Advocaten, spreek elkaar aan op wat rechtvaardig is

De advocatuur kan niet van zichzelf zeggen dat ze ‘leidend is’ in de rechtsstaat en tegelijkertijd stilletjes belastingontduiking faciliteren, schrijft

Foto iStock, Bewerking Fotodienst NRC

Enige tijd geleden hield Ferdinand Grapperhaus, toen senior advocaat, nu minister van Justitie en Veiligheid (CDA), een praatje voor een groep jonge advocaten in opleiding. Daar beweerde hij dat advocaten „uiteindelijk toch het meest leading zijn bij het in stand houden van de rechtsstaat”. En hij hield zijn gehoor voor dat ze vooral het begrip ‘rechtvaardigheid’ uit de advocateneed in de praktijk moeten brengen. Bijvoorbeeld door weer ‘pro bono’ te gaan werken voor cliënten die geen advocaat kunnen betalen.

Had Grapperhaus gelijk? Geeft de advocatuur inderdaad de toon aan, in de rechtsstaat? Ik denk het toch niet.

Idealiter is wat mij betreft de advocatuur wel degelijk leidend bij het verdedigen van de burgerrechten, het bevechten van rechtvaardigheid, het beschermen van de machtelozen. De advocaat is in theorie voor de burger de laatste reddingsboei voor als hij hopeloos in de knoei zit – in een rechtsstaat als de onze hoor je ook toegang te hebben tot een goed opgeleid jurist op wiens deskundigheid en integriteit kan worden vertrouwd.

Maar is de advocaat inderdaad een kracht ten goede in de samenleving? De vorige staatssecretaris van financiën had z’n twijfels. Hij maakte na de ophef over de Panama Papers aanstalten om fiscale adviezen uit te gaan zonderen van het beroepsgeheim. Deze week barstte het vervolg los, de Paradise Papers – op de BBC werden belastingadviseurs achtervolgd door microfoons, terwijl zij nog over hun schouder riepen dat wat zij deden heus niet illegaal was.

De advocatuur is dus maatschappelijk in gebreke gesteld – ook in dit regeerakkoord wordt de burger ‘meer transparantie’ beloofd. Mogelijk moet die straks van de harde schijven in de advocatenkantoren komen.

Vertrouwd dilemma

Dit is natuurlijk een vertrouwd dilemma – hoever kan een advocaat meegaan in de zakelijke wensen van zijn cliënt. En dan bedoel ik niet de vraag waar de wettelijke grenzen liggen waarbinnen hij moet blijven. Maar wat is er maatschappelijk of ethisch verantwoord. Eenvoudig gezegd – waar wil de advocaat zélf aan meedoen?

Is hier een omslag gaande? Deze week liet ING weten geen zakelijke banden meer met trustkantoren te willen onderhouden – omdat hun werkzaamheden ‘maatschappelijk ongewenst’ zijn. Dat is dus een ethische maatstaf, waar die sector zich met een keurmerk tegen probeert te wapenen. Dit is ook voor de advocatuur relevant. Komt de advocaat zelf wel zijn eed na waarin hij zegt geen zaak aan te zullen raden of verdedigen, die hij „in gemoede niet gelooft rechtvaardig te zijn”? Spreken advocaten elkaar aan op wat ‘in gemoede’ rechtvaardig is? Of durven zij dat niet?

Is er wel grip op de vakbroeders die verstrikt raken in de georganiseerde criminaliteit, zoals in het zuiden van het land incidenteel het geval is. Mij valt op dat gezagdragers die ‘ondermijning’ en ‘vermenging van de onder- en bovenwereld’ aanklagen, daarbij niet alleen wijzen naar autoverhuurbedrijven, geldkantoren en witwaswinkels. Maar ook naar advocaten, als facilitators van het bederf. Ik zou me daar als advocatuur enorme zorgen over maken.

Ik ben het geheel eens met Grapperhaus die zegt dat de advocatuur zichzelf geen dienst bewees door ‘niks meer aan pro bono’ te doen. De tijd dat grote kantoren kleine zaken gratis door advocaat-stagiairs lieten doen is voorbij – ook omdat kleine zaken tegenwoordig gespecialiseerde kennis vragen. Maar hij heeft wel een punt. De advocatuur is sterk uit elkaar gegroeid, qua technologie, businessmodel, specialisatie en doelmatigheid zijn die kantoren op geen enkele manier meer te vergelijken met de kleine kantoren op minder profijtelijke rechtsgebieden.

Gefinancierde rechtsbijstand

Het jongste rapport over de gefinancierde rechtsbijstand laat zien hoe hard de kleinere advocatuur financieel achteruit is gegaan. En dus ook, mutatis mutandis, hoe ineffectief de lobby van de Orde is geweest om die ontwikkeling te keren. Dat is voor een wettelijk erkende beroepsgroep met procesmonopolie, ‘leidend’ in de rechtsstaat, een heel erg treurig resultaat. De advocatuur heeft hier gefaald. Hoe gaat de advocatuur die kloof overbruggen? Welke vernieuwingen, welke creatieve nieuwe plannen staan er op het vuur? Er is bijvoorbeeld veel kritiek op het kostbare en niet altijd effectieve ‘toernooimodel’ waarin advocaten elkaar namens hun cliënten plegen te bevechten. Worden die bezwaren serieus genomen? Aan welke alternatieven wordt er gewerkt? Ik hoor maar weinig.

Ik herinner me nog een voorstel uit 2008, voorgesteld door de eminente advocaat Coen Drion om 1) specialistische kennis ter beschikking te stellen aan collega-advocaten, 2) een aantal eigen advocaten beschikbaar te houden voor rechtzoekenden die anders achter het net vissen en 3) geld te storten in een fonds dat wordt gebruikt voor bijvoorbeeld proefprocessen en om mensen te helpen die verstoken blijven van juridische bijstand. Daar was de Orde destijds faliekant tegen. Maar ik zou zeggen, denk er nog eens over na. De tijd is rijp.

De advocatuur kan niet van zichzelf zeggen dat ze ‘leidend is’ in de rechtsstaat, stilletjes belastingontduiking en ondermijning faciliteren en tegelijk de afkalving van de kleinere rechtshulp koud van zich af laten glijden. De on- en minvermogenden mag zij niet laten zakken. Als zij één van de drijvende krachten van de rechtsstaat wil blijven, dan geldt noblesse oblige.