Interview

Muziekprijs-winnaar Maria Milstein: ‘Rustig rijpen is mijn element’

Violiste Maria Milstein (32) wint de Nederlandse Muziekprijs. Met recht, want ze is een van de allergrootsten: intens muzikaal, volstrekt onijdel en compromisloos toegewijd aan de wensen van de componist.

Foto Andreas Terlaak

De nieuwe cd zit in haar tasje: La sonate de Vinteuil. Wie? Vinteuil. Fictieve componist wiens ‘kleine melodie’ blijft doorzingen in het hoofd van protagonist Swann in Marcel Prousts À la recherche du temps perdu.

Welke sonate Proust voor oren had, daarover zijn de meningen verdeeld. Violiste Maria Milstein (32) houdt het op de cd op de sonates van Pierné (onbekend en prachtig), Debussy of Saint-Saëns. Maar, benadrukt ze met een klein Russisch accentje, het blijft speculatie. Tant pis. Het gaat om het idee.

La sonate de Vinteuil verscheen eind oktober – in dezelfde week dat bekend werd dat Milstein in januari de Nederlandse Muziekprijs krijgt uitgereikt.

Waar veel musici nog jong zijn als ze worden geselecteerd voor ‘het traject’ dat kan leiden tot toekenning van de Muziekprijs, was Milstein al dertig. Voor haar geen extra vioollessen in vreemde landen of exclusieve masterclasses; ze is zelf al docent aan het conservatorium in Amsterdam, waar ze ook woont met haar vriend, violist Mathieu van Bellen.

En haar nieuwste cd, nou ja, die was al betaald door de Borletti Buitoni Trust in Londen, waar Milstein pas ‘fellow’ werd – een bekroning voor het internationale puikje van klassieke jonge musici.

Met de Muziekprijs wilde ze dus iets echt anders, lacht Milstein in een Amsterdams café, iets „wat ik spannend vond, wat ik nog niet eerder deed”. In overleg werd ze gekoppeld aan regisseur/ toneelschrijver Peter te Nuyl, met wie ze een script samenstelde op basis van Prousts magnum opus. „Dat wordt volgend jaar het tweede been van mijn Proust-project”, zegt ze. „Het idee is dat we een voorstelling maken waarin muziek en romanfragmenten samensmelten – twee musici en een acteur samen op zoek naar de ongrijpbare schoonheid van de ‘petite phrase’ van Vinteuil.”

Hoezo Proust? Weinigen hebben ‘À la recherche du temps perdu’ uitgelezen…

Milstein: „Ik ook niet, al ben ik ver gekomen. Proust eist een enorme concentratie, maar ooit ga ik die 2.400 pagina’s uitlezen. Ik groeide op in Frankrijk, dat scheelt. De originele formuleringen zijn al prachtig. Maar wat me vooral trof was hoe Proust de waarde van muziek verwoordt. Zijn personage Swann is een ijdele aristocraat, een nietsnut. Maar hoe muziek hem beïnvloedt, dat is intens ontroerend beschreven.”

U won een Edison voor uw eerste cd ‘Sounds of War’, die in alle kranten 5 sterren kreeg. Toch laat uw solodebuut bij grote orkesten op zich wachten. Hoe komt dat?

„Het ligt aan mezelf. Rustig rijpen is mijn element. Je hebt snelbloeiers die op hun achttiende concoursen winnen en een boost krijgen van prestatiedruk, maar mijn temperament is tegenovergesteld. Ik ben ook nooit een wonderkind geweest. Toen ik 20 was, was ik écht nog niet klaar voor aandacht, concoursen en solospel. Ik heb me in kamermuziek ontwikkeld en dat repertoire vind ik nog steeds het allermooiste. Soloconcerten vind ik ook geweldig, maar ik heb geen haast. Ik groei in een ander tempo dan Liza Ferschtman of Janine Jansen. En dat is prima.”

Kinderfoto van Maria Milstein

„In Moskou, waar we woonden tot ik vijf was, domineerde de piano. Mijn vader en mijn oma gaven pianoles en de verwachting was dat ik ook voor de piano zou kiezen. Maar mijn moeder, altvioliste, had wat vioolleerlingetjes en dat trok me veel meer. Toen ik begon was ik vijf. Mijn zusje Nathalia (22), ook de pianiste op de nieuwe cd, is in alles veel sneller. Ze trok zich als baby bij wijze van spreken tot staan op aan de piano, en haar carrière gaat ook heel snel. Ik was serieus, maar als gezegd: in mijn eigen, rustige tempo.”

In 1991 verhuisde u met uw ouders van Moskou naar Lyon. Hoe was dat?

„Dubbel. Rusland was onrustig: weinig eten, een onzekere toekomst. Niet voor niks is mijn zus tien jaar, mijn broer zestien jaar jonger dan ik: in Moskou kon geen sprake zijn van gezinsuitbreiding. Dus toen de grenzen opengingen, heeft mijn moeder meteen auditie gedaan bij orkesten in het buitenland. Zo belandden we in Lyon. Iedereen blij. Maar het was niet altijd gemakkelijk.”

Ook niet voor u? U was pas zes.

„Maar ik had het heel erg naar mijn zin in Rusland! Ik had twee oma’s en een opa en was het kleintje voor wie iedereen graag zorgde. In Frankrijk moest ik me zonder hen redden in een vreemde taal.”

Lukte dat?

„Jawel, al bleef thuis de voertaal Russisch. Toen ik een keer Frans begon te spreken, kapte mijn moeder dat direct en streng af. Roots en familiegevoel zijn ontzettend belangrijk voor Russen, en voor emigranten al helemaal.”

Op uw achttiende ging u in Amsterdam studeren. Waarom juist daar?

„In Frankrijk had ik les van mijn moeder en wat privéleraren, maar de belangrijkste bleef mijn lerares in Moskou, Valentina Korolkova. Altijd als we voor familiebezoek in Rusland waren, gaf zij me les. Op mijn vijftiende kwamen er lessen bij van Pavel Vernikov en Ilja Grubert in Italië. Toen ik een conservatorium moest kiezen, werd het Amsterdam omdat Grubert daar doceerde.”

Grubert is Russisch, toch?

„Ja, haha. Sorry.”

Ik benadruk het alleen omdat ik denk dat het geen toeval was.

„Nee, dat klopt. Ik herkende iets bij hem – een stijl, school, misschien de mentaliteit van vanzelfsprekende discipline. Maar vooral een klankideaal. Je herkent oude Russische violisten door goed te luisteren; musici als David Oistrakh of Leonid Kogan, bij wie Grubert studeerde, spelen heel verschillend, en toch hoor je dat ze loten zijn van één stam.”

Waaraan dan? Ernst? Passie? Muziek lijkt voor Russische, vaak ook joodse musici, een wezenszaak, verwant aan leven, dood, religie…

„Ja. dat gevoel herken ik heel sterk. Misschien door het zware Russische leven? Maar ik zou het aanmatigend vinden te zeggen dat ernst en passie exclusief Russisch-joodse eigenschappen zijn. Dat is ook gewoon niet waar. Muziek is voor elke goede musicus noodzakelijk.”

Toch: u was een meisje van 18. Geen drang de ‘zwaarte’ af te schudden?

„Nee, Gruberts lessen voelden als thuiskomen. Maar uiteindelijk moest ik natuurlijk wel een keer uit die Russische comfortzone komen. Dat deed David Takeno, mijn latere leraar in Londen. Hij boostte mijn onafhankelijkheid door te zeggen: jij bent jij, en je bent veel meer dan je tradities. Ik had eerst het gevoel dat ik daar slechter door ging spelen; violistisch voelde ik me ontheemd. Later ben ik alles gaan verwerken. Een leraar zaait, sommige zaadjes komen later uit. Sommige zelfs pas nu ik zelf les geef.”

U bent erg jong voor een conservatoriumdocent. Is dat lastig ?

„Moeilijk vind ik vooral het overzien van hoe een leerling zich op lange termijn ontwikkelt. Op korte termijn kan ik oplossingen bieden. Hoe breng je een stuk goed tot klinken? Dat is behapbaar. Maar over meer jaren gaat het erom hoe je harmonie bereikt tussen wat iemand als mens wil en als musicus kan.”

Stelt u die vragen ook aan uzelf?

„Jazeker, dat maakt lesgeven voor mijn eigen ontwikkeling ook zo waardevol.”

Wat zijn úw toekomstdromen?

„Er komen veel solodebuten aan. Daarnaast is het Van Baerle Trio belangrijk voor me. We zijn net aan een reeks cd’s met de pianotrio’s van Beethoven begonnen. En ik wil graag met verscheidene pianisten duo’s te vormen. Dus én met mijn zus én met Hanna Shybayeva, met wie ik mijn vorige cd maakte.”

En als mens…

„…ben ik nu vooral ontroerd door de Nederlandse Muziekprijs. Ik heb geen Nederlands paspoort hè, en met al een dubbele, Frans-Russische identiteit zie ik dat ook niet meer gebeuren. Maar ik woon hier wel al bijna vijftien jaar, en heb een Nederlandse vriend. In Frankrijk zijn mijn familieleden en ik voor mijn gevoel altijd een beetje buitenstaanders gebleven. Amsterdam voelde meteen anders aan. Warm, welkom.”

Nederlanders zijn ‘gezellig’, zegt men. Maar ook berucht direct.

„Toen ik hier net was, zei iemand bij een repetitie: ‘Dát klinkt lelijk.’ Haha, dat zou een Rus nooit zeggen! Maar dat zijn oppervlakkige dingen. Ik voel me hier gewoon ontzettend thuis.”

Milstein krijgt de Muziekprijs op 27 januari. Haar cd’s La sonate de Vinteuil (Mirare) en Beethoven: Complete Piano Trios Vol. 1 met het Van Baerle Trio (Challenge) zijn beide net uit.