Column

Mag ik je eerst even opvreten?

Column Joyce Roodnat

Joyce Roodnat kijkt naar ‘Dunkles’ van het Nederlands Danstheater en denkt: iedereen moet dit zien.

Moment uit Wir sagen uns Dunkles van Marco Goecke voor het Nederlands Danstheater. Foto Erik van Zuylen

Omdat ik een gedichtenbundel ten doop mag houden en daar dus een praatje over moet houden, lees ik poëzie. Eigenlijk ben ik te ongedurig voor gedichten, maar neem ik de moeite dan voel ik me wonderwel thuis in dat donkere bos waar de rechte weg verdwenen is. Elk woord telt, als het goed is. En het is goed in deze gedichten.

Benno Barnard schreef ze en zijn bundel noemde hij Het trouwservies. ‘Trouwservies’, dat woord alleen al. Een servies voor het leven, kinderen en kleinkinderen zullen ervan eten. Maar pas op: trouw is voor altijd, servies is fragiel. Een bordje is zo gebroken. Omdat het valt. Omdat ermee gegooid wordt.

Barnard bevraagt in zijn gedichten onbekommerd huiselijkheid en huwelijk. Veel gedichten doordrenkt hij van liefde voor de vrouw van zijn leven. „Maar mag ik je eerst even opvreten, lieveling?” – een perfect besluit voor een perfect sensueel perfect gedicht.

’s Avonds ga ik naar een voorstelling van het Nederlands Danstheater. Die heet Schubert, en bestaat uit drie stukken op zijn muziek. En ik wil niet dwepen… nu ja, dat wil ik wél, althans met het eerste stuk, van choreograaf Marco Goecke. ‘Wir sagen uns Dunkles’ heet het. Ja, er klinkt Schubert, maar voor het merendeel koos hij voor muziek van anderen. Elf dansers duiken op uit het schemerduister en verdwijnen er weer in. Hun spieren bliksemen. Hun lichamen sidderen van top tot buik, tot wang, tot vinger. Tot dij en borst.

Ik kijk naar ‘Dunkles’ en ik denk: iedereen moet dit zien. Ik denk óók: waar is Schubert hier? Als antwoord wolkt er in mijn geheugen een strofe van Barnard op, hij heeft het over de Romantiek. Tijdperk vol verlangen naar grootsheid, maar, dicht hij: „het krijgt Schubert, / Novalis, Neuschwanstein, zelfmoord en syfilis”.

En dat is precies wat ‘Wir sagen uns Dunkles’ laat zien. Virtuoos en hypergevoelig bezweert het ons dat de Romantiek ons altijd onder stroom zet. Dat nuchter doen een uitvlucht is en cynisme onvruchtbaar. We moeten de duisternis binnen durven gaan. Schoonheid biedt geen troost, schoonheid helpt te zien wat angst en dood betekenen.

Maar die titel van dat ballet, ‘We zeggen donkere dingen’, waar komt die vandaan? Ik zoek het op, het is een strofe uit het liefdesgedicht ‘Corona’ van de Duits-Joodse dichter Paul Celan: „wir sehen uns an,/ wir sagen uns Dunkles, / wir lieben einander”.. Het is tijd, vervolgt het gedicht, „daß der Unrast ein Herz schlägt”. Paul Celan eist een eigen harteklop voor de onrust. En dat is precies wat dit ballet aan de dansers ontlokt: onrust met een hart. En Benno Barnard heeft Celan vertaald. Ik meld het maar even.