Ze komen gebroken van de intensive care

Ziekenhuiszorg

Veel patiënten die op de intensive care gelegen hebben, worden daarna nooit meer helemaal de oude. In Haarlem probeert een ziekenhuis hen te helpen.

Elk jaar komen 80.000 mensen op de intensive care. Sommigen worden er zo onrustig, dat ze vastgebonden moeten worden. Foto ANP/Zander Remkes

Ze is nooit meer helemaal dezelfde geworden, vertelt een oudere vrouw. Sinds ze op de intensive care lag, hallucineert ze nog steeds. Dan staat ze thuis in de keuken en ziet ze opeens iemand langs het raam lopen in de tuin. Maar er is niemand.

Andere bezoekers in het tl-verlichte zaaltje van het Spaarne Gasthuis in Haarlem knikken instemmend. Want veel mensen blijken een trauma aan hun tijd op een intensive care-afdeling over te houden. Zoals IC-verpleegkundige Joep Beneken Kolmer van het Spaarne Gasthuis het noemt: „Je bent in het grijze gebied geweest, tussen leven en dood. Dat gaat je niet in de koude kleren zitten.”

Helft last van stoornis

75 procent van de mensen die op de IC belandt, heeft ter plekke een delier. Dat zijn hallucinaties die allerlei oorzaken kunnen hebben: medicijnen, koorts, verandering van omgeving (vooral bij ouderen), narcose.

Veel patiënten hebben naderhand last van een stoornis. Zeker de helft, blijkt uit onderzoek, kan zich maandenlang niet concentreren – „ik kon geen pagina meer lezen”, vertelt een vrouw in Haarlem. Bijna de helft van de patiënten ontwikkelt achteraf een depressie, angsten, vergeetachtigheid.

De meeste mensen hebben bovendien verzwakte spieren. Als je lang in bed ligt, neemt je spierkracht in hoog tempo af. De helft van de patiënten is pas een jaar na de opname weer in staat om te werken; eenderde nooit meer.

Intensive care-afdelingen proberen oud-patiënten met dat trauma te helpen. De bijeenkomst in Haarlem is daar een voorbeeld van. In hun vrije tijd, in ‘burgerkleding’ - dus níet in de blauwe en witte jassen van de IC-afdeling - praten verpleegkundigen en artsen met oud-patiënten op de vierde ‘IC-terugkomdag’ van het Spaarne Gasthuis. Het idee achter de bijeenkomst is dat als je de plek des onheils nog eens op een rustig moment bezoekt en er over praat, het opgelopen trauma kan slijten. En dat je lotgenoten ontmoet.

Het is een goed bezochte middag, bedoeld voor iedereen die het afgelopen jaar hier op de intensive care lag en daar nog last van heeft. In de hoek van de kamer zitten drie IC-verpleegkundigen uit het ziekenhuis in Venlo: zij willen ook zo’n terugkom-dag gaan organiseren. Ziekenhuizen uit Deventer, Alkmaar en Utrecht zijn hier de afgelopen paar jaar eveneens komen kijken.

Elk jaar belanden 80.000 Nederlanders op de IC. En dat worden er, gezien de vergrijzing, de komende jaren alleen maar meer. De meesten liggen er een paar dagen, sommigen weken lang en een kleine groep maanden. Gemiddeld overlijdt op de IC 12 procent van de patiënten.

Dagboek

Ook voor partners kan het traumatisch zijn dat hun geliefde opeens op de intensive care ligt. Een vrouw vertelt: „Ik heb in de weken dat mijn man hier lag een dagboek bijgehouden. Maar hij wil het tot op de dag van vandaag niet lezen.” Een andere vrouw heeft precies hetzelfde gedaan. En ook een echtgenoot die haar schrijfsel niet wil lezen. Hij is er vandaag bij. „Ik kan het niet lezen”, zegt hij.

Een andere bezoeker vertelt lachend dat zij een heerlijk delier had: „Ik zag allemaal Disney-figuren voorbij komen. Dan weer Nemo, dan weer Goofy.”

„Wat fijn! En heeft u ze thuis nog voorbij zien komen?”, vraagt de gespreksleider.

„Nee. Ik heb thuis nergens meer last van gehad.”

Een paar bezoekers, oudere mannen, blijken zich helemaal niets van hun tijd op de intensive care-afdeling te kunnen herinneren. Ze werden wakker op een gewone verpleegafdeling en bleken na een hartaanval twee of drie weken op de IC te hebben gelegen. Zij zijn gekomen uit nieuwsgierigheid naar het gat in hun geheugen.

Vastbinden

Voor het personeel zijn de IC-terugkomdagen ook nuttig, zegt IC-arts Bas Kors. Allerlei apparatuur, slangen, infusen, vreemde mensen aan het bed – ze zijn nodig om het leven van de patiënt te redden. ‘s Avonds wordt de afdeling stil en dan hoor je alleen het gezoem van de apparatuur. Die sfeer kan patiënten enorme angst aanjagen, kwetsbaar en half in slaap als ze zijn. „We luisteren hier goed en proberen alles wat we kúnnen veranderen om patiënten voortaan beter op het gemak te stellen op de IC, te doen.”

Sommige patiënten worden zo onrustig tijdens een delier dat de verpleging hen kalmerende middelen moet geven of zelfs moet vastbinden. Anders trekken ze alle slangen uit hun armen, neus, mond. Of verwonden ze zichzelf.

Een vrouw vertelt dat ze dat heel naar vond. „Ik had toestemming gegeven voor het vastbinden van mijn man. Maar daardoor voelde ik me medeplichtig. Hij zei tegen mij steeds: ‘Haal me hier weg! Maak me los.’ Maar ik had toestemming gegeven.”

Dat is lastig, erkent verpleegkundige Joep Beneken Kolmer. „We moeten toestemming vragen, van de wet.”

Maar, zegt de vrouw, „kunt u dat niet in het algemeen vragen, bij de opname, en dan zien wanneer het van pas komt. En niet op het moment zelf? Ik vond het vreselijk.”

Haar man zit ernaast. Hij kan zich er, zegt hij tevreden, helemaal niets van herinneren.