Lang verhaal kort

Ewoud Sanders

Toen de formatiegesprekken voor het nieuwe kabinet in de slotfase verkeerden, hadden zowel de betrokkenen als de media het voortdurend over de laatste loodjes. „Aan de laatste loodjes wordt hard gewerkt”, hoorden we onder meer.

Het gaat hier om een hap uit een uitdrukking die vrijwel iedereen kent: de laatste loodjes wegen het zwaarst. Volgens mij leidt die verkorting inmiddels een zelfstandig bestaan. Hoewel dit nog niet in de woordenboeken is vastgelegd, wordt laatste loodjes ook gebruikt voor ‘laatste klussen’.

Die kunnen zwaar zijn, maar dat is niet per se noodzakelijk. Op de website van de Hogeschool Windesheim las ik bijvoorbeeld de zin „De leuke laatste loodjes”.

Nederlanders korten lange woorden graag af. Denk bijvoorbeeld aan vrijmibo voor ‘vrijdagmiddagborrel’. We snoeien ook graag in zegswijzen en spreekwoorden. Laatste loodjes is daar een voorbeeld van, maar er zijn er meer. Je hoort ze vooral in de spreektaal.

Ik vermoed dat ze om twee redenen ontstaan. Uit efficiency: waarom lang als het kort kan? Bovendien kunnen ze een gevoel van samenhorigheid oproepen: wij, de goede verstaanders, weten van de hoed en de rand. Hier nog een paar van die verkorte uitdrukkingen.

Bij wijze van. Voluit: bij wijze van spreken. Weleens gehoord: „Nou en toen ging ik helemaal uit mijn dak. Bij wijze van, dan.”

Eitje. Aanvankelijk zei men, voor iets dat een ‘makkie’ is: dat is een zacht eitje. En ook wel: appeltje-eitje. Hoe appel en ei hier samen zijn gekomen, is mij niet duidelijk. In plaats van ik heb een appeltje met je te schillen zei men vroeger ook wel: ik heb een eitje met je te pellen. Wellicht zijn appel en ei samengebracht via deze spreekwoorden, hoewel die een heel andere betekenis hebben.

Geen haar op mijn hoofd. In de zegswijze komt hier achteraan: die daar aan denkt, maar in de spreektaal laten we dit slot vaak weg. Een voorbeeld uit de roman Gekleed te water (2010) van Tineke Beishuizen: „In Antons computer? Geen haar op mijn hoofd, Marg.”

Lang verhaal kort. Als verkorting van om een lang verhaal kort te maken. Met deze bezuiniging van zeven naar drie woorden maak je meteen waar wat de uitdrukking belooft te zullen doen. Dit voorjaar publiceerde cabaretier Remco Veldhuis de tekst van zijn voorstelling Lang verhaal kort: de Bijbel door de ogen van een leek. Dit boekje telt honderdtwintig bladzijden; de Bijbel ruim tweeduizend.

Puntje bij paaltje. Deze uitdrukking begint eigenlijk met als en eindigt met komt, maar kop en staart worden geregeld geschrapt. Zo schreef de bioloog Midas Dekkers ooit: „Puntje bij paaltje begrijpen mijn poezen ook geen snars van mij en begrijp ik van hen al helemaal niks.” De herkomst van deze uitdrukking is overigens onbekend. Sommigen leggen een verband met het Middelnederlandse putten ende palen: de grenzen van een gebied door putten (‘kuilen’) en palen aanwijzen. In Vlaanderen zei men: als de knijper op de staart komt.

Stille wateren. Hebben diepe gronden, weten we, maar dit wordt vaak als bekend verondersteld. Vandaar zinnen als: „Zo zie je maar weer. Stille wateren...” (uit de roman Vloed uit 2010 van Susan Smit).

Aanvullingen zijn van harte welkom (want: vele handen) via Twitter of per mail aan post@ewoudsanders.nl.

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders