Column

Museum

Marcel

Op het perron in het weiland keek ik graag naar de levens van de andere mensen. Dit was dan Noord-Holland: twee keer per uur een sprintertje naar de grote stad, de wind vrij spel. Typisch NS: wel incheckpaaltjes en rookzones, verder geen beschutting.

Een man, de vouwfiets tussen de benen geklemd.

Een vrouw in joggingbroek, rokend tegen de wind in.

En ik, een frisse wind om de oren.

Dan hoop je op een briljante ingeving, of een idee, maar de gedachten bleven steken bij Henny Huisman. Die was de avond ervoor weer eens op televisie geweest. Aanleiding: vierhonderd vierkante meter Henny Huisman Museum in een loods van Hans Jutstra Woninginrichting in Hoogeveen, initiatiefnemer Hans Jutstra zat glimmend in het publiek.

Henny Huisman: dat waren hele lange zaterdagavonden in Velp. Maximaal twee glazen cola, een schaaltje paprikachips, een moeder die niet van het geluid af kon blijven en een vader die er met vooruitziende blik helemaal niets van vond. Wat ik me herinner: zijn onvermogen te ontspannen bij niets. Is dit dan geluk? zag je hem denken. Fietste hij vijf dagen per week om half acht ’s morgens met een broodtrommel onder de snelbinders naar weer een dag vergaderen, evalueren en stapels rapporten om in zijn vrije tijd naar de onnozele conversaties tussen Henny en zijn vriendje Bulletje de stier te luisteren?

Henny Huisman was een taakstraf, huiswerk.

Ondertussen had de gewezen presentator zijn vet gehad. Hij zat in het laatste stadium van roem: op televisie vanwege zijn museum bij Hans Jutstra Woninginrichting in Hoogeveen en dan aan de voorzitter van de nationale bejaardenomroep vragen of hij alsjeblieft nog een keer een programma, maakt niet uit wat, mocht. En dat die ‘nee’ zei ‘omdat Henny te graag wil’.

Als Henny Huisman ooit ziek wordt zal hij zich oprichten voor een laatste ronde langs de talkshows en daar verzuchten dat het jammer is dat ‘ze’ hem de laatste jaren een televisieprogramma hebben ontzegd.

Gelukkig is er voor zijn gemoedsrust dat museum bij Hans Jutstra Woninginrichting in Hoogeveen. Een bestemming voor mannen met vouwfietsen, rokende vrouwen in joggingbroeken, zonen van vaders met een kutbaan en alle anderen die weleens op een tochtig perron hebben gestaan. Vierhonderd vierkante meter Henny Huisman, mijn vader had het veel gevonden. Ik sluit niet uit dat er mensen zijn die daar met terugwerkende kracht denken te ervaren dat ze in Henny’s tijd gelukkiger waren, de mens heeft geen geheugen voor pijn.

schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.