Cultuur

Interview

Interview

Foto iStock

Het geheim van migrantensucces: familie

Sara Rezai Onderzoeker Sara Rezai onderzocht hoe kinderen van laagopgeleide immigranten tóch maatschappelijk succes boeken.

Sara Rezai is kind van politieke vluchtelingen uit Iran. Haar ouders hadden gestudeerd en konden haar steunen bij haar schoolwerk en studie. „Om mij heen zag ik migrantenkinderen die analfabete ouders hebben en goed scoren op een hbo-opleiding of op de universiteit. Ik dacht: Hoe doen ze dat?”

Op die vraag probeert ze antwoord te geven in haar dissertatie – The Rise of the Second Generation – waarop ze donderdag promoveert aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Rezai keek naar de studieprestaties en de (goede) banen van kinderen van migranten uit Turkije en Marokko. Ze zag onder meer dat laagopgeleide ouders tóch een belangrijke rol kunnen spelen in het succes van hun kinderen.

Ouders, ook als ze analfabeet zijn, kunnen hun kinderen steun geven. Die bestaat uit verschillende boodschappen die zij hun bewust of onbewust geven. Rezai noemt dat ‘familieboodschappen’.

Ze vond drie soorten familieboodschappen. De eerste is het „gezamenlijke mobiliteitsproject”. Ouders zijn naar Nederland gekomen om het hier beter te krijgen. Dat is niet altijd gelukt. Dat doel wordt dan doorgegeven aan de kinderen. Rezai: „Ze zeggen: ‘Zorg ervoor dat jij het in elk geval wel beter krijgt.’”

De tweede familieboodschap is het negatieve rolmodel dat ouders voor hun kinderen zijn. Ouders wijzen daar vaak zelf op. Rezai: „Ze zeggen: ‘Kijk, ik doe fysiek zwaar werk en krijg weinig geld en weinig waardering. Jij kan dat anders doen door je best te doen op school, door te studeren, door te zorgen voor een diploma.’” Dezelfde ouders wijzen ook vaak op een positief rolmodel binnen de familie. Dat kan bijvoorbeeld een oom of een nicht zijn die heeft gestudeerd en een mooie baan heeft. Rezai: „Ze zeggen: ‘Kijk, het is je oom. Jij kan dit ook! Het zit ook in jouw genen.’”

De derde familieboodschap is de vergelijking tussen het land van herkomst en Nederland. Ze wijzen erop dat in Nederland het onderwijs toegankelijk is voor iedereen. In Turkije en Marokko hadden ze niet die kansen gehad. Rezai: „Ouders maken hun kinderen bewust dat ze de kans om te leren moeten grijpen om verder te komen.”

Het belang van de familieboodschappen bleek uit de interviews met 86 Marokkaanse en Turkse Nederlanders van de tweede generatie, allemaal mensen die hadden gestudeerd. Dat onderzoek richt zich op de onderwijsloopbaan van de geïnterviewden. Daarnaast putte ze uit Europees onderzoek naar opkomende elite binnen ‘de tweede generatie’ dat haar promotor coördineert, de onderwijssocioloog Maurice Crul.

Deze studie richt zich op kinderen van Turkse migranten, omdat Turken als arbeidsmigranten zijn uitgewaaierd over heel Europa. Rezai gebruikte 26 diepte-interviews met advocaten van Turkse komaf, werkzaam in Parijs, Stockholm en Frankfurt.

Het levert mooie portretten op, zoals dat van de Turks-Zweedse broers die zich vanuit hun achterstandswijk opwerken tot topadvocaten. En de Turks-Duitse jongen uit een middenklassewoonwijk zonder andere migranten. Zijn vader gelooft het niet als hij hem vertelt wat hij gaat verdienen met zijn eerste baan als advocaat-stagiair bij een groot kantoor.

Naast de steun van de ouders viel iets anders op. Alle geslaagde kinderen van migranten kregen tijdens hun schoolloopbaan hulp van „belangrijke anderen”. Dat kunnen leraren of docenten zijn, zegt Rezai. Maar ook vrienden of hoogopgeleide familieleden. Zij onderkennen het talent van de scholier of student. Ze geven advies, zijn een soort coach, gunnen hun een stage of eerste baan via hun netwerk.

Lees ook waarom kinderen van migranten in Frankrijk en Zweden het best terechtkomen: Het beste land voor een migrantenkind

Deze betrokken buitenstaanders leren hun ook de nodige subtiele etiquettes en gewoonten: welk pak draag je, hoe gedraag je je in een chic restaurant, wanneer ben je zakelijk afstandelijk, wanneer joviaal vriendelijk.

Het overbruggen van die culturele kloof is lastig, zegt Rezai. „De Turks-Duitse jongen had al een hoop meegekregen bij Duitse vriendjes bij wie hij over de vloer kwam. Voor de Turks-Zweedse broers was het moeilijker. Zij hebben alles later moeten afkijken.”

En de geslaagde migrantenkinderen zelf? Hadden die ook nog bepaalde kenmerken? Ja, zegt Rezai. Behalve competent en deskundig zijn ze meestal optimistisch. Én ze bleken zeer goed ontwikkelde sociale vaardigheden te hebben. Rezai: „Ze zijn in staat om mensen te lezen. Ze weten feilloos in welke situatie ze welk grapje moeten maken, of juist niks zeggen. Ze hebben hulp altijd zelf moeten organiseren. Dan ontwikkel je dat.”