Opinie

Leer eerst met referendumwet omgaan voordat je ’m afschaft

Juist in ons stelsel, waar het compromis de invloed van de kiezer beperkt, heeft een referendum meerwaarde, betoogt .

Kiesraad over het referendum Wet op de Inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Foto Bart Maat / ANP

Er zijn, zo stelde de Kiesraad op 1 november vast, voldoende handtekeningen opgehaald om een referendum te organiseren over de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (kortweg Wiv, ook wel ‘sleepwet’ of ‘aftapwet’ genoemd). Een tweede referendum in twee jaar tijd. De Wet raadgevend referendum voorziet kennelijk in een behoefte.

Waarschijnlijk zullen we daarom bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart de vraag voorgelegd krijgen of met de Wiv de juiste balans is getroffen tussen veiligheidsbelangen – geborgd via onderzoeksbevoegdheden – en de grondrechtelijke belangen van burgers en organisaties (onder andere privacy). In wezen een minder ingewikkeld vraagstuk dan dat van het referendum over de goedkeuringswet van het EU-Oekraïne Associatieverdrag. Maar zeker controversieel. Er wordt heel verschillend over de balans van de Wiv gedacht, ook binnen partijen. Een goed onderwerp om onze referendumvaardigheden te scherpen, want we moeten in Nederland echt nog leren referenderen. Ook een goede aanleiding om nog eens na te denken over de intrekking van de Wet raadgevend referendum.

Die wordt, als het aan het kabinet ligt, ingetrokken, omdat die wet niet heeft gebracht wat ervan werd verwacht (in de woorden van het regeerakkoord). Je vraagt je af wat er dan werd verwacht: acclamatie voor de goedkeuringswet Oekraïneverdrag? Jazeker was die Oekraïne-campagne rommelig, maar dat lag toch vooral aan het baarlijke gestuntel van het kabinet en politieke partijen die maar geen antwoord wisten te vinden op de slim opererende activisten en paljassen uit het tegenkamp. Kabinet en partijen hoopten ten onrechte dat enkel het gewicht van hun gezag de discussie al hun kant op zou trekken. Maar zo werkt dat niet. Een referendumcampagne is een Formule 1-race. In elke ronde moet je vol op het gas en als je niet oplet verlies je de race al in de eerste bocht. De wet nu intrekken is kleinzerig en kleingeestig. Je wijzigt toch ook de Kieswet niet onmiddellijk als de uitslag tegenvalt?

De wet is ook nog niet eens ordentelijk geëvalueerd. Er is maar één referendum onder deze wet gehouden. Het kabinet stelt vast dat nu de politieke steun voor een bindend referendum (waarvoor de grondwet gewijzigd moet worden en je dus tweederdemeerderheid in de Kamers nodig hebt) er niet lijkt te zijn, er dus ook geen steun meer bestaat voor het raadgevend referendum. Dat is een volstrekte non sequitur. Ten eerste laten peilingen zien dat Nederland in meerderheid nog steeds wel voelt voor enigerlei vorm van een nationaal referendum. Ten tweede is het eigenlijk wel van de zotte dat het kabinet alleen op eigen indrukken en die van de Kamers – de subjecten van de correctie van een referendum – te rade gaat voor evaluerende indrukken van de Wet raadgevend referendum. Raad eens wat de kalkoen voorstelt voor het kerstmenu?

Het is wennen aan het referendum, zeker in onze poldercultuur. Maar juist in ons veelpartijenstelsel, waarin het voor kiezers nauwelijks mogelijk is vooraf invloed te hebben op beleid vanwege de vele noodzakelijke uitruilen en compromissen (in welk partijprogramma stond ook alweer het voorstel tot afschaffing dividendbelasting?), is het goed de mogelijkheid te hebben om via een referendum een heroverweging te vragen van een besluit of een wet. Juist in Nederland is er veel te zeggen voor een raadgevend in plaats van een bindend referendum. Zo zijn we al lang gewend om serieus met adviezen om te gaan. Wij hebben bijvoorbeeld geen grondwettelijke toetsing van wetsvoorstellen door een rechter, zoals in andere landen, maar die toetsing wordt bij ons verricht door een adviserende Raad van State. Dat advies hoeft niet te worden gevolgd, maar het wordt wel serieus genomen.

Opkomstdrempel, een draak van een ding

Een adviserend referendum geeft ook de kans te zien of de parlementaire meerderheid achter een wet ook de meerderheid onder de bevolking weerspiegelt. En de uitkomst hoeft niet direct een kabinet met een klein draagvlak aan het wankelen te brengen. Als je mag heroverwegen aan de hand van een referendumadvies, geeft dat ook kans om in rust te heronderhandelen tussen partijen achter een kabinet.

Er is alle reden om het nog eens wat langer aan te zien met deze Wet raadgevend referendum, al is die voor verbetering vatbaar. Zo is de opkomstdrempel van 30 procent een draak van een ding, dat doet vermoeden dat het behalen van die drempel de uitslag bindend maakt. Ook de 100.000-handtekeningengrens werkt niet. De wetgever dacht hier aan serieuze ‘natte’ handtekeningen niet aan digitale steunbetuigingen opgehaald met een slimme app.

En zeker moeten we nog een keer nadenken of we wel echt zowat alle wetten referendabel willen hebben (waarom niet alleen de controversiële die met minder dan 65 procent-meerderheid werden aangenomen in beide Kamers?). En waarom niet beter het voornemen tot sluiting van een verdrag aan een referendum onderwerpen dan de goedkeuringswet zelf (dan is het meestal te laat om nog met de andere verdragspartners te overleggen).

Ook het – ook door Rutte gebruikte – argument dat over referenda heel verschillend wordt gedacht en dat er zo kampen en tegenstellingen ontstaan in de samenleving is geen reden tot intrekking. Juist niet. Over alle dingen die er werkelijk toe doen wordt verschillend gedacht. Dat is het mooie van een democratie: dat alles omstreden kan en mag zijn.