‘Britse minister Patel neemt ontslag’

Patel was in opspraak gekomen toen bleek dat ze tijdens haar vakantie in Israël vorig jaar op eigen houtje een afspraak had gemaakt met premier Netanyahu.

Patel bij het verlaten van Downing Street na het gesprek met premier May. Foto Neil Hall/EPA

De Britse minister voor Ontwikkelingssamenwerking Priti Patel heeft haar ontslag aangeboden, bericht de BBC. Patel was in opspraak gekomen nadat de BBC afgelopen week onthulde dat ze tijdens haar vakantie in Israël vorig jaar onder anderen een afspraak had met premier Netanyahu.

Patel bracht woensdagmiddag een bezoek aan Downing Street via de achterdeur. Algemeen werd aangenomen dat ze door de Britse premier May via de zijdeur zou worden afgevoerd. Maar na afloop van het bezoek werd bekend dat Patel zelf ontslag neemt. In haar ontslagbrief betuigt ze spijt voor de reuring die ze heeft veroorzaakt en dat haar acties ‘beneden het niveau waren die van een minister verwacht hadden mogen worden’. In een antwoord zou May hebben gezegd dat dit de ‘juiste beslissing’ was.

Patel beweerde in eerste instantie dat minister Boris Johnson van Buitenlandse Zaken, die zelf in een andere zaak onder vuur ligt, en de regering op de hoogte waren. Dat bleek later niet zo te zijn. Patel had op eigen initiatief de ontmoeting met Netanyahu en twaalf andere functionarissen geregeld. In die conversaties had Patel gesuggereerd dat ze hulpgelden zou vrijmaken voor het Israëlische leger, een actie die regelrecht tegen het Britse buitenlands beleid zou ingaan.

Het vertrek van Patel komt op een moment dat de regering van May onder hoge druk staat. De onderhandelingen over de Brexit zitten in een impasse en ondertussen zijn er nog meer ministers van May in opspraak. Vorige week vertrok minister van Defensie Michael Fallon na beschuldigingen van grensoverschrijdend seksueel gedrag. Minister Johnson kreeg deze week zware kritiek wegens zijn controversiële ‘slip of the tongue’ over de Iraanse hulpverleenster Nazanin Zaghari-Ratcliffe, die in 2016 in Iran gearresteerd werd. Ze werd beschuldigd van het helpen voorbereiden van een staatsgreep en kreeg hiervoor vijf jaar cel.

Johnson zei in het Lagerhuis dat Zaghari-Ratcliffe journalistiek doceerde in Iran, iets dat door haar werkgever ten volle ontkend wordt. Drie dagen later werd de hulpverleenster in Iran beschuldigd van „het bedrijven van propaganda tegen de staat”. De uitspraak van Johnson werd aangevoerd als bewijs. Hierdoor loopt ze kans nog eens zestien jaar celstraf te krijgen.