Tech kan ook slecht zijn, beseft Lissabon

Web Summit #3

Hoe technologie kan worden misbruikt. Dat was vandaag een van de thema’s in Lissabon. Het ging over nepnieuws, de gevaren van AI en Russische trollen.

Brad Parscale, digitaal adviseur van Donald Trump tijdens de presidentsverkiezingen. Foto Web Summit

Ook de tech-community, deze week verzameld op de Web Summit in Lissabon, begint te wennen aan het idee dat technologie, ontworpen om goed te doen, evengoed misbruikt kan worden. Veel praatjes op het vierdaagse congres staan in het teken van die omslag in het denken over technologie.

Web Summit-organisator Paddy Cosgrave in een eerder interview met NRC: „De laatste decennia waren de euforische jaren waarin elke nieuwe technologische ontwikkeling werd gezien als een positieve invloed. Die tijden zijn voorbij. Sommige tech is fantastisch, andere niet. Dat besef daalt nu in.”

Tech kreeg de afgelopen tijd dan ook veel slechte pr. De wereld kwam erachter dat sociale media kunnen worden misbruikt om verkiezingen te beïnvloeden, zoals rond de Amerikaanse presidentsverkiezingen is gebeurd. Dat nepnieuws en misleidend nieuws polarisatie en gevoelens van ongenoegen in een samenleving vergroot. Dat grote techbedrijven heel makkelijk hun macht kunnen misbruiken om concurrentie uit te schakelen en belastingen te ontwijken.

Gevaren van AI

En dan hebben we het nog niet eens gehad over de technologie die eraan zit te komen. Zo waarschuwde de beroemde natuurkundige Stephen Hawking op het congres via een videoverbinden voor de gevaren van artificiële intelligentie. „De opkomst van AI zou het ergste óf het beste kunnen zijn dat is gebeurd voor de mensheid”, aldus de professor.

Hawking noemde zichzelf een optimist, maar zei tegelijk: „We moeten simpelweg bewust zijn van de gevaren, ze identificeren, de beste oplossingen doorvoeren en ons lang van tevoren voorbereiden op de consequenties van kunstmatige intelligentie.”

Objectief nieuws is dood

Zorgen en ingrijpende veranderingen kenmerkte woensdag ook een aantal praatjes over de toekomst van de media. In een paneldiscussie verklaarden Cenk Uygur van het populaire Amerikaanse YouTube-kanaal The Young Turks en Joe Pounder, een vooraanstaande Amerikaanse verkiezingsexpert, de objectieve rol van nieuwsmedia dood.

Uygur: „Jongeren willen geen zogenaamd objectieve nieuwslezer zien, daar prikken ze zo doorheen. Ze luisteren alleen naar journalisten met een mening. Dus ik ben blij dat het tv-nieuws, dat de status quo wil behouden, hierdoor in grote problemen komt.”

Pounder wees erop dat echokamers in de toekomst alleen maar groter zullen worden. „In komende verkiezingen gaan we zien dat de kandidaat die er het best in slaagt echokamers te creëren, zoals Trump heeft gedaan, wint.”

Nepnieuws is een gevaar voor de democratie, stelde denktankdirecteur Ann Mettler in een ander podiuminterview. Hoewel de interviewer herhaaldelijk vroeg naar praktische oplossingen kwam de directeur van het Europese Politieke Strategiecentrum, een interne beleidsdenktank voor de Europese Commissie, niet verder dan: „We hebben veel geleerd over nepnieuws en de tijd om hier naïef over te zijn is voorbij.”

Mettler en de andere deelnemers aan het interview, onder wie nieuwschef Joseph Kahn van The New York Times, waren het erover eens dat platforms als Facebook en Google beter hun best moeten doen om nepnieuws en misleidend nieuws te bestrijden.

Trollen

Even later werd Brad Parscale, de man die Donald Trumps digitale campagne aanstuurde, stevig aan de tand gevoeld over zijn methodes en de verspreiding van nepnieuws door Russische trollen.

De interviewer vroeg of Parscale kon bevestigen dat zijn data aantoonde dat berichten over infrastructuur het goed deden onder Trump-stemmer. „Zeker, daarom hebben we er veel berichten over geschreven”, antwoordde Parscale. De interviewer: „Trump heeft tot nu toe geen enkel wetsvoorstel ingediend dat de infrastructuur in Amerika moet verbeteren. Heeft u uw kiezers voorgelogen?”

Parscale moest even nadenken over zijn antwoord, maar zei uiteindelijk: „Trump heeft nog drie jaar de tijd.”

De Trumpcampagne zat op dezelfde lijn als de Russische trollen die de verkiezingen probeerden te beïnvloeden, stelde de interviewer. De trollen schreven veel over dezelfde onderwerpen, zoals nepnieuws gericht tegen Hillary Clinton, en richtten zich ook vaak op hetzelfde publiek. „Was u op de hoogte van de activiteiten van deze Russische trollen?” Nee, zei Parscale. En hoewel Facebook heeft gezegd dat bijna 150 miljoen Amerikanen de Russische propaganda hebben gezien noemde Parscale de schaal waarop zij opereerden „minuscuul”.

Toch heeft u een tweet van een Russische trol geretweet, riposteerde de interviewer. „Klopt”, zei Parscale, „maar ik retweet zoveel en ik was het eens met de boodschap van de tweet.”