Recensie

Films in een halsoverkop verlaten huis

Videokunst De Israëlische kunstenaar Omer Fast bouwt installaties rondom zijn filmwerken. In Leuven is dat een heel verlaten huis.

Still uit ‘August’ van Omer Fast

Nee, een warm welkom is het niet. De deur is dicht, en duw je hem open, dan beland je in een claustrofobisch halletje dat mudvol vuilniszakken staat, lege flessen, half uitgepakte dozen met boeken, een kapstok met verdwaalde pet. Schuifel je door deze privé-rotzooi – ‘hallo-hallo!’ roepend, want voor je het weet overval je iemand in zijn badkamer – dan sta je inderdaad in een badkamer die nog volop in gebruik is. Althans, dat doen de flessen shampoo, gebruikte handdoeken en opmaakspullen vermoeden. Iets verderop een keuken met brommende ijskast, lege pizzadozen op tafel en een opgezette fazant in de gootsteen.

Woonkamer, slaapkamer, kinderkamer – alles in dit compleet nagebouwde appartement in kunstcentrum STUK in Leuven; alles tot en met de stopcontacten, de muesli in de keukenkastjes en de kranen aan toe is intact, maar onttakeld. Alsof de bewoners halverwege hun leven plotseling gestopt zijn met leven en verdampt. Alsof de keuze tussen ergens intrekken en ergens uittrekken te moeilijk voor ze was om te maken, als overbodig werd ervaren, zinloos misschien. Dit appartement, waar je doolt zoals Tarkovsky’s Stalker door de verboden ‘Zone’, heeft één uitnodigende plek: de bank in de woonkamer. Voor die bank staat een groot plasmascherm. Een film speelt.

Dit tot in de puntjes vervreemdende appartement is de perfecte context voor het even vervreemdende, filmische werk van de Israëlische kunstenaar/filmmaker Omer Fast (1972). Fast heeft zich de laatste tien jaar ontwikkeld tot een absolute topspeler op het gebied van video- en filmkunst. Hij heeft belangrijke prijzen in de wacht gesleept en stelt tentoon op grote exposities als Biënnales en de Documenta. Daar zijn z’n intelligente, super gestileerde, en altijd zeer unheimliche filmwerken hoogtepunt én publiekslieveling, ook al gaan ze over ingewikkelde kwesties als oorlogstrauma, (gezins)geweld, verdrijving, racisme en ontheemding.

Sinds kort treedt Fast ook buiten de kaders van het beeldscherm. Op een grote solo in 2016 in de Martin Gropiusbau in Berlijn ensceneerde hij drie wachtkamers (van tandarts, luchthaven, bureau voor vreemdelingenzaken) tussen de filmwerken. Nu, in STUK in Leuven, zijn kosten noch moeite gespaard om een heel huis rondom Fasts werk te bouwen.

Twee werken – als je het huis meetelt drie – zijn te zien op de solo ‘Appendix’. De film op het scherm in de woonkamer is Looking Pretty for God (After G.W.) uit 2008. Zwerf je het huis helemaal door en kom je bij de achterdeur, dan grijp je een 3D-bril uit een kartonnen doos en beland je in het zwarte niets: een reusachtige black box waar Fasts nieuwste werk, de 3D-film August, draait.

Begrafenisondernemers

Looking Pretty for God is een typische Omer Fast-film, waarin de werkelijkheid en de representatie van de werkelijkheid voortdurend met elkaar op de loop gaan. De film van ongeveer een half uur over drie generaties begrafenisondernemers in Amerika laat zich aanvankelijk aanzien als een documentaire. Er is een stem die vertelt hoe vroeger met broertjes thuis begrafenisje werd gespeeld. Er is een andere stem die uitlegt hoe met watten, formaldehyde (waardoor het vlees gaat ‘koken’) en make-up een ‘herinneringsbeeld’ voor de levenden wordt gecreëerd. En weer een andere stem zegt dat het beeld van de dode – meest curieuze zin in de film – er niet dood uit mag zien. Want: ‘Je kunt niet rusten in vrede, als je dood bent.’

Over die stemmen heen glijden prachtig serene shots van showrooms en werkplaatsen, van anonieme doden onder een geblokt katoentje, en opmerkelijk: van jonge kinderen. Soms playbacken die kinderen de woorden van de volwassenen, soms ook zien we ze in de weer met een fotograaf bij een fotoshoot voor de Kerst. Alles in Looking Pretty for God is niet echt, en toch ook weer wel. Alles in de film heeft te maken met constructie: van de perfecte film, de perfecte foto van het perfecte kind, van perfect leven en een perfecte dood. Maar naast deze metatheoretische kwesties slaagt Fast erin ook een diep gevoel te raken. Kinderen die met stemmen van volwassenen spreken zijn ontroerend én eng – want geeft de sprookjesachtige illusie dat tijd naar believen terug en vooruit kan worden gespoeld. Een begrafenisondernemer die 24/7 voor zijn klanten klaarstaat, wetend dat men hem later in de supermarkt de rug zal toedraaien zodra de klus is geklaard – zo iemand is feitelijk een moderne Florence Nightingale.

Het mooie van de tentoonstelling in STUK is dat in de nieuwste film van Fast, August, de andere fascinatie van de filmmaker aan bod komt: die van het oorlogstrauma. August is een surrealistische vertelling over het leven van de Duitse fotograaf August Sander, die in de eerste helft van de twintigste eeuw aan de hand van honderden portretfoto’s probeerde een dwarsdoorsnede van het Duitse volk te scheppen. Opnieuw lopen in August schijn en werkelijkheid, documentaire en sprookje ragfijn in elkaar over. De beroemde foto die Sander in 1914 maakte van drie jonge boeren, wordt voor Fasts camera opnieuw geënsceneerd. Ondertussen vindt in een huis in een bos, in zwaar clair-obscur, een gesprek plaats tussen een nazi-arts en een blinde man van wie we later begrijpen dat deze Sander speelt. Sanders oudste zoon is in de gevangenis gestorven aan de gevolgen van een verwaarloosde blindedarmontsteking. „De appendix,” zegt de nazi-arts, „is een parasiet binnen het systeem. Niemand heeft hem nodig, niemand zit op hem te wachten.”

August lijkt in theorie eenvoudig, maar is het niet. Door van de film een (eerste) 3D-film te maken, versterkt de regisseur het gevoel van kunstmatigheid. Het is alsof je in August naar een diorama kijkt. Het beekje in het bos ruist, krekels ritselen in het gras, de nazi is een ongenode gast die ‘de tedere empirie’ van Sander bewondert. Kunstmatig is de 3D-bril die dit drama zichtbaar maakt. Kunstmatig is de representatie van de werkelijkheid, vroeger en nu. Nooit zal dat wat gebeurt in een eenduidig beeld, in simpele woorden of klanken te vangen zijn. Omer Fast weet dat – en handelt er onovertroffen goed naar.