Column

Een columnist in het nauw

Ook de columnist moet in deze #MeToo-tijden op zijn tellen passen. Schimpscheuten over het uiterlijk van vrouwen zijn uit den boze. Dat heeft David Horsey, politiek columnist van de Los Angeles Times, onlangs gemerkt.

Horsey schreef een vlijmscherpe column over Sarah Huckabee Sanders, die de veel bekritiseerde Sean Spicer is opgevolgd als woordvoerder van het Witte Huis. Toonde Spicer ongewild nog enige schaamte als hij de pers voorzag van de presidentiële halve en hele onwaarheden, Sanders verblikt of verbloost niet, volgens Horsey. „Zij brengt de dagelijkse vracht aan leugentjes en ontwijkingen met een vlakke, emotieloze stem, en blijft kalm onder de vragen, terwijl ze haar bedrieglijke verklaringen aflegt en schampert alsof ze hoopt dat er buiten een vuurpeloton wacht op de arrogante journalist.”

Horsey liet het daar niet bij. „Sanders ziet er niet uit als het soort vrouw dat Trump zou kiezen als zijn chef woordvoering (…)”, schreef hij, „de president heeft altijd een voorkeur getoond voor glanzende schoonheden met lange benen en stilettohakken om zijn belangen te dienen en als pronkstukken te fungeren. Trumps dochter Ivanka en zijn vrouw Melania zijn hoogtepunten van dit type.”

Daarmee vergeleken ziet Sanders er volgens Horsey meer uit „als een nogal bonkige voetbalmoeder, die de hapjes organiseert voor de kinderspelletjes. Ook al meet ze zich voor de persbriefings valse oogwimpers en formele jurken aan, ze lijkt zich prettiger te voelen in sweatshirts en op sportschoenen.”

Er brak op de sociale media een spervuur van verwijten los, feministen en rechtse websites als Breitbart vonden elkaar ongewild in een uniek verbond tegen Horsey. Die bood daarop de lezers nederig zijn excuses aan voor zijn beschrijving van Sanders die ‘ongevoelig’ was geweest en niet conform de normen van de krant. „Het zal niet mijn laatste fout zijn, maar vooral dit type fout zal ik voortaan zorgvuldig in mijn commentaren vermijden.” De bewuste passage werd op de site verwijderd.

Staat zijn mannelijke collega’s in binnen- én buitenland hetzelfde lot te wachten als ze zich vergalopperen? Ja, jongens, maak de borst maar nat. Misschien zijn de tijden wel voorbij dat Gerrit Komrij feministen straffeloos kon wegzetten als „de onwelriekende gleuvenbrigade” en dat Gerard Reve per „brandende poppenwagen je kutwerk” wilde binnenrijden.

Zelf kreeg ik al een reprimande van een lezeres toen ik een (anonieme) dame in een verhaaltje ‘gezet’ had genoemd. Of het er wat toe deed of die dame wel of niet ‘gezet’ was. Zou ik het ook hebben geschreven als het een man was geweest?

Ik dacht er even, zo schuldbewust mogelijk, over na en moest constateren dat ik van allerlei mannen wel ongunstiger beschrijvingen had gegeven. Dat moet ook kunnen, van mannen én vrouwen. Het zou jammer zijn wanneer er een overdreven verbale correctheid als een grauwsluier over de taal neerdaalt.

Die bonkige voetbalmoeder, de gleuvenbrigade en de poppenwagen – het zijn onaangename, denigrerende beschrijvingen en ze mogen ook best bekritiseerd worden, maar dienen ze ook verboden te worden? Moet voortaan elke columnist en schrijver dan op zijn knieën excuses aanbieden? We moeten niet te bang worden, en zeker niet in columns en literatuur.