Naar het Louvre? Dat kan nu ook in Abu Dhabi

Reportage

Vandaag opent president Macron het Louvre Abu Dhabi. Het museum past fraai in de omgeving, maar bij de bouw was weinig aandacht voor de arbeidsomstandigheden.

Foto Kamran Jebreili/AP

Buiten ontdoen Bengalen in een hoogwerker de palmbomen van stof. De politie oefent met het landen van een helikopter. Een rode loper ligt opgerold voor de ingang. Binnen test Afrikaans beveiligingspersoneel de walkietalkies en draven subtiel geklede Françaises met stapels papieren door de achterafruimtes van het museum. Op zaterdag 11 november is de officiële opening van het Louvre Abu Dhabi voor het publiek; deze dinsdag mag de pers alvast kijken.

Wat ze zien is spectaculair. Een spierwit gebouw, met stalen koepel in een lege zandvlakte aan een knalblauwe zee. Het pièce de resistance is de koepel, misschien wel het belangrijkste kunstwerk van het museum. De koepel bestaat uit stalen vlakken in typisch Arabische geometrische vormen en laat lichtstralen door.

Voorzitter Mohammed Khalifa al Mubarak van de afdeling cultuur en toerisme van Abu Dhabi refereert in zijn openingstoespraak aan de oase van Al Ain, zo’n 150 kilometer landinwaarts . „Zo sijpelde de zon er door de palmtakken, toen we er als kind speelden.”

Geen toeval. Architect Jean Nouvel noemt zichzelf ‘contextueel’. Ook dit gebouw moet passen in de cultuur, klimaat en geschiedenis van de plek waar het staat. Dat klopt in elk geval voor de zakelijke kant van het verhaal. Als er iets deze regio typeert, is het wel het franchiseconcept. Waarom zelf doen wat elders al goed is gedaan? Dat is geen luiheid, eerder realiteitszin. Abu Dhabi – het rijkste van de zeven emiraten die samen de Verenigde Arabische Emiraten vormen – betaalde het Louvre zo’n 500 miljoen euro voor dertig jaar gebruik van de naam en nog eens dat bedrag voor het lenen van werken en managementadvies. Dat is exclusief de bouw, die zo’n 100 miljoen kostte. Door de gekelderde olieprijzen liep de bouw daarnaast vijf jaar vertraging op.

Het middeleeuwse wandtapijt Daniel en Nebukadnezar. Giuseppe Cacace/AFP

Toch zijn die juist reden om de komst van het museum erdoor te drukken. Om minder afhankelijk van olie-inkomsten te worden, moet Abu Dhabi zijn economie diversifiëren. Met kunsttoerisme bijvoorbeeld. En passant werkt dat goed als soft politics. Kleinere landen als de Verenigde Arabische Emiraten (ongeveer 9,4 miljoen inwoners) moeten het niet hebben van hun militaire slagkracht, maar van vrienden.

Binnen en buiten gaan in het museum ook letterlijk in elkaar over. Sommige ruimtes tussen de verschillende delen van het museum bevinden zich in de open lucht, beschermd tegen de zon (en sporadische regen) door de koepel. Het doet denken aan de open binnenplaatsen van de oorspronkelijke huizen in de regio, met een waterbron en een boom.

Bekijk ook de fotoserie: Binnenkijken in het Louvre Abu Dhabi

Het is een verademing dat het museum geen in zichzelf gekeerde blokkendoos is en je, hoe warm en klam het ook is, de omgeving doet voelen en ruiken. De boom is er in brons, zoekend naar licht, van de Italiaanse beeldhouwer Giuseppe Penone.

Een beeld van de Franse beeldhouwer Gilles Guerin. Giuseppe Cacace/AFP

Wat contextueel ook klopt, is de keuze voor zwart-wit. Het weerspiegelt dishdasha’s en abaya’s, de witte jurken van de mannen en de zwarte jurken van de vrouwen hier. Zelfs de foto’s van de koninklijke familie, die standaard in kleur in elk gebouw van belang hangen, zijn in zwart-wit uitgevoerd. Dissonant: de gele shirts van de badmeesters; voor het geval er iemand in het water rondom het museum valt. Krisna uit Nepal is een van hen. „Ik denk en hoop dat ik het niet heel druk zal hebben.”

Krisna vertegenwoordigt een andere contextuele waarheid: Abu Dhabi kan niet zonder arbeidsmigranten. Dat is ook de zwarte bladzijde uit de totstandkoming van het Louvre (en het nog in aanbouw zijnde Guggenheim). Jarenlang ageerden internationale mensenrechtenorganisaties en de regionale Gulf Labor Artist Coalition tegen de belabberde werk- en leefomstandigheden van degenen die het museum bouwden. ‘Ultra Luxury Art, Ultra Low Wages’, riepen ze. Directeur Manuel Rabaté besteedt er tijdens de persconferentie enkele woorden aan: „Het had onze uiterste aandacht.” Buiten kit een Indiër intussen nog vlug de kieren tussen de tegels. Hij houdt twee vingers omhoog om zijn salaris aan te duiden. Tweehonderd dollar per maand.

Foto Giussepe Cacace/AFP

Wat er achter hem gebeurt, zegt hem niks: Rembrandt, Mondriaan, Van Gogh, Monet, Manet, Rodin, Degas, op intelligente wijze tentoongesteld. Het contextuele is in de collectie niet meteen duidelijk. Tenzij de context de hele wereld is, wat in het geval van de Emiraten niet zo gek is.

Toch is het voor hen die juist willen weten wat de regio zélf aan kunst voortbrengt nogal een woestijn, met helemaal aan het eind een oase: twee intrigerende werken van Abdollah Alsaadi uit de Verenigde Arabische Emiraten en Maha Malluh uit Saoedi Arabië. Nakomertjes of beginpunt, net hoe je het wilt zien.