Vaste gasten op een begrafenis

Typologie Elke begrafenis is anders, toch ziet Merel Thie er steeds dezelfde mensen. Zoals de podiumpakker, de harde knuffelaar en het zwarte schaap.

Illustratie: Wendy Panders
  • De podiumpakker

    Al jaren hobbyt de podiumpakker thuis met klankschalen, doedelzak of Keltische dans. En nu is dan het moment. Hij of zij (meestal een zij) staat voor een afgeladen zaal vol aandachtige mensen die nergens heen kunnen en in volledige stilte zullen moeten luisteren en kijken naar haar optreden. En zij vertelt dat het voor haar „zo natuurlijk voelde” om juist op deze manier afscheid te nemen van de dode.

    In de categorie podiumpakkers vallen ook de mensen (meestal een hij) die de dode als aanleiding nemen om eens uitgebreid over zichzelf te vertellen. De dode komt slechts zijdelings voorbij in hun toespraak. („Zij kwam altijd bij mij voor goede raad, ik nam dan de tijd, hoewel ik eigenlijk Veel Belangrijkere Dingen te doen had, zoals wel vaker, bijvoorbeeld toen ik in 1967… ”)

    Jammer voor de podiumpakker is dat applaus niet gebruikelijk is op begrafenissen.

  • De hartstochtelijke huiler

    Bestaat in twee typen: het eerste type komt vaak al snikkend de zaal binnen. Huilt tijdens de dienst met veel geluid en toetert meerdere zakdoeken vol in muzikale intermezzo’s. Dit type geneert zich daar niet voor – want als je op een begrafenis je verdriet al niet meer kunt uiten, waar dan wel?

    Er zijn ook hartstochtelijke huilers die er juist alles aan doen om zacht te huilen, omdat ze het leed van anderen niet willen overschreeuwen. Hun verdriet hangt niet altijd samen met de dode in kwestie. Vaak wordt gehuild om eerdere doden, echtscheidingen, frustraties op het werk of algehele miskenning. Hun tranen vloeien nou eenmaal makkelijk. Maar als ze naar een begrafenis moeten van iemand die ze nauwelijks kennen, zien ze zelf ook wel in dat ze niet harder moeten huilen dan de kinderen van de dode. Ze posteren zich het liefst dicht bij de uitgang om zo min mogelijk op te vallen met hun gehuil.

  • De routinier

    Vaak op leeftijd. Recenseert na afloop de begrafenis en de sprekers alsof het een voorstelling was. ‘Nogal armoedig, alleen kaas en worst.’ En: ‘De belichting was goed.’ Maar ‘die fotoshow tijdens de dienst leidde alleen maar af van de muziek’. Laat zich soms ontvallen dat het ‘toch heel fijn is om iedereen weer te zien’. Het kan zijn dat de begrafenis het enige uitje is in de agenda deze week.

  • De afvinker

    Wil niet komen, heeft geen tijd maar vindt dat hij het ‘niet kan maken’ weg te blijven. Zijn hele aanwezigheid is gericht op: afvinken en wegwezen. Hij tekent direct het condoleanceregister en dringt zich na de dienst op in de condoleancerij. Want hij weet: pas als de familie hem gezien heeft, kan hij weg. Tijdens de dienst staat hij stiekem buiten te roken.

  • De alcoholist

    Komt begrijpelijkerwijs alleen naar begrafenissen na drieën of die waarvan hij zeker weet dat er om elf uur een borrel wordt geschonken.

  • Het zwarte schaap

    Op de meeste familiefeestjes wordt zij of hij al jaren niet meer uitgenodigd. De ex-vrouw van je broer bijvoorbeeld. Want toen het huwelijk nog goed was, verziekte ze ook al alle kerstdiners. Of: de volwassen neef die nog nooit betaald werk heeft gedaan maar wel altijd het hoogste woord voert. De oom die veroordeeld is voor belastingontduiking maar desalniettemin voortdurend praat over ‘buitenlanders’ als profiteurs. Op een begrafenis zijn ze welkom want zo’n gebeurtenis overstijgt alle oudbakken vetes. Ze komen zeker opdagen, ook bij de afzonderlijke condoleance op dinsdagavond. Het is een van de weinige kansen die ze hebben om er toch weer even bij te horen.

  • De maîtresse

    Bij het napraten over de begrafenis blijkt dat niemand wist wie die slanke vrouw met hoed en zonnebril was. Ze had één rode roos bij zich.

  • De harde knuffelaar

    Omdat hij de woorden niet kan vinden, pakt hij de nabestaanden stevig vast. Ook als hij die voor het eerst ziet, omdat hij wel de dode kende, maar niet zijn familie. Je ruikt: Old Spice, een zweem sigaar en het wasmiddel dat je oma ook altijd gebruikte. Het is eigenlijk best fijn, je weet zelf toch ook al lang niet meer wat je nu weer zou moet zeggen.

Overigens zijn er ook mensen die zich weleens in vrijwel alle categorieën hebben begeven.