Recensie

Vluchtige ontmoetingen met fatale mannen

Theater

In zijn nieuwe programma Homme fatale bijt Sven Ratzke zich vast in nummers van Lou Reed, Iggy Pop, Joy Division en David Bowie.

Foto Hanneke Wetzer

Sven Ratzke is soms beter dan de programma’s die hij maakt. De Duits-Nederlandse entertainer met de androgyne uitstraling, de verlokkende zangstem en de voyante uitdossingen excelleert in breed uitwaaierend repertoire. In zijn eerste shows, een jaar of vijftien geleden, trad hij vooral op als de diva die variéténummers uit het interbellum zong. En allengs kwamen daar zo veel songs van geheel andere snit bij, dat zijn veelzijdigheid een van zijn opvallendste kanten werd.

Maar sinds Ratzke vorig seizoen de show Starman baseerde op materiaal van David Bowie, is hij bij die min of meer gestileerde rockstijl gebleven. In zijn nieuwe programma Homme fatale bijt hij zich vast in nummers van Lou Reed, Iggy Pop, Joy Division, Bowie en nummers van eigen makelij in een vergelijkbaar rock-idioom. Samen met zijn driekoppige band laat Ratzke weliswaar een pakkende reeks gespierde interpretaties horen, maar enige monotonie dringt zich in deze songselectie wel op.

Daarbij praat hij de nummers aan elkaar met korte, associatieve verhaaltjes over allerlei gedroomde ontmoetingen met fatale mannen uit de wereldgeschiedenis – van Mefisto tot Marcello Mastroianni. Ook de namen van Harvey Weinstein en Bill Cosby komen nog even voorbij. Althans: hij noemt hen, maar meer niet. En dat geldt ook voor zijn verbindende verhaaltjes. Met niet meer dan een handjevol trefwoorden schept hij sfeertjes, maar daar blijft het bij. De intrigerende artiest die hij is, zou meer te vertellen moeten hebben.