Interview

Amsterdam heeft die ‘wow’-factor

Klassiek Mezzosopraan Cecilia Bartoli werkt op haar nieuwe cd samen met celliste Sol Gabetta voor een ‘zoet duel’ tussen stembanden en cellosnaren.

Foto Esther Haase / Decca Classics

De villa ligt sprookjesachtig fraai, op een heuvel omgeven door fonteinen met grotjes, oude pijnbomen, een breed grintpad. Hier zit het Zwitsers Instituut Rome, dat nu, op een doordeweekse nazomeravond, gesloten is en omgetoverd tot Cecilia Bartoli’s pr-hoofdkwartier. De styliste neemt jachtig afscheid; een lang tv-interview is net afgelopen, het werk zit erop. Op het bordes wijdt Bartoli – rood shirtje, stralende ogen – zich in de vallende schemer energiek aan de volgende etappe: kranteninterviews van 20 minuten elk, in marathonsessie. Af en toe eet ze een nectarine . „Energie genoeg hoor”, lacht ze parelend. „Ik vind het heerlijk weer eens in Rome te zijn, mijn geboortestad.”

Als het op Cecilia Bartoli (51) aankomt, liggen de superlatieven op de loer. Op haar concerten zijn de rijen handtekeningenjagers van legendarische lengte. Interviews? Doorgaans op dit soort extreem feëerieke huwelijkslocaties. Cd-launches? Vermaard om de stunts, zeker toen de cd-industrie nog bloeide. „Critici zoeken naar nieuwe metaforen omdat de normale tekortschieten”, meldt haar website. „Maar uiteindelijk kunnen zij alleen maar hun liefde en bewondering uiten. Zó’n fenomeen is Bartoli.”

Het fenomeen is natuurlijk niet dat er in gezwollen marketingtaal wordt geschreven over een diva van wie meer dan tien miljoen cd’s zijn verkocht. Wat wel treft is dat Bartoli desondanks haar ongecompliceerde charme heeft behouden.

„Ah, jij was diegene die me vroeg of ik niet te oud werd voor de rol van La Cenerentola”, zegt ze met een frons, priemende vinger en een brede lach. „Het antwoord was nee! Kun je je notities wel lezen in het opkomende donker? Wacht, ik licht je bij met mijn telefoon.”

Eind deze maand geeft Cecilia Bartoli met de Argentijnse celliste Sol Gabetta een concert in Amsterdam. „Het Concertgebouw is een zaal waar ik bijzonder graag ben”, zegt ze. „Vanwege de akoestiek, maar evenzeer om het publiek. Dat luistert geconcentreerd, maar reageert heel open. Niet stijf. En daar houd ik van, dus krijgt de zaal die energie weer terug. Amsterdam heeft voor mij nog elke keer die ‘wow’-factor.”

Het programma dat Bartoli en celliste Gabetta brengen, staat ook op de cd Dolce Duello die is gewijd aan barokaria’s van Caldara, Albinoni, Gabrieli, Vivaldi en Händel waarin stem en cello wedijveren om de muzikale hoofdrol. „Sol en ik wonen beiden in Zwitserland en troffen elkaar regelmatig na afloop van opera’s of concerten”, zegt Bartoli. „We wisten dus van elkaar dat we beiden intensief bezig waren geweest met Vivaldi, en zeiden vaak: laten we eens wat samen doen!”

De research voor Dolce Duello besteedden Bartoli en Gabetta uit aan de jonge musicoloog Giovanni Andrea Sechi, die een smakelijke selectie barokaria’s bijeenbracht. Acht stuks, niet veel, en dan was het nog een „enorme puzzel om de goede mix van sensualiteit, lyriek en dramatiek bijeen te brengen”, zegt Bartoli. „De combinatie van mezzo met cello is vrij zeldzaam. Aria’s als die van Händel en Porpora bevatten meestal een glansrol voor een blaasinstrument, want daarmee versterk je de heroïek van de boodschap. Van Antonio Caldara waren er relatief veel aria’s met cello. Prachtig. Maar de diepe melancholie van Fortuna is mijn echte favoriet.”

Celliste Sol Gabetta staat erom bekend dat ze tijdens recitals soms ook zingt. Hoe letterlijk moeten we het ‘zoete duel’ tussen u beiden nemen?

„De titel slaat puur op de wisselwerking tussen mijn stem en haar instrument! Maar inderdaad: Sol is wel dol op zingen, met dat kleine engelenstemmetje van haar, haha. Die zingende inborst voel je als ze cello speelt. Ze fraseert sensueel en diep, expressief en vrij. Dat is ook wat me in haar musiceren aantrok, denk ik.”

En omgekeerd? Speelt u eigenlijk een instrument?

„Nee. Nou ja, op het conservatorium had ik pianoles, ter ondersteuning van het zingen. En als kind speelde ik een tijdje trompet, maar dat was van korte duur.”

De perstekst van ‘Dolce Duello’ jubelt: ‘twee Latina’s werken samen!’ In hoeverre speelt die afkomst daadwerkelijk een rol?

„Er bestaat heus zoiets als een zuidelijk temperament. In de muziek hoor je dat denk ik terug in de onbevreesdheid om de diepgang van de muziek ten volle uit te spelen. Maar ik speel sowieso alleen met musici met wie de chemie klopt. Laatst nog met pianist András Schiff. Een man. En geen Latino.”

U bent 51. Uw stem op de cd klinkt net zoals 15 jaar geleden. Wat voor vocaal management eist dat?

„Stress, te veel reizen, te weinig slapen – het zijn allemaal elementen die je op mijn leeftijd zwaar moet bekopen. Maar je kent jezelf ook beter, dus je kunt daarnaar handelen. Kijk naar tennisser Roger Federer, die is ‘al’ 36, maar hij is technisch en fysiek een GOD! (schatert) Dus het kán. Maar je moet weten wat je wel en niet moet doen om lang aan de top te blijven.”

Zoals?

„Voldoende rust nemen, vooral. Maar ik blijf nieuwe rollen ontdekken. Pas, op de Pinkster-Festspiele in Salzburg waarvan ik artistiek leider ben, zong ik voor het eerst Händels Ariodante, en dat is een zeer zware rol. Volgend jaar volgt eindelijk Rossini’s L’Italiana in Algeri. Dat is een dame met ervaring, die moet je niet willen zingen als je 30 bent.”

Sol Gabetta speelt veel eigentijds repertoire. Komt uw oude droom, nieuwe muziek zingen die past bij uw stem, met haar eindelijk dichterbij?

„Wie weet. Ik zou het heel graag willen! Mits de muziek bij mijn stem en mijn ziel past.”

Dolce Duello is 10/11 uit bij Universal Music. Bartoli en Gabetta in concert op 27/11, Concertgebouw Amsterdam. Inl: dolceduello.com