Alles wat groeit en bloeit, je vindt het nu ook weer in de Rijndelta

Onderzoek biodiversiteit

De decennialange daling van de soortenrijkdom in de Rijndelta, door onder meer kanalisering en intensieve landbouw, lijkt gekeerd.

Bever Foto iStock

Het gaat langzaam beter met de natuur in de Nederlandse Rijndelta. Tussen 1997 en 2012 is de soortenrijkdom aan dieren en planten er toegenomen. Dat blijkt uit onderzoek van Utrechtse en Nijmeegse wetenschappers, dat woensdag in het tijdschriftScience Advances is gepubliceerd.

Daarmee lijkt een eeuwenlange daling in de soortenrijkdom in de Rijndelta gekeerd, zegt geograaf Menno Straatsma van de Universiteit Utrecht. Hij is eerste auteur van het artikel. De oorzaak van die achteruitgang was divers, zegt Straatsma: kanalisering, giflozingen, intensieve landbouw en mestafvoer, aanleg van dammen, oprukken van exotische soorten.

Over de nu gemeten vooruitgang is Straatsma voorzichtig positief. „Van compleet herstel zitten we nog ver af.”

Gunstig effect verruiming rivier

Dat de biodiversiteit in de Rijndelta weer toeneemt, komt voor een deel door maatregelen die zijn genomen om het overstromingsrisico te beperken. Door de opwarming van de aarde veranderen weerpatronen en zullen in de toekomst naar verwachting vaker heftige regenbuien voorkomen. Een maatregel om daarop te anticiperen is bijvoorbeeld het graven van nevengeulen. Andere, specifiek op de natuur gerichte maatregelen, zijn het laten verwilderen van uiterwaarden en weilanden, en het uitgesteld maaien van hooiland. Straatsma: „En bij de stuw van Driel is vijftien jaar geleden bijvoorbeeld een vistrap aangelegd, zodat vissen nu weer de rivier op kunnen.”

De onderzoekers richtten zich in hun onderzoek op 614 beschermde en bedreigde soorten dieren en planten. Die werden ingedeeld in zeven groepen: hogere planten, libellen en waterjuffers, vlinders, amfibieën en reptielen, vissen, vogels, zoogdieren. Vervolgens deelden de onderzoekers de Rijndelta op in 179 uiterwaarden en binnen al die gebieden keken ze welke van 82 ecotopen (een ecologisch geclassificeerd gebied, zoals hardhout ooibos (op natuurlijke wijze ontstaan bos langs rivieren), productiegrasland, ruigte) er voorkwamen. Van al die uiterwaarden is berekend welke van die 614 soorten er kunnen voorkomen. Zo bepaalden ze wat de potentiële biodiversiteit was. Daarna gingen ze na wat er in de praktijk daadwerkelijk aan biodiversiteit was.

Nationale Database Flora, Fauna

Daarvoor gebruikten ze de Nationale Database Flora en Fauna, waarin ruim honderd miljoen waarnemingen van dieren en planten in Nederland zijn opgeslagen. „Deze databank is geweldig voor Nederland. Al decennialang wordt alles erin opgeslagen”, zegt Straatsma.

In 137 van de 179 uiterwaarden zagen de wetenschappers de biodiversiteit toenemen. Maar wel met duidelijke verschillen tussen de groepen. Bij de zoogdieren en vogels was de toename het duidelijkst. Zo werden de bever, de otter, de kerkuil en de roerdomp in steeds meer uiterwaarden aangetroffen. Bij libellen en vissen deden vooral soorten die zich snel verspreiden het goed. Amfibieën en reptielen, en planten, deden het het slechtst.

Wat precies het effect is geweest van een bepaalde maatregel op de biodiversiteit, hebben de onderzoekers niet kunnen nagaan. Omdat niet alle maatregelen even goed zijn vastgelegd, legt Straatsma uit. „Van het graven van een nevengeul weet je wel exact wanneer dat is gebeurd. Maar niet wanneer een bepaalde boer een bepaalde akker vlakbij de rivier anders is gaan beheren.”

Het onderzoek laat zien dat vooral snel verspreidende soorten het goed doen, zoals de roerdomp en de bever. „Dat verwacht je ook”, zegt Straatsma. Maar het laat volgens hem ook zien dat beheerders niet herhaaldelijk moeten ingrijpen in de natuur. „Een begrip dat je nu veel hoort is dynamische natuur, waarin voortdurend veel verandert.” Maar er zijn ook langzaam verspreidende soorten, zoals de knoflookpad, de gaffellibel en het pimpernelblauwtje. „Je moet ook die trage soorten verleiden om eens ergens anders heen te gaan. Dan moet je niet steeds alles blijven veranderen.”