Recensie

Peggy en Nelly: twee vrijgevochten vrouwen op de bres voor De Stijl

Beeldende kunst

Kunstverzamelaar Peggy Guggenheim en pianiste Nelly van Doesburg waren hun leven lang vriendinnen. Ze waren beiden belangrijke ambassadeurs van De Stijl, zo blijkt uit een nieuw boek van Doris Wintgens.

Foto RKD, Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis

Smakelijk vertelt kunstverzamelaar Peggy Guggenheim in haar memoires over haar eerste ontmoeting met Nelly van Doesburg, de weduwe van Stijl-kunstenaar Theo van Doesburg. Het was 1938 en Nelly was Peggy’s gloednieuwe Londense galerie Guggenheim Jeune binnengewandeld. „Een goed verzorgde vrouw van mijn leeftijd met een slank figuurtje, blauwe ogen en rood haar dat dun en geverfd was.” Nelly had een lezing afgestoken over het werk van haar overleden echtgenoot, maar Peggy was verre van onder de indruk. „Ik vond haar vooral grappig. Ze had een fanatieke passie voor abstracte kunst. Daarom was ze ook naar mij gekomen.”

Peggy Guggenheim (1898-1979) en Nelly van Doesburg (1899-1975) zouden de rest van hun leven vriendinnen blijven. Twee vrijgevochten, eigenzinnige dames waren ze, die in een door mannen gedomineerde kunstwereld veel wisten te bereiken. Mede dankzij hun inspanningen werd De Stijl een wereldberoemde kunststroming. Peggy organiseerde in 1947 een grote solo van Theo van Doesburg in haar New Yorkse galerie, die vervolgens langs diverse Amerikaanse musea reisde. Nelly, die met de tentoonstelling meereisde, wist het werk van haar man zo in belangrijke Amerikaanse collecties te krijgen.

Conservator Doris Wintgens van Museum De Lakenhal deed twee jaar onderzoek naar de vriendschap tussen de twee vrouwen en beschrijft die nu in haar publicatie Peggy Guggenheim & Nelly van Doesburg, Voorvechters van De Stijl. Het is een door Irma Boom vormgegeven, rijk geïllustreerd boek geworden, vol sappige anekdotes en kunsthistorische weetjes. Maar Wintgens slaat ook veel zijwegen in en overlaadt de lezer vaak met namen, waardoor haar betoog soms wat taai is.

Filmscript

En dat terwijl de levens van de flamboyante dames zich goed zouden lenen voor een filmscript. Beide vrouwen bevrijdden zich van het juk van hun familie om hun dromen na te jagen. Nelly wilde pianiste worden, Peggy droomde van een eigen museum. Met hun zware make-up en korte kapsels waren ze tijdens de interbellumjaren de perfecte vertegenwoordigers van de New Women-beweging. Peggy en Nelly wilden het moderne leven vieren door te roken en drinken, rond te scheuren in een cabriolet en seks te hebben met wie ze maar wilden. Peggy ging er prat op met wel 400 mannen het bed te hebben gedeeld. Ook Nelly had na de dood van Theo de nodige amoureuze avonturen, met onder meer architect Ludwig Mies van der Rohe en muzikant Thelonious Monk.

Library and Archives of Canada

Spannend zijn de passages over de Tweede Wereldoorlog, toen Peggy haar collectie abstracte kunst in veiligheid moest stellen. Nelly hielp om de 71 schilderijen van onder meer Klee, Mondriaan, Picasso en Magritte uit hun lijsten te halen en te verbergen in een schuur van een vriendin. Terwijl de nazi’s Parijs binnenvielen, vluchtten de vriendinnen in Peggy’s blauwe Talbot cabrio dwars door de rookwolken naar het zuidoosten van Frankrijk. Peggy’s kunstcollectie werd door vrienden met de trein nagezonden, maar stond door miscommunicatie wekenlang onbeheerd op het perron van Annecy.

De vrouwen bleven bevriend tot Nelly’s dood in 1975. Peggy had na de oorlog haar eigen palazzo in Venetië gekocht, waar ze haar museum kon beginnen. Nelly speelde een belangrijke rol bij het organiseren van de Stijl-expositie die vanaf 1951 in het Stedelijk Museum, op de Biënnale van Venetië en in het New Yorkse MoMA te zien was. Foto’s in Wintgens boek tonen de dames als vijftigers, varend in Peggy’s privé-gondel en kunst kijkend op de biënnale - nog altijd kettingrokend en met hun korte kapsels en hun lange mantels nog altijd even stijlvol.