Namens het Amsterdams Studenten Corps schreven we twee liedjes voor Johnny Jordaan, met zijn vaste orkestleider Harry de Groot. ‘Adammania, Gek Op Amsterdam’ heette dat. Het was onze ingang bij platenmaatschappij Bovema, die rijk was geworden door Johnny Jordaan en die toen ook wel een plaatje van ons wilde uitbrengen. Wij dachten aan een loopbaan als Engelstalige popzangers, maar dat is anders gelopen.”

Freek de Jonge (73) prijst zich gelukkig dat hij opgroeide in de tijd dat de popmuziek als het ware werd uitgevonden. ‘Come On’ was de oerknal, herinnert hij zich. „Ik kende het niet eens van Chuck Berry, maar werd compleet overrompeld door de versie van de Rolling Stones. Het duurde maar twee minuten en deed iets magisch met me, dat me mijn hele leven is bijgebleven. Mijn Nederlandse versie heb ik toegespitst op de vergrijzing en het bejaardenvraagstuk. Kom op, laat je niet kisten!”

Americana

Hij is een groot muziekliefhebber. „Americana, met fantastische songschrijvers als Townes Van Zandt en David Olney, is de muziek waar ik in mijn vrije tijd intensief naar luister.” Een missie wil hij het niet noemen, maar Freek de Jonge is vastbesloten om deze muziek met Nederlandse teksten nieuw leven in te blazen. „We hebben hier niets tussen de smartlap en het cabaretlied. Daar probeer ik verandering in te brengen met muziek die het sentiment niet schuwt maar die in raffinement en technische uitvoering hoogstaand is. Als ik een lied van het Sir Douglas Quintet zing, moet het ook echt dat opwindende texmexgevoel overbrengen. De plaatsnamen in het nummer ‘Nuevo Laredo’ heb ik niet veranderd, want ik wil de luisteraar meevoeren naar de plaats en de tijd waarin het oorspronkelijk speelde. Toen lang haar en blowen nog nieuw waren.”

Oudejaarshysterie

Onwillekeurig is er engagement in zijn muziek geslopen, vooral in zijn versie van Billie Holidays ‘Strange Fruit’ dat bij De Jonge ‘Wonderlijk Fruit’ heet. „De aanleiding om het te vertalen was de fotomontage die op internet circuleerde, van het hoofd van Sylvana Simons op een gruwelijke afbeelding van opgehangen slaven uit de jaren dertig. Racisme is als een boemerang teruggekeerd in onze samenleving. Waar halen mensen in godsnaam het superioriteitsgevoel vandaan om een ander dood te wensen? Ik vond die foto het toppunt van arrogantie en gebrek aan historisch besef.”

Het fenomeen oudejaarsconference kan hem niet meer boeien, zegt Freek de Jonge nu hij tot eind december met de liedjes van Koffers op het podium staat. „De oudejaarsconference ontleende zijn kracht aan het feit dat er maar één was. Wim Kan was de koning. Nu zijn er wel vijfentwintig. Rond de 31ste december is er een soort hysterie ontstaan waar ik niet meer aan mee doe.”

„Het eind is in zicht, hoe lang kan ik nog mee?”, zingt hij vrij naar Neil Diamond in ‘Ik Ben Zei Ik’. Hij zal sterven in het harnas, vermoedt De Jonge. „Desnoods huur ik er een. Aandacht werkt verslavend. Ik ben geen Herman Brood die tot het uiterste ging, maar ik heb wel altijd manieren gevonden om mezelf in de schijnwerpers te houden. Voor een artiest gaat de hunkering naar adrenaline nooit weg.”

Als de diskjockey Dries Draaisma zal hij zijn liedjesprogramma met zijn band zelf aan elkaar praten. „Ik doe net alsof het een ouderwets radioprogramma is. Daar kun je allerlei herkenbare grappen mee uithalen, zoals een gesprek afronden op een moment dat de gast nog nauwelijks aan het woord is geweest. En dan schakelen we nu over naar de studio in Hilversum.”

Het album Koffers verschijnt 10/11 bij V2. Tournee zie freekdejonge.nl en delamar.nl