Luxueuze villa telt niet mee bij ondernemingsvermogen

Deze rubriek belicht kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week: belastingrecht

Foto iStock

Zijn de aanwezigheid van een autolift, botenhuis, binnenzwembad en sauna noodzakelijk voor een tandarts-implantoloog om zijn werk goed te kunnen doen? De tandarts had een villa laten bouwen voor ruim 3,6 miljoen euro. Hij had op de bovenste verdieping een kantoor en archief ingericht, die hij alleen gebruikte voor zijn onderneming. Deze ruimtes hadden geen eigen ingang.

De praktijk van de tandarts, met zo’n 19.000 patiënten en 20 werknemers, was elders gevestigd. Hij werkte er vier dagen per week, de vijfde dag werkte hij vanuit huis. Ook een medewerker werkte twee dagen per week vanuit de villa. In zijn belastingaangifte had de tandarts de villa volledig opgevoerd als ondernemingsvermogen, met bijbehorende belastingvoordelen. Hij gebruikte meer dan 10 procent van de woning zakelijk en vond dat zakelijke motieven de doorslag hadden gegeven bij de bouw van de villa.

De inspecteur rekende het huis tot het privévermogen. Het huis was met al zijn luxe overduidelijk gebouwd voor privédoeleinden. Het ging de grenzen van de redelijkheid ver te buiten om dit aan te merken als zakelijk. De rechtbank oordeelt dat die redelijkheid inderdaad van belang is. Veel luxe elementen van het huis hebben geen functie binnen de onderneming. Volgens de rechter heeft bij de bouw van de villa niet zozeer de succesvolle bedrijfsuitoefening, maar de persoonlijke voorkeur voor comfortvoorop gestaan.

Een villa van 3,6 miljoen euro die voornamelijk privé wordt gebruikt, kan niet in zijn geheel tot het ondernemingsvermogen worden gerekend enkel omdat er op de bovenste verdieping wordt gewerkt. Dat gaat ook volgens de rechtbank de redelijkheid te boven.

www.rechtspraak.nl ECLI:NL:RBDHA:2017:11003