De fiets is de nieuwe auto

Steeds vaker krijgt Marco te Brömmelstroet een mailtje als dit: „Afgelopen donderdag ben ik in Rotterdam geweest om te kijken naar het project ‘Play attention’. Ik overweeg zo’n licht aan te schaffen en in combinatie met voorlichting op VO-scholen aan te bieden aan gemeenten. Wat denk jij over dit initiatief?” ‘Fietsprofessor’ Te Brömmelstroet is dan maar eerlijk en antwoordt: „Ik vind dat echt verschrikkelijk. Pas op voor de impliciete victim-blaming.”

Play attention is een verkeerslicht dat deze zomer aan de Rotterdamse Coolsingel is geplaatst. Wie ervoor staat, hoort de muziek waar de 13-jarige Tommy-Boy Kulkens naar luisterde toen hij in 2016 bij het oversteken niet oplette, door een auto werd geschept en verongelukte. Het is bedoeld om fietsers te waarschuwen: houd je aandacht bij het verkeer.

De vader van Tommy-Boy heeft sindsdien een bewustwordingscampagne gevoerd tegen mobieltjes in het verkeer, toenmalig minister van Verkeer en Waterstaat Melanie Schultz (VVD) gelastte een onderzoek naar een verbod op smartphones voor alle verkeersdeelnemers.

Aan hun goede intenties twijfelt Marco te Brömmelstroet, planoloog aan de Universiteit van Amsterdam, geen moment. Hij is het alleen niet met hen eens. Een dergelijk ongeval is een samenspel van variabelen. Het was een slecht ontworpen kruispunt, fietsers schoten er direct de weg op. De jongen had kort ervoor voor het eerst getongzoend. „Mijn lichaam was vervuld van vreugde”, had hij tegen een vriend gezegd. Zat hij dromend op zijn fiets? Is de volgende stap, zegt Te Brömmelstroet, „kinderen verbieden te dagdromen, naast elkaar te fietsen, te kletsen, te fluiten, donkere kleren te dragen?”

In plaats van te sleutelen aan de houding van de jonge fietser, vindt Te Brömmelstroet, zou de overheid beter „vergevingsgezinde infrastructuur” kunnen inrichten. Goed zicht naar alle kanten. De snelheid begrenzen op 30 kilometer per uur, zodat een ongeluk niet dodelijk hoeft te zijn. Een knik in fietspad en rijweg, zodat iedereen móet afremmen. „Dan kunnen verkeersdeelnemers met elkaar onderhandelen en wordt een kruispunt een plek van ontmoeting in plaats van een confrontatie.”

In het Play Attention-project bespeurt hij een houding die hem niet bevalt en die hij te vaak terugziet bij beleidsmakers. Dat de fiets niet langer dat zachtmoedige vervoermiddel van koningin Juliana is, maar een vehikel voor aso’s. De fiets als moordwapen onder de kont van hardrijders (middle aged men in lycra), als parkeerprobleem in de grote steden. In Groningen plakken handhavers op fietsen die te lang in het rek staan een sticker met: ‘#fietsaso’. Nog even en de fiets van 2017 is de auto van 1970: hinder.

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.