Commentaar

Burgerschapskunde als schoolvak verdient extra impuls, juist nu

Alleen al vanwege de saaie naam was het vak staatsinrichting, zoals dat in een grijs verleden heette, nooit erg populair. En toen het werd omgedoopt tot maatschappijleer werd het vak vooral met geitenwollensokken en pluizigheid geassocieerd. Burgerschapskunde, het huidige etiket van dezelfde materie, is kennelijk hetzelfde lot beschoren. Scholieren in Nederland blijken weinig te weten van hoe de democratie eigenlijk functioneert. Internationaal vergelijkend onderzoek toont nu aan dat Nederlandse tweedeklassers op dit vlak lager scoren dan die in bijvoorbeeld Vlaanderen en de Scandinavische landen. Nederlandse scholieren weten minder dan die in andere landen over democratie en rechtstaat, zijn minder politiek betrokken en hechten weinig belang aan verkiezingen. Bovendien of misschien wel bijgevolg hechten ze minder belang aan gelijke rechten voor etnische minderheden en immigranten.

Het wordt erger: ook is gebleken dat docenten niet bekwaam zijn, of zichzelf althans niet bekwaam genoeg vinden, om les te geven over de Grondwet en het politieke stelsel. Daarbij komt ook nog eens dat de geconstateerde tekortkomingen niet zouden gelden voor havo- en vwo-leerlingen. Kortom, ook hier wordt de al eerder en vaker geconstateerde kloof in de samenleving tussen hoger- en lageropgeleiden weer eens zichtbaar. Bovendien komt de nu internationaal gemeten achterstand niet uit de lucht vallen.

Er zijn al veel langer signalen dat het onderwijs in burgerschapskunde in Nederland tekortschiet. Dat concludeerde bijvoorbeeld ook de Onderwijsinspectie in februari dit jaar. De inspectie constateerde dat de activiteiten op scholen weinig verband vertonen, dat een planmatige aanpak ontbreekt, dat scholen niet formuleren wat ze leerlingen willen leren en dat ze ook niet weten wat leerlingen leren.

Ondertussen maakt de ingrijpende transformatie van Nederland de afgelopen vijftig naar een ontzuilde, geïndividualiseerde en multiculturele samenleving aandacht voor burgerschapskunde nog meer dan vroeger noodzakelijk. Voor het goed functioneren van de Nederlandse democratie is het van evident belang dat alle Nederlandse scholieren op een uniforme, neutrale en gestructureerde wijze kennisnemen van de spelregels van de samenleving. Alleen al vanwege de vreemde consequentie dat anders aan immigranten die de Nederlandse nationaliteit willen krijgen hogere eisen zouden worden gesteld dan aan eigen burgers. Ook die kunnen wel een inburgeringscursus gebruiken zoals dat onderzoek aantoonde.

Ergens in de slepende discussie over wat we middelbare scholieren in het middelbare school-curriculum willen meegeven is het misverstand binnengeslopen dat alleen exacte vakken maatschappelijk nuttig zijn, de rest is „pretpakket”. Maar er zijn signalen, zoals de recente nostalgische discussie over de hbs naar aanleiding van de bestseller Wij van de hbs, die erop wijzen dat de slinger terug beweegt in de richting van brede, algemene vorming. Scholieren, ook die in zogenaamd lagere opleidingen, hebben recht op onderwijs in vakken als geschiedenis, talen en burgerschap. En de overheid heeft de plicht erop toe te zien dat zij dat onderwijs krijgen. Dat betekent niet slechts symbolisch nationalisme rond vlag, volkslied en Nachtwacht. Maar voldoende geld, inzet en politieke aandacht om leerkrachten te werven en te motiveren en scholieren te enthousiasmeren.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.